Conclusie AG. Feitelijke leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van oplichting (beleggingsfraude), art. 326 Sr. Middelen over (1) de afwijzing van twee getuigenverzoeken bij tussenarrest en (2) het bewijs dat verdachte aan de oplichtingen feitelijke leiding heeft gege
Wetboek van Strafvordering
Art. 328 Sv
Genoemd in 478 uitspraken · Officiële wettekst
478 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Conclusie AG. Slagende klacht dat het hof met betrekking tot een beroep op psychische overmacht heeft verzuimd te beslissen op een gedaan verzoek tot een nieuwe psychologische rapportage, art. 315, 328 en 330 Sv. De AG stelt zich op het standpunt dat, ondanks de omstandigheid dat
Conclusie AG over afwijzing aanhoudingsverzoek op de grond dat niet aannemelijk is dat de verdachte uit medisch oogpunt niet in staat is om ter terechtzitting in hoger beroep te verschijnen.
Profijtontneming n.a.v. de hoofdzaak waarin de betrokkene is veroordeeld voor opzetheling van horloges afkomstig van inbraak bij een BN-er. Middelen over het afwijzen verzoek contra-expertise m.b.t. waardebepaling horloges, de onschuldpresumptie omdat betrokkene deels is vrijgesp
Faillissementsfraude. Opdracht geven en/of feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk gepleegd door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. Klachten over: 1. afwijzing van een verzoek tot nader onderzoek psychische gesteldheid van verdachte, 2. het bewezenverklaarde handel
Conclusie plv. AG. Falende klachten inzake (1) art. 322 Sv, gewijzigde samenstelling hof bij hervatting onderzoek, (2) afwijzende beslissing van het hof van onderzoekswensen aangaande het aanmerking processtukken, inzage stukken en getuigen, (3) ’s hofs afwijzende beslissingen om
Zedenzaak. Middelen m.b.t. afwijzing verzoek horen getuigen evenals verzoek reconstructie en betrouwbaarheid verklaringen aangeefster. HR: art. 81.1 RO.
Conclusie plv. AG. Medeplegen opzettelijk telen hennep. 1. Klachten over vraag of sprake was van hennepteelt, de pleegperiode en het medeplegen. 2. Middel over verzuim reactie op voorwaardelijk getuigenverzoek. 3. Middel over begrijpelijkheid strafmotivering, nu uit JD niet zou b
Conclusie AG over medeplegen van doodslag. Onderlinge rolverdeling. Samenhang met 16/06309.
Profijtontneming. Conclusie AG over afwijzing aanhoudingsverzoek. Samenhang met 16/02810.
Witwassen door uit misdrijf afkomstig groot geldbedrag voorhanden te hebben in hotel in Amsterdam, art. 420bis.1.b Sr. Verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek en schending van art. 350 Sv en 301.4 Sv door ter verwerping van verweer m.b.t. bewijsuitsluiting v
Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vo
Moord in Zevenbergen. 1. Voorbedachte raad. 2. Bewijsuitsluiting en schending van consultatierecht, art. 359a Sv. 3. Verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan HvJ EU m.b.t. het Unierecht en verhoorbijstand. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat verdachte met voorbedachte ra
Klacht over verzuim van het Hof te beslissen op een (voorwaardelijk) verzoek tot toevoeging aan het dossier van stukken. HR oordeelt dat het een verzoek betreft a.b.i. art. 328 Sv jo. 331 Sv en art. 415 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Nu de aan dit verzoek verbonden vo
Proeftijd. Art. 14b (oud) en 14c (oud) Sr. Het Hof heeft ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld v.w.b. de naleving van de algemene voorwaarde nu deze gelet op het in deze zaak nog geldende art. 14b.2 (oud) Sr jo. 14c.1 (oud) Sr ten hoogste twee jaren kon bedragen.
Klimop-zaak. Witwassen. Art. 420bis Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BF5557, inhoudende dat ook misdrijven die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van art. 420bis Sr op 14 december 2001 kunnen gelden als “enig misdrijf” in de zin van die bepaling. Voo
Profijtontneming. Verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedane verzoeken. De (voorwaardelijke) verzoeken tot het doen van nader onderzoek aan een aangetroffen fles olijfolie en aangetroffen scharen en tot het doen van nader onderzoek naar de kalkafzetting aan de binnenzijde van
Afwijzing verzoek om in het kader van de ontvankelijkheid van het h.b. de postbode die de mededeling uitspraak tevergeefs heeft aangeboden op een oud GBA-adres van verdachte als getuige te horen. Verdediging heeft in h.b. betwist dat verdachte degene was die volgens de akte van u
Afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek. Bij appelschriftuur gedaan en ttz. in h.b. bij pleidooi in voorwaardelijke vorm herhaald verzoek tot horen van verbalisanten. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. beoordeling cassatieklachten over beslissingen inzake verzoeken tot het
Cassatie vd: 81.1 RO. Cassatie OM. Art. 1.2 Sr en 36f.1 Sr. Ovar en tbs met verpleging van overheidswege. Geen schadevergoedingsmaatregel. Verandering in de regels van sanctierecht. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2004: AO3233. HR: art. 36f.1 Sr houdt m.i.v. 1 januari 2014 in dat de in di
HR: art. 81.1 RO.
Verzoek tot het benoemen van een deskundige. Het verzoek tot het benoemen van een deskundige voor nader (gedrags)deskundig onderzoek naar de geestestoestand van verdachte t.t.v. het plegen van de tlgd. feiten, is een verzoek a.b.i. art. 328 Sv i.v.m. art. 330 Sv om gebruik te mak
Art. 243 Sr. Seksueel binnendringen. Afwijzing getuigenverzoek. Het verzoek van de verdediging strekt ertoe om de aangeefster als getuige te horen over haar bij de politie afgelegde verklaring, uit welke verklaring valt af te leiden dat verdachte met een of meer vingers in haar v
Dadelijk uitvoerbaar, art. 14e.1 Sr. Gevaar vereiste. De invoering van deze regeling kan niet worden aangemerkt als een wijziging van wetgeving t.a.v. de strafbaarstelling of strafbedreiging, vgl. HR 27 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:493. De motivering van het Hof is niet toerei
Afwijzing getuigenverzoek. Het ttz. in h.b. door de raadsman gedane verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak voor het doen ondervragen van getuige X is een verzoek in de zin van art. 331.1, jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Die bepalingen zijn i