Art. 51m Sv. Het middel berust kennelijk op de opvatting dat het Hof heeft verzuimd de ter terechtzitting gehoorde deskundige tevens als getuige te beëdigen berust op een onjuiste opvatting. De o.g.v. art. 51m.2 Sv door de deskundige afgelegde eed/belofte dat hij naar waarheid en
Wetboek van Strafvordering
Art. 341 Sv
Genoemd in 153 uitspraken · Officiële wettekst
153 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Slagende bewijsklacht meineed, art. 207 Sr.
Slagende bewijsklacht meineed, art. 207 Sr.
De rechtbank heeft vandaag aan een 34-jarige man een gevangenisstraf opgelegd van 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk voor het hebben van seks met het minderjarige meisje. Hij stond terecht in het kader van het onderzoek Welp (prostitutie van een minderjarig en zwakbegaafd meisje
De stelling dat de bewezenverklaring uitsluitend steunt op verklaringen van de verdachte mist feitelijke grondslag. Conclusie AG: anders.
De stelling dat de bewezenverklaring uitsluitend steunt op verklaringen van de verdachte mist feitelijke grondslag. Conclusie AG: anders.
Vrijspraak van seksueel binnendringen van en ontuchtige handelingen plegen met een onmachtige. Verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie worden uitgesloten van het bewijs (359a Sv). Bekennende verklaring van verdachte ter zitting is enige bewijsmiddel. Aangeefster legt s
Amstelveense buurtbarbecuezaak. Veroordeling voor openlijk geweld in vereniging tegen meerdere personen.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte haar 88-jarige echtgenoot heeft vermoord door hem in zijn slaap met een mes de keel door te snijden. Anders dan de gedragsdeskundigen van het PBC, acht de rechtbank verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar ten tijde va
Vormverzuim. Het Hof heeft kennelijk - en niet onbegrijpelijk - geoordeeld dat de beweerde onregelmatigheden rond de totstandkoming van de door verdachte in België afgelegde verklaringen niet hebben plaatsgevonden i.h.k.v. het voorbereidend onderzoek van de in deze zaak tenlasteg
Bekennende verdachte, art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2006, 542. Het hof, dat deels heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, heeft kennelijk geoordeeld dat verdachte het bewezenverklaarde, inhoudende dat hij tezamen en in vereniging met and
Ex art. 342.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring(en) van één getuige. Dat verdachte de feiten 4 en 5 heeft begaan, heeft het hof afgeleid uit 2 verklaringen van getuige X. De b
Vuurwerkramp Enschede. 1. HR leest de bewezenverklaring en kwalificatie van feit 4 (toegesneden op art. 158.3 (oud) Sr) aldus verbeterd dat deze uitsluitend ziet op feitelijke leiding geven, nu de bewijsmiddelen niets inhouden omtrent het opdracht geven aan de bedoelde feiten. Ee
De stelling dat een tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig is indien primair een ander feitencomplex wordt tenlastegelegd dan subsidiair, vindt geen steun in het recht. Geen rechtsregel staat er immers aan in de weg dat de OvJ een feit dat cumulatief had kunnen worden tenlastege
-
-
-