Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Wetboek van Strafvordering
Art. 341 Sv
Genoemd in 153 uitspraken · Officiële wettekst
153 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bewijs. Het Hof heeft de bewezenverklaring mede doen steunen op een p-v van de R-C inhoudende een verklaring van verdachte, afgelegd als getuige in de strafzaak tegen een medeverdachte, welk p-v deel uitmaakte van het dossier in de zaak van verdachte. Het gaat i.c. om een elders
Conclusie AG. De zes middelen betreffen het bewezenverklaarde feitelijke leidinggeven aan door verschillende rechtspersonen begane fiscale misdrijven (art. 69 AWR) en de strafoplegging. Middel 1 klaagt dat het hof het bepaalde in art. 341, vierde lid, Sv heeft miskend. Middel 2 b
Conclusie AG. Medeplichtigheid aan diefstal in vereniging. 1. Hof is niet buiten de terugwijzingsopdracht van de HR getreden door een verklaring van verdachte die is afgelegd op de zitting in h.b. voorafgaande aan de terugwijzing, tot het bewijs te bezigen. 2. Hof heeft het bewez
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij een overval is een groot geldbedrag buitgemaakt. Het hof schat dit bedrag op € 300.000,00. Pondspondsgewijze toerekening. Overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg. Matiging van de betalingsverplichting.
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij een overval is een groot geldbedrag buitgemaakt. Het hof schat dit bedrag op € 300.000,00. Pondspondsgewijze toerekening. Overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg. Matiging van de betalingsverplichting.
Profijtontneming, art. 36e Sr. Toewijzing ontnemingsvordering. Medeplegen van hennepteelt. Wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op 1 oogst. Gedeeltelijke aftrek investeringskosten. Geen pondsponsgewijze verdeling opbrengst.
Doodslag. Poging tot het onttrekken van een lijk aan nasporing, art. 151 Sr. 1. Salduz-verweer. Falende klachten i.v.m. schending consultatierecht en gebruik van door verdachte als getuige afgelegde kennelijk leugenachtige verklaring voor het bewijs. 2. Beslag. Falende klacht m.b
Bewijs. Het Hof heeft de bewezenverklaring mede doen steunen op een p-v van de R-C inhoudende een verklaring van verdachte, afgelegd als getuige in de strafzaak tegen een medeverdachte, welk p-v deel uitmaakte van het dossier in de zaak van verdachte. Het gaat i.c. om een elders