Sneep-zaak, zes verdachten. Allen schuldig aan vrouwenhandel ten aanzien van een of meer vrouwen. Gedeeltelijke vrijspraak op dit punt mede als gevolg van de formulering van de tenlaste¬leggingen. Vijf verdachten tevens schuldig aan deelneming en/of leiding geven aan een criminel
Wetboek van Strafvordering
Art. 342 Sv
Genoemd in 1.667 uitspraken · Officiële wettekst
1.667 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 59 · live
Sneep-zaak, zes verdachten. Allen schuldig aan vrouwenhandel ten aanzien van een of meer vrouwen. Gedeeltelijke vrijspraak op dit punt mede als gevolg van de formulering van de tenlaste¬leggingen. Vijf verdachten tevens schuldig aan deelneming en/of leiding geven aan een criminel
Sneep-zaak, zes verdachten. Allen schuldig aan vrouwenhandel ten aanzien van een of meer vrouwen. Gedeeltelijke vrijspraak op dit punt mede als gevolg van de formulering van de tenlaste¬leggingen. Vijf verdachten tevens schuldig aan deelneming en/of leiding geven aan een criminel
Volgens art. 342.2 Sr kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van 1 getuige. Dat verdachte feit 5 heeft begaan kan uitsluitend volgen uit in pv’s van politie vervatte verklaringen van 1
Blijkens de strafmotivering heeft het Hof bij de strafoplegging rekening gehouden met de omstandigheid dat uit de omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebrachte rapporten blijkt dat de door hem gepleegde strafbare feiten in licht verminderde mate aan hem kunnen worden toege
De klacht inzake de schending van art. 268 Sv op de grond dat de R-C die na verwijzing van de zaak door het hof de getuigen heeft gehoord, eerder als rechter in eerste aanleg in de zaak tegen verdachte mede een tussenvonnis heeft gewezen, faalt omdat art. 268 Sv niet ziet op een
Verdachte heeft het slachtoffer (een oudere man, aan wie hij had aangeboden te helpen bij het dragen van een zware boodschappentas naar diens huis) in diens woning doodgeschoten. Vlgs. eerdere verklaringen wilde hij de man beroven. Op de ttz in appel verklaart hij niet het oogmer
Betekening appeldagvaarding. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2002, 317. Uit de stukken kan niet volgen dat is getracht de appeldagvaarding op het in de appelakte (d.d. 2-12-04) opgegeven adres uit te reiken. 's Hofs kennelijke oordeel dat dat adres als achterhaal
Verdachte is schuldig aan het medeplegen van gijzeling van Claudia M. Tevens is bewezen het medeplegen van opzettelijke wederrechtelijke beroving van vrijheid. 6 jaar gevangenisstraf.
Politiesepot en “ne bis in idem”. Dat het hof zou hebben geoordeeld dat “seksueel binnendringen” een ander feit in de zin van art. 68 Sr is dan “incest”, berust op een verkeerde lezing van het arrest. ’s Hofs oordeel dat de nieuwe feiten en omstandigheden een ander feit (seksueel
1. Art. 125g (oud) Sv, tappen van advocaat tevens verdachte. 2. Poging van advocaat tot uitlokking beïnvloeding getuige. 3. Art. 285a (oud) Sr. 4. Gebruik getuigenverklaring. Ad 1. De r-c is o.g.v. art. 125g (oud) Sv niet bevoegd te bepalen dat gesprekken gevoerd d.m.v. een telef
1. Uitleg tenlastelegging door hof. 2. Giften of beloften ex art. 177 Sr. 3. Verbeterde lezing door HR van misslag in bewezenverklaring. Ad 1. Uit de gedingstukken volgt dat de bank een deugdelijk namens de provincie ondertekende schriftelijke overeenkomst verlangde. Het hof heef
Ex art. 342.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring(en) van één getuige. Dat verdachte de feiten 4 en 5 heeft begaan, heeft het hof afgeleid uit 2 verklaringen van getuige X. De b
De omstandigheid dat een onderzoek ex art. 411a Sv is verzocht of ingesteld staat er niet aan in de weg dat de zaak ter terechtzitting in hoger beroep wordt behandeld. Door de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting vervalt de bevoegdheid van de RC om (nader) onderzoek te ve
OM-cassatie tegen vrijspraak. ’s Hofs overweging (naast de aangifte van elk van de tenlastegelegde feiten is onvoldoende bewijsmateriaal voorhanden. Zelfs indien het hof die aangiften volledig geloofwaardig zou achten, schiet het bewijs, gelet op art. 342.3 Sv tekort. Verdachte m
Dat de verdachte feit 1 en 2 heeft begaan kan uitsluitend volgen uit de in de pv’s van politie vervatte verklaringen van één getuige. Gelet op de strekking van art. 342 Sv is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd.
-
-
Tongzoen I
1. Inhaaldagvaarding in appel; geen nietigheid, nu het ervoor moet worden gehouden dat de procureur-generaal de eerste dagvaarding heeft ingetrokken. 2. Verstekarrest; nu tussen het instellen van het appel en de appeldagvaarding minder tijd is verlopen dan 2 jaren behoefde het ho