Getuigen. De getuige heeft ttz geweigerd vragen te beantwoorden De verklaring van de getuige afgelegd bij de politie wordt tot het bewijs gebezigd. De HR vult de rechtsregels over het oproepen van getuigen en het ondervragingsrecht uit HR LJN AB7528 nader in. De HR heeft in HR L
Wetboek van Strafvordering
Art. 338 Sv
Genoemd in 186 uitspraken · Officiële wettekst
186 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Profijtontneming, w.v.v. uit deelnemen aan criminele organisatie die zich bezighield met het op grote schaal verkopen en afleveren van softdrugs. Onschuldpresumptie bij ontneming uit andere/soortgelijke feiten ex art. 36e.2 (oud) Sr. In strafzaak is o.m. bewezenverklaard dat betr
Profijtontneming. 1. Gebruik van een belastende politieverklaring van een getuige die later bij de RC een ontlastende verklaring aflegt. 2. Gebondenheid oordeel strafrechter. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1994, 427 en vervolgt: Het middel berust op de opvatti
Ambtsedig p-v. Art. 344.2 Sv. Ingevolge art. 344.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlgd. feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op enkel een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt p-v. Genoemde bepaling maakt geen uitzondering voor feiten
Profijtontneming. 1. Verzoek tot inzage in anonieme brief. 2. Gebruik voor bewijs van p-v waarin gedeelten anonieme brief zijn opgenomen. Ad 1. Bij de beslissing tot afwijzing van het verzoek van de verdediging tot het overleggen van de brief, heeft het Hof het belang van betrokk
Herziening. Aanvraag ongegrond. CAG: zaaksoverstijgende beschouwingen over het novumbegrip; een nieuw ‘gegeven’ i.d.z.v. art. 457.1 aanhef en onder c Sv.
1. 's Hofs beslissing geen bevel tot gijzeling van een getuige te geven, is, zonder miskenning van de maatstaf van art. 289 lid 1 Sv, toereikend gemotiveerd. 2. Gebruik voor het bewijs van verklaringen van getuigen opgenomen in ambtsedige processen-verbaal.
Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en ttz. in h.b. herhaald getuigenverzoek, omdat betrokkene daardoor niet in zijn verdediging wordt geschaad. Is kader uit post-Keskin ook van toepassing in ontnemingszaken? HR herhaalt overweginge
Profijtontneming, w.v.v. (€ 1.763.856,-) uit soortgelijk strafbaar feit a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr na veroordeling t.z.v. deelneming aan criminele organisatie die zich bezighield met invoer heroïne. Ondervragingsrecht geschonden nu verdediging niet in staat is geweest getuige A t
Herziening. Aanvraag ongegrond. Opmerking verdient dat de enkele vrijspraak van de medeverdachten van aanvrager niet een gegeven vormt als bedoeld in art. 457.1 aanhef en onder c Sv. In de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van de tegenwoordige herzieningsregeling z
Profijtontneming. Gebruik voor bewijs van verklaring getuige en ondervragingsrecht i.d.z.v. art. 6 EVRM ook van toepassing bij profijtontneming? HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2010:BK3424. V.zv. het Hof heeft geoordeeld dat de uit de Vidgen-jurisprudentie voortvl
Medeplegen (poging) invoer en uitvoer cocaïne (art. 2.A Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en overtredingen WWM. Fenomeen van kroongetuige. 1. HR wijdt voorafgaande beschouwingen aan toelaatbaarheid van kroongetuig
1. Falende bewijsklacht bedreiging met geweld. 2.Innerlijke tegenstrijdigheid bewijsmiddelen. Nu de gestelde tegenstrijdigheden aan een behoorlijke motivering van de bewezenverklaring niet in de weg staan is de klacht tevergeefs voorgesteld. 3. Uos. Hetgeen door de verdediging te
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 5 juli 2024 inzake: fiscale bestuurlijke boetes, 23/04710 ECLI:NL:PHR:2024:739 , 23/04711 ECLI:NL:PHR:2024:735 , 24/00100 ECLI:NL:PHR:2024:736 , 24/00735 ECLI:NL:PHR:2024:737 en 24/00736 ECLI:NL:PHR:2024:738
Ambtsedig p-v. Art. 344.2 Sv. Ingevolge art. 344.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlgd. feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op enkel een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt p-v. Genoemde bepaling maakt geen uitzondering voor feiten
Conclusie AG. Ontneming. Het hof heeft toepassing gegeven aan art. 36e lid 2 Sr en het w.v.v. becijferd m.b.v. een eenvoudige kasopstelling. Klacht dat het voordeel niet is te relateren aan het bewezenverklaarde feit (opz. vervoeren cocaïne) of aan 'andere strafbare feiten', tere
Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door
Conclusie AG. Middelen over criterium “(niet) aannemelijk geworden” en verwerping beroep op noodweer(exces). De AG is van mening dat geen noodzaak bestaat om de maatstaf van “aannemelijkheid” te vervangen en dat het beroep op noodweer(exces) toereikend gemotiveerd is verworpen. C
Profijtontneming, w.v.v. uit handel in coffeeshop die zich niet aan de gedoogvoorwaarden heeft gehouden. HR: Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat “voldoende aanwijzingen” bestaan dat de betrokkene ook voorafgaand aan de bewezenverklaarde periode in de hoofdzaak heeft deelgenome
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Conclusie AG. Profijtontneming. Klacht over de afwijzing van een verzoek tot het horen van een getuige op de enkele grond dat die in de strafzaak al is gehoord door de RC. Beschouwingen over het beoordelingskader van getuigenverzoeken in ontnemingszaken. Klacht over tekortschiete
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa