HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Wetboek van Strafvordering
Art. 328 Sv
Genoemd in 478 uitspraken · Officiële wettekst
478 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Belediging ambtenaar in functie, meermalen gepleegd (art. 267.2 jo. 266.1 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Niet beslist op voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en ttz. herhaald aanhoudingsverzoek van gemachtigde raadsvrouwe op de grond dat verdachte is verhinderd omdat hij
Liquidatie te IJsselstein. Medeplegen moord (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM). Rechtmatigheid van verkrijging van Ennetcom-data en omgang met deze data in Nederland. 1. Gebruik voor het bewijs van Ennetcom-data: (a) rechtmatigheid
Medeplegen gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr) bij woningoverval in Gees. 1. Verzoek tot inzage in OM-journaals m.b.t. beslissing om getuige te horen. Art. 149a.2 Sv. 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schade
Wederrechtelijke vrijheidsberoving van, ontucht met en doodslag op elfjarige jongen op de Brunssummerheide in 1998 (art. 282, 247 en 287 Sr) en verwerven en bezit kinderporno (art. 240b Sr). Schakelbewijs. 1. Bewijsklacht ontucht. 2. Bewijsklacht wederrechtelijke vrijheidsberovin
Conclusie AG. De zaak tegen [verdachte]. Vijf middelen die met voornamelijk motiveringsklachten opkomen tegen het bewijs van 1 subsidiair, doodslag, 2 subsidiair, ontucht, en 3 primair, wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer]. Hoewel het oordeel dat [slachtoffer] is
1. Getuigenverzoek, maatstaf. 2. Voorhanden hebben, art. 26 WWM. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ3295: art. 418.3 Sv ziet, waar wordt gesproken van "een niet bij schriftuur opgegeven getuige" op een o.d.v.v. art. 263 jo. art. 414.2 Sv opgegeven getuige. Dat
1. Art. 243 Sr. Het oordeel van het Hof dat het slo. (door overmatige alcoholinname) heeft verkeerd in een toestand van verminderd bewustzijn a.b.i. art. 243 Sr en dat de vd van die toestand weet had geeft, mede gelet op de door het Hof en in de conclusie van de AG aangehaalde we
Maatstaf verzoek tot het horen van een deskundige. Het verzoek tot het benoemen van een deskundige voor nader onderzoek naar de beeldherkenningen van verdachte is een verzoek a.b.i. art. 328 Sv i.v.m. art. 330 Sv om gebruik te maken van een in art. 316 Sv omschreven bevoegdheid.
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
Afwijzing verzoek verdediging tot voeging van stukken bij het dossier. Het Hof heeft bij de afwijzing van het verzoek van de verdediging a.b.i. art. 328 jo art. 331 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv, de juiste maatstaf gehanteerd (noodzaakcriterium). ’s Hofs afwijzing van
Profijtontneming. Geen beslissing op herhaald getuigenverzoek, art. 330 Sv. Het ttz. in h.b. herhaalde verzoek van de raadsman tot het horen van getuigen, is een verzoek a.b.i. in art. 315 jo. art. 328 Sv, dat ex art. 415 Sv ook van toepassing is in h.b. Ex art. 330 Sv dient de r
-
Jeugdzaak. Maatstaf (voorwaardelijk) verzoek tot het benoemen van een deskundige in zedenzaak. Art. 315.3, tweede volzin, Sv en art. 316 Sv. Het op de tz. in h.b. gedane verzoek van de verdediging tot het benoemen van een deskundige (een seksuoloog) is een verzoek a.b.i. art. 328
Verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedane verzoeken. De (voorwaardelijke) verzoeken tot het horen van getuigen en tot het doen van nader onderzoek aan een aangetroffen fles olijfolie en aangetroffen scharen zijn verzoeken als voorzien in art. 331.1 Sv jo. art. 328 Sv, om toep
Afwijzing getuigenverzoeken. In een geval waarin in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv, een opgave van een of meer getuigen of deskundigen wordt gedaan a.b.i. art. 410.3 Sv, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv, de in art. 288.1.c. Sv voorziene maatstaf te hanteren. Een
Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen over o.m. een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het houden van een schriftelijke conclusiewisseling en het toerekenen van op rekeningen van BV’s gestorte gelden aan de betrokkene.
Afwijzing getuigenverzoek. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 omtrent de beoordeling van cassatieklachten over beslissingen inzake verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen. De HR verstaat de afwijzing van het verzoek aldus dat het Hof heeft geoordeeld dat de noodzaak tot he
Verzoek tot het benoemen van een deskundige. Het verzoek tot het benoemen van een deskundige voor nader (gedrags)deskundig onderzoek naar de geestestoestand van verdachte t.t.v. het plegen van de tlgd. feiten, is een verzoek a.b.i. art. 328 Sv i.v.m. art. 330 Sv om gebruik te mak
Afwijzing bij tussenarrest van door de verdediging gedane verzoeken. Het Hof heeft bij de afwijzing van het verzoek deskundige X een onderzoek te laten instellen (een verzoek a.b.i. art. 328 jo 316 Sv) de juiste maatstaf toegepast, en de afwijzing toereikend gemotiveerd. Bij de a
Voorwaardelijk getuigenverzoek. Art. 315 jo art. 328 Sv. Het in ’s Hofs overwegingen besloten liggende kennelijke oordeel dat het voorwaardelijke verzoek tot het horen van een getuige a.b.i. art. 315 jo art. 328 Sv moet worden afgewezen, is niet onbegrijpelijk. Conclusie AG: ande
1. (Voorwaardelijk) verzoek. 2. Verlenging proeftijd. Ad 1. Een verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 415 Sv moet stelling, duidelijk en (voldoende) onderbouwd zijn. Het verzoek van de rm voldoet niet aan die eisen. Het kennelijke oordeel van het Hof dat dit verzoek geen beslissing
Conclusie AG over (onder meer) toewijzing vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel; rechtstreekse schade, causaliteit en aansprakelijkheid wanneer de aan een derde toegebrachte schade is veroorzaakt door politieoptreden in het kader van het opsporingsonderzoek (z
Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen in een woning en medeplegen van het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen in een schuur. Aangezien de bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen op