HR: art. 81.1 RO.
Wetboek van Strafvordering
Art. 341 Sv
Genoemd in 153 uitspraken · Officiële wettekst
153 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Bewijsklacht. Het middel klaagt op zichzelf terecht dat het Hof de bewezenverklaring heeft doen steunen op de verklaring die medeverdachte X heeft afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, waar diens zaak tegelijk, doch niet gevoegd, met die van verdachte werd behandeld. In he
Het Hof heeft het verweer dat de verklaringen van X onbetrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd, verworpen op gronden die zijn beslissing kunnen dragen. Zijn oordeel is niet onbegrijpelijk.
Piranha II. 1. Slagende bewijsklacht medeplegen voorbereidingshandelingen moord/doodslag, 2. Psychische overmacht. Ad 1. Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat verdachte t.a.v. enkele van de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen zo nauw en bewust
Piranha II. 1. Slagende bewijsklacht art. 140a Sr, 2. Slagende bewijsklacht medeplegen voorbereidingshandelingen moord/doodslag, 3. Psychische overmacht. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1998/225 m.b.t. art. 140a Sr. Uit de bewijsvoering kan de wetenschap dat de
Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging in een tram. Aanhoudingsverzoek. De afwijzing door het Hof van het verzoek van de raadsman de behandeling van de zaak aan te houden en hem een kopie van de camerabeelden te doen verstrekken, zodat hij deze voorafgaand aan een nadere zitting kan
Verdachte heeft in wisselende samenstelling met een of meer medeverdachten ernstige strafbare feiten gepleegd waarbij door verdachte veelvuldig gebruik is gemaakt van fysiek geweld en bedreiging met geweld, al dan niet in combinatie met het gebruik van een vuurwapen en een mes. G
1. Verzuim te beslissen op een beroep op psychische overmacht. 2. Ontoereikende verwerping beroep op noodweer(exces). Ad 1. Het Hof heeft het bedoelde beroep op psychische overmacht niet opgevat als een inzake feit 2 gevoerd verweer waarop uitdrukkelijk zou moeten worden beslist.
“Salduz-verweer”. Het Hof had er blijk van moeten geven te hebben onderzocht of verdachte is gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaande aan het eerste politieverhoor en of hem de gelegenheid is geboden van dat recht gebruik te maken dan wel of hij daarvan
Medeplegen van doodslag. Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie
Verzoek tot voeging in dossier van een p-v van de t.z. in een andere zaak. ’s Hofs toewijzing van dat verzoek van de AG geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, mede gelet op hetgeen de raadsman van verdachte dienaangaande ttz. heeft aangevoerd, toereikend gemotiv
HR: 81 RO.
Motivering beslissing op vordering b.p. De opvatting dat t.a.v. de motivering van een op een vordering van een b.p. te nemen beslissing “aansluiting dient te worden gezocht” bij het motiveringsvoorschrift van art. 359.2 2e volzin Sv, is niet juist. Het ook in h.b. van toepassing
Art. 359.2 Sv. Het aangevoerde m.b.t. de verklaringen van getuige X kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie t.o.v. het hof naar voren is gebracht. Het hof is van dit uitdr
Conclusie AG over nadere bewijsoverwegingen en de daaraan in HR NJ 2004, 165 gestelde eisen. I.c. heeft het hof ten onrechte in de nadere bewijsoverweging verwezen naar een verklaring van een medeverdachte die is afgelegd in diens eigen zaak hetgeen geen wettig bewijsmiddel is in