WOTS-zaak. Afwijzing aanhoudingsverzoek. De Rb heeft het namens veroordeelde primair gevoerde verweer strekkende tot afwijzing van de vordering verworpen en in dat verband o.m. geoordeeld dat het op de weg van veroordeelde had gelegen om dit verweer met feiten en omstandigheden t
Wetboek van Strafvordering
Art. 331 Sv
Genoemd in 293 uitspraken · Officiële wettekst
293 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Vervolg op HR LJN BX4491. HR: 81 RO.
Verbeurdverklaring, art. 33a Sr. ’s Hofs oordeel dat de inbeslaggenomen auto vatbaar is voor verbeurdverklaring aangezien het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan, is niet z.m. begrijpelijk.
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming
Getuigenverzoek, maatstaf. In art. 410.3 Sv jo. art. 263.2 Sv ligt als vereiste besloten dat de daar bedoelde opgave van getuigen of deskundigen voldoende stellig en duidelijk als zodanig in de appelschriftuur moet zijn vermeld. De beoordeling van de vraag of een appelschriftuur
WOTS-zaak. Afwijzing aanhoudingsverzoek. De Rb heeft bij de afwijzing van het verzoek a.b.i. 328 jo. 331 jo. 315 Sv (o.g.v. art. 28.4 WOTS van overeenkomstige toepassing) een onjuiste maatstaf aangelegd. Het middel behoeft nochtans niet tot cassatie te leiden, nu inwilliging van
Betekening inleidende dagvaarding. HR herhaalt relevante overweging uit LJN AD5163. Nu uit de stukken van het geding niet blijkt dat is getracht de inleidende dagvaarding uit te reiken aan het door verdachte bij de politie genoemde adres, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit
1. Afwijzing (voorwaardelijk) getuigenverzoek a.b.i. art. 331.1 jo. 328 jo. 315 Sv. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast en de afwijzing van het verzoek toereikend gemotiveerd, nu de verdediging niet heeft aangevoerd waaromtrent X als getuige gehoord diende te worden. 2. Fa
Salduz-verweer. Verdachte is niet de gelegenheid geboden voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is reeds op die enkele grond - afgezien van niet terzake doende uitzonderingen - sprake van een onher
Klacht over verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek. Het Hof heeft, tegen de achtergrond van hetgeen aan het verzoek tot het (doen) horen van de getuigen ten grondslag is gelegd, kennelijk en niet onbegrijpelijk de voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan
Afwijzing getuigenverzoek. Nu het bij pleidooi gedane verzoek, gelet op hetgeen t.t.z. is aangevoerd, onmiskenbaar ertoe strekte de verklaring van verbalisant Y55 op betrouwbaarheid te toetsen, is ’s Hofs oordeel niet zonder meer begrijpelijk gemotiveerd.
Getuigenverzoek. Het Hof heeft het verzoek aan de hand van de juiste maatstaf afgewezen. De afwijzing is in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. De politieverklaringen van X zijn niet het enige bewijsmiddel waaruit
1. Afwijzing verzoek Oslo-confrontatie. 2. Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. Ad 1. In ’s Hofs oordeel ligt besloten dat het geen noodzaak heeft gezien voor toewijzing van het verzoek. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen toepasselijke maa
Getuigenverzoek. Door te overwegen dat het verzoek wordt afgewezen omdat door verdachte misbruik wordt gemaakt van procesrecht, heeft het Hof een onjuiste maatstaf aangelegd bij zijn beslissing. Vzv. het Hof voorts - ten overvloede - heeft overwogen dat verdachte de noodzaak tot
Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever het geven van toe- of instemming door een raadsman - zoals i.c. o.g.v. art. 322.3 Sv - heeft gezien als een bevoegdheid van de raadsman, die, naar volgt uit art.
Profijtontneming. Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. In HR LJN BP2412 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het geven van toe- of instemming door een raadsman, zoals op grond van art. 322.3 Sv een bevoegdheid is van de raadsman die, naar volgt uit
1. Kennelijke misslag beslag. 2. Redelijke termijn. Ad 1. Het Hof heeft als gevolg van een kennelijke misslag t.a.v. een mobiele telefoon zowel de teruggave gelast aan verdachte als de bewaring daarvan gelast tbv de rechthebbende. HR doet de zaak zelf af. Ad 2. T.t.v. het instell
Geen beslissing op aanhoudingsverzoek. Het Hof heeft het betoog van de raadsman kennelijk uitgelegd als een betwisting van de juistheid van de door het Hof gegeven afwijzende beslissing op een eerder ter terechtzitting gedaan aanhoudingsverzoek en niet als een uitdrukkelijk gedaa
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter onderbouw
Aanzegging getuige om op de nadere t.z. weer aanwezig te zijn. Het verzoek van de rm is een verzoek a.b.i. art. 319.3 jo. 331.2 jo. 415 Sv. Het Hof had dienen te bepalen dat de aanwezigheid van de getuige bij de nadere behandeling wordt vereist, tenzij het van oordeel is dat door
Aanzegging getuige om op de nadere t.z. weer aanwezig te zijn. Het verzoek van de rm is een verzoek a.b.i. art. 319.3 jo. 331.2 jo. 415 Sv. Het Hof had dienen te bepalen dat de aanwezigheid van de getuige bij de nadere behandeling wordt vereist, tenzij het van oordeel is dat door
Beïnvloeding van getuigen. Uitleg art. 285a Sr. Verweer en middel steunen op de opvatting dat voor een veroordeling terzake van het in art. 285a Sr voorziene misdrijf is vereist dat komt vast te staan dat van de zijde van de verdachte sprake is geweest van enige vorm van intimida
1. Hervatting onderzoek tz. Art. 322.3 en 331 Sv. 2. Voorlopige beslissing op verzoek. Ad 1. Ex art. 322.3 Sv jo. art.331.1 Sv is, ingeval het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing bevond, naast instemming van de verdachte ook die van
1. Hervatting onderzoek tz. Art. 322.3 en 331 Sv. 2. Voorlopige beslissing op verzoek. Ad 1. Ex art. 322.3 Sv jo. art.331.1 Sv is, ingeval het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing bevond, naast instemming van de verdachte ook die van
Art. 265.2 Sv. Dagvaardingstermijn. Kan een gemachtigd raadsman afstand doen van de dagvaardingstermijn? HR: uitgangspunt is dat ovk. art. 265.3 Sv het onderzoek wordt geschorst indien verdachte geen toestemming tot verkorting van de termijn voor dagvaarden geeft. Als verdachte i