De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van: medeplegen van moord; medeplegen van een poging om een ander door beloften en door het verschaffen van inlichtingen te bewegen een moord te begaan; medeplegen van poging tot moord. De rechtbank verklaart verdachte daarvoor strafbaar
Wetboek van Strafvordering
Art. 344 Sv
Genoemd in 296 uitspraken · Officiële wettekst
296 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
De rechtbank acht bewezen verklaard dat er sprake is van: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II en III, meermalen gepleegd; handelen in strijd met artikel 26,
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van het een gewoonte maken van het plegen van witwassen. De rechtbank acht verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3
De rechtbank acht bewezen dat sprake is van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ3412, BZ0392, 1289, 1290,129
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van: medeplegen van het door beloften en het verschaffen van middelen en inlichtingen opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van voorbereiding tot moord; medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende feiten: medeplegen van het door beloften, het verschaffen van middelen en inlichtingen, en bedreiging opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van moord, meermalen gepleegd; medeplegen van pogi
Art. 344a Sv: verklaring anonieme getuige als bewijsmiddel. 1. Ingevolge art. 360.1 en 360.4 Sv moet de rechter het gebruik van de verklaring van een anonieme getuige (als bedoeld in art. 344a.3 Sv) als bewijsmiddel op straffe van nietigheid nader motiveren. De rechter die in dat
Art. 340 Sv. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bevestigd. HR: Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat de rechter in hoger beroep zijn beslissing omtrent de bewezenverklaring mede doet steunen op de door de rechter in eerste aanleg op de voet van art. 340 Sv gedane eigen
Onrechtmatig handelen door de (ex-)voorzitter van de Raad van Toezicht van een Rotterdamse woningcorporatie en anderen (14), waaronder een adviseur en een professionele bemiddelaar, terzake een groot aantal vastgoedtransacties in met name de periode 1998-2003; vaststelling aanspr
HR: 81RO.
Mensenhandel. Criminele organisatie. Sneep-zaak.
HR: 81 RO.
Art. 344a.3 Sv. Schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Het Hof heeft de bewezenverklaring mede gebaseerd op een p.v. houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. De verdediging heeft verzocht de desbetre
tijdens achtervolging door politie poging doodslag en poging zware mishandeling bewezen; ambtsedig proces verbaal van bevindingen van verbalisant/slachtoffer wettig en overtuigend bewijsmiddel
Afwijzing getuigenverzoek. Gelet op de procesgang heeft het Hof de juiste maatstaf (noodzaak) toegepast. Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat uit de door verbalisanten opgemaakte p-v’s niet duidelijk blijkt wie de bestuurder van de auto is geweest (verdachte is veroordeeld
1. Bewijsmiddel ex art. 344.1 aanhef sub 2 Sv? 2. Noodweerexces. Ad 1. De tot het bewijs gebezigde inhoud van het pv behelst onderdelen die niet kunnen worden aangemerkt als mededelingen van f&o die door de verbalisanten zelf zijn waargenomen of ondervonden, maar hebben te gelde
Antilliaanse zaak. Een overzicht van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties is, gelet op de regelgeving, een geschrift a.b.i. in art. 387.1.c SrNA, dat zelfstandig voor het bewijs mag worden gebezigd.
Verklaringen en mededelingen van de raadsman die ttz. al dan niet op de voet van art. 279.1 Sr, als zodanig optreedt, kunnen niet als wettige bewijsmiddelen gelden (vgl. HR LJN AX9179).
Rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van zes maanden voor valsheid in geschrifte, verduistering en oplichting, gepleegd in zijn (voormalige) functie als brandweercommandant.
OM-cassatie. Vereisten van art. 153 Sv. In ’s Hofs overwegingen ter motivering van de vrijspraak ligt als ’s Hofs oordeel besloten dat de kennisgeving van bekeuring niet voldoet aan de vereisten van art. 153 Sv, omdat op de kennisgeving slechts het nummer van de verbalisant is v
Bewijsklacht. De HR verstaat het bestreden arrest aldus dat het Hof de voor feit 2 gegeven vrijspraak door de Pr heeft beschouwd als zijnde niet aan zijn oordeel onderworpen. Het Hof is tot een bewezenverklaring gekomen van feit 1. De HR overweegt dat mede in het licht van de t.z
Bewijsklachten. 1. De gebezigde bewijsmiddelen houden, vzv. van belang, niets in waaruit kan volgen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen een wapen en munitie van categorie II voorhanden heeft gehad. 2. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet zonder meer worden afge
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt. Ingevolge het ook in h.b. toepasselijke art 360.1 en art. 360.4 Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, a.b.i. art. 344a.3
Art. 190 Sv jo. 360 Sv. Betrouwbaarheid anonieme getuigenverklaring. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AE1195 en LJN BF2082. I.c. is geen sprake van ‘een persoon wiens identiteit niet blijkt’ a.b.i. art. 344a.3 Sv. Kennelijk is de getuige gehoord door de r-c op de voet
Gebruik als bewijs van p-v’s die niet op ambtseed/-belofte zijn opgemaakt en/of zijn ondertekend. Art. 153 Sv houdt o.m. in dat een p-v door een opsporingsambtenaar persoonlijk en op ambtseed dient te worden opgemaakt, gedagtekend en ondertekend. Een door een opsporingsambtenaar