Conclusie AG. De zes middelen betreffen het bewezenverklaarde feitelijke leidinggeven aan door verschillende rechtspersonen begane fiscale misdrijven (art. 69 AWR) en de strafoplegging. Middel 1 klaagt dat het hof het bepaalde in art. 341, vierde lid, Sv heeft miskend. Middel 2 b
Wetboek van Strafvordering
Art. 341 Sv
Genoemd in 153 uitspraken · Officiële wettekst
153 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verkeersongeval waarbij 2 inzittenden zijn gedood (art. 6 WVW 1994) en rijden onder invloed (art. 8 WVW 1994). 1. Motivering betrouwbaarheid getuigenverklaring begrijpelijk? 2. Zijn verklaringen van verdachte gissingen die hof niet tot bewijs kon bezigen? 3. Omzetting vervangende
Conclusie AG over de vraag of uit de in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte en/of zijn ja-knik op een vraag van de advocaat-generaal kan worden afgeleid dat hem de datum van de politierechterzitting destijds bekend was. De AG stelt de Hoge Raad voor het cassatieber
Art. 314.1 Sv. Verstek. Aanstonds voortzetten onderzoek ttz na wijziging tll. Een kennisgeving van de wijziging van de tll aan de verdachte a.b.i. art. 314.1 Sv kan achterwege blijven indien het een wijziging betreft waardoor de richting en de reikwijdte van het onderzoek ttz nie
Economische zaak. Slagend middel over verjaring.
Opgave van bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. 1) HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2006:AX5776. De stelling dat uit de enkele omstandigheid dat blijkens het vonnis of arrest de bewezenverklaring niet (volledig) steunt op een opgave van bewijsmiddelen doch op een of
Tussenbeslissing. N.a.v. de klacht dat het p-v ttz. in h.b. in strijd met art. 327 Sv niet door de voorzitter is ondertekend heeft de AG bij de HR zich tot de voorzitter van het Hof gewend, hetgeen heeft geleid tot de toezending van een door de voorzitter ondertekend p-v van de t
Regels inzake de ad informandum gevoegde feiten bij gemachtigde raadsman a.b.i. art. 279 Sv. Mede in aanmerking genomen dat een gemachtigd raadsman niet optreedt als vertegenwoordiger van verdachte in die zin dat zijn verklaringen in bewijsrechtelijke zin niet kunnen worden aange
Bewijsklacht. De kwalificatie en het aanhalen van art. 416 Sr valt niet te rijmen met de omstandigheid dat het Hof verdachte van opzetheling heeft vrijgesproken. Voorts strijden de nadere bewijsoverweging en de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen met elkaar.
Minerva-zaak. 1. Schuld ex art. 308 Sr. 2. Spelexceptie. 3. Pleitnota geen wettig bewijsmiddel. Ad 1. In cassatie kan slechts worden onderzocht of de schuld aan het door het slachtoffer bekomen zwaar lichamelijk letsel - i.c. het bewezenverklaarde aanmerkelijk onvoorzichtig, onac
Minerva-zaak. 1. Schuld ex art. 308 Sr. 2. Spelexceptie. 3. Pleitnota geen wettig bewijsmiddel. Ad 1. In cassatie kan slechts worden onderzocht of de schuld aan het door het slachtoffer bekomen zwaar lichamelijk letsel - i.c. het bewezenverklaarde aanmerkelijk onvoorzichtig, onac
-