Herziening. “Pettense campingmoord” in juli 1994. Doodslag door een ander meermalen met mes in borst te steken, art. 287 Sr. Bewezenverklaring is vrijwel uitsluitend aangenomen o.g.v. bekennende verklaringen van verdachte. Aangevoerd wordt dat sprake is van een gegeven a.b.i. art
Wetboek van Strafvordering
Art. 341 Sv
Genoemd in 153 uitspraken · Officiële wettekst
153 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Feitelijk leidinggeven aan het niet/onjuist doen van verschillende belastingaangiften, art. 68 en 69 AWR. 1. Bewezenverklaring feiten 1 en 2 uitsluitend gebaseerd op verklaringen van verdachte? Art. 341.4 Sv. 2. Post-Keskin. Gebruik van getuigenverklaring voor het bewijs. Schendi
Roberts M. is veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging ter zake van vele gevallen van seksueel misbruik met zeer jonge kinderen en het vervaardigen, verspreiden en bezit van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. De dagvaarding is nietig te
Conclusie Advocaat-Generaal. Herzieningszaak Arnhemse Villamoord. Veroordeling door het hof in 2000 wegens een overval op een woning op 2 september 1998 waarbij een persoon om het leven is gekomen en een ander gewond is geraakt. Als novum is aangevoerd de intrekking van de (beken
Ambtsedig p-v. Art. 344.2 Sv. Ingevolge art. 344.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlgd. feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op enkel een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt p-v. Genoemde bepaling maakt geen uitzondering voor feiten
Art. 359.2 Sv, u.o.s. m.b.t. betrouwbaarheid bekennende verklaringen van verdachte. Het Hof heeft i.s.m. art. 359.2 Sv in onvoldoende mate de redenen opgegeven die hebben geleid tot afwijking van het u.o.s..
-
Onderzoek Taxus. Veroordeling tot 17 jaar gevangenisstraf voor onder meer de invoer van harddrugs, waaronder 4600 kilo cocaïne, voorbereidingshandelingen voor de handel in harddrugs, omkoping van een douaneambtenaar (undercoveragent), gewoontewitwassen van geldbedragen, panden en
Zedendelicten (art. 240a, 240b, 245 en 248a Sr). Middelen over schending bewijsminimum 341.4 Sv, uos onbetrouwbaarheid verklaring verdachte, oplegging TBS terwijl het rapport van het PBC eerder dan een jaar voor de aanvang van de tz. is gedagtekend zonder dat daartoe uitdrukkelij
Art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens verdachte t.t.z. vrijspraak is bepleit. In die bepaling wordt niet onderscheiden naar de grond waarop die vrijspraak is bepleit. ’s Hofs oo
Conclusie AG. Deelneming aan terroristische organisaties Jabhat al-Nusra en IS(IS), art. 140a Sr. Klachten over de bewijsmotivering, door het hof aangenomen feiten van algemene bekendheid en de strafmotivering. Conclusie strekt tot verwerping.
volgt
Veroordeling tot gevangenisstraf en geldboete in verband met jarenlange onjuiste aangiften belastingen en witwassen. Verwerping van verweer gebaseerd op 359a Sv.
Zaak Anneke van der Stap. HR: art. 81.1 RO.
Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan kan ingevolge art. 341 lid 4 Sv niet uitsluitend worden aangenomen op de opgaven van de verdachte.
Conclusie AG. Diefstal lokportemonnee. Middel klaagt over de verwerping van het verweer strekkende tot n-o verklaring van het OM dan wel bewijsuitsluiting wegens schending Tallon-criterium. Het middel faalt volgens de AG. Ambtshalve opmerking dat vervangende hechtenis te hoog is
Onderzoek Taxus. Veroordeling tot 8 jaar gevangenisstraf voor het witwassen van geld, auto’s, panden en horloges, valsheid in geschrift, deelneming aan een criminele witwasorganisatie en medeplichtigheid aan mishandeling met voorbedachten rade. Het openbaar ministerie had een gev
Conclusie AG. De zes middelen betreffen het bewezenverklaarde feitelijke leidinggeven aan door verschillende rechtspersonen begane fiscale misdrijven (art. 69 AWR) en de strafoplegging. Middel 1 klaagt dat het hof het bepaalde in art. 341, vierde lid, Sv heeft miskend. Middel 2 b
Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Middelen m.b.t. 1. schending van art. 422.2 Sv omdat niet blijkt dat beraadslaging in h.b. mede is geschied n.a.v. onderzoek ttz. in e.a.; 2. ondertekening aanvulling bewijsmiddelen o.g.v. art. 365b.1 Sv; 3. door het hof gehanteerde c
Valse aangifte. Art. 188 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BR2981 dat voor toepassing van art. 188 Sr voldoende is dat in de aangifte opzettelijk i.s.m. de waarheid, feiten worden meegedeeld in zodanige bewoordingen dat degene aan wie de aangifte wordt geda
1. Beslissing gelijktijdige behandeling. 2. Gebruik als bewijs van bescheiden van een vreemde staat; art. 344.1 Sv. Ad 1. ’s Hofs beslissing om de samenhangende zaken niet langer gelijktijdig te behandelen, is niet een rechterlijke beslissing waartegen ex art. 78 RO beroep in cas
1. Redelijke termijn in jeugdzaken. Art. 40 lid 2 sub b van het Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb. 1990, 107) stelt geen verdere eisen aan de redelijke termijn dan reeds uit art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM voortvloeien. 2. Aanhoudingsverzoek – van in het buitenland verblij
Zeden, cybercrime. Veroordeling voor grootschalige, internationale sextortion (afdreiging, dwang, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gekwalificeerde opzetverkrachting) en kinderporno tot een gevangenisstraf van 7 jaar en tbs met verpleging van overheidswege. Daarbij ook ee
Conclusie plv. AG. Art. 1.2.2 en 1.2.4 (oud) Vuurwerkbesluit. Middelen over afwijzing getuigenverzoek (M1), vermeende specialiteitsverhouding (M2) en bewijsminimumvoorschrift ex. art. 341.4 Sv (M3). Plv. AG is van mening dat alle middelen falen en wijst ambtshalve op overschrijdi
Gevangenisstraf van negen jaar voor veroordeling voor internationale en grootschalige handel en voorbereidingshandelingen inzake harddrugs.