Voorwaardelijk verzoek horen getuigen. Het Hof heeft kennelijk in de handgeschreven verwijzing naar de pleitnota in de zaak tegen medeverdachte geen aanleiding gezien het gestelde in die pleitnota van overeenkomstige toepassing te verklaren. Geen rechtsregel verplicht de rechter
Wetboek van Strafvordering
Art. 330 Sv
Genoemd in 252 uitspraken · Officiële wettekst
252 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Voorwaardelijk verzoek horen getuigen. Verzuim. Maatstaf. Door de verdediging is een verzoek gedaan a.b.i. art. 287.3.a. jo. art. 328 en art. 415 Sv. Nu de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, was een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek vereist. Noch het p-v van
HR: art. 81.1 RO.
Getuigenverzoek. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:1496. Het antwoord op de vraag of het Hof op het verzoek X als getuige te horen een beslissing heeft gegeven, kan in het midden blijven. Uit de pv’s van de tz. blijkt niet dat door of namens verdachte aan de
Grootschalige kinderpornografie, art. 240b Sr. HR formuleert uitgangspunten voor de strafrechtelijke beoordeling van het op grotere schaal voorhanden hebben van kinderporno en plaatst voor de praktijk enkele opmerkingen over de wijze van ten laste leggen in zaken als de onderhavi
Profijtontneming. HR: art. 81.1 RO.
Voorwaardelijk getuigenverzoek, art. 328 jo 331 en 415 Sv. Nu de aan het getuigenverzoek verbonden voorwaarde was vervuld, had het Hof uitdrukkelijk op het verzoek dienen te beslissen. Het verzuim daarop te beslissen heeft nietigheid tot gevolg.
Voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft zijn oordeel dat de voorbedachte raad kan worden bewezenverklaard niet toereikend gemotiveerd. De door het Hof vastgestelde gang van zaken die heeft geleid tot de dood van het slachtoffer
Poging moord. Voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft zijn oordeel, gelet op hetgeen in genoemd arrest is vooropgesteld m.b.t. mogelijke contra-indicaties, ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat het Hof kennel
HR: art. 81.1 RO.
HR: art. 81.1 RO.
Beslag. Cassatie OM en klager. Middel OM: De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. de hier geldende maatstaf. Het oordeel van de Rb dat de OvJ ‘geen nadere feiten en omstandigheden heeft aangedragen die maken dat de transacties van klager als ve
Economische zaak. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2013:885 wat betreft art. 1.2 Sr en vermindert de opgelegde geldboete i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn.
Economische zaak. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2013:885 wat betreft art. 1.2 Sr en vermindert de opgelegde geldboete i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn.
Het middel slaagt op de gronden vermeld in de CAG.
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
Profijtontneming. Artt. 328, 331 en 415 Sv. Verzuim te beslissen op een voorwaardelijk getuigenverzoek. Nu de aan het verzoek verbonden voorwaarde was vervuld, had het Hof uitdrukkelijk op het verzoek dienen te beslissen. Dit verzuim heeft nietigheid tot gevolg.
Vormverzuimen a.b.i art. 359a Sv en daarbuiten. De aan verweer en middel ten grondslag liggende stelling dat het op 15 juni 2000 vastgestelde dactyloscopisch profiel volgens de destijds geldende regels vernietigd had behoren te zijn, kan, indien juist, niet de gevolgtrekking drag
Vervolg op HR LJN BX4491. HR: 81 RO.
1. Horen getuige met gesloten deuren. 2. Afwijzing verzoek tot het oproepen van een niet verschenen getuige, art. 288.1 onder b Sv. Ad 1. Nu de raadsman ttz. heeft ingestemd met het horen van de getuige buiten aanwezigheid van publiek kan het middel bij gebrek aan belang niet tot
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
Afwijzing voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek in de aanvulling i.p.v. in het verkorte arrest. De vraag rijst of een klacht in cassatie die ertoe strekt dat de enkele omstandigheid dat deze beslissing ten onrechte niet in het verkorte arrest, maar in de aanvulling is opgenomen,
Getuigenverzoek. De pleitaantekeningen bevatten onmiskenbaar een voorwaardelijk verzoek als voorzien in art. 331.1 jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv, welke bepalingen ex art. 415.1 Sv ook van toepassing zijn op het onderzoek in h.b. Niet blijkt dat het Hof op
HR: 81 RO en strafvermindering i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn.
WOTS-zaak. Afwijzing aanhoudingsverzoek. De Rb heeft bij de afwijzing van het verzoek a.b.i. 328 jo. 331 jo. 315 Sv (o.g.v. art. 28.4 WOTS van overeenkomstige toepassing) een onjuiste maatstaf aangelegd. Het middel behoeft nochtans niet tot cassatie te leiden, nu inwilliging van