Beoordeling bezwaarschrift ex artikel 208 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat artikel 316, derde lid, Sv niet verder strekt dan te bepalen dat, indien een onderzoekshandeling wordt verricht, deze wordt verricht overeenkomstig de (procedure)vo
Wetboek van Strafvordering
Art. 322 Sv
Genoemd in 228 uitspraken · Officiële wettekst
228 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Proces-verbaal van de ziting van 14 februari 2011.
1. Getuigenverzoek, maatstaf. 2. Voorhanden hebben, art. 26 WWM. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ3295: art. 418.3 Sv ziet, waar wordt gesproken van "een niet bij schriftuur opgegeven getuige" op een o.d.v.v. art. 263 jo. art. 414.2 Sv opgegeven getuige. Dat
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Antilliaanse zaak. Hervatting terechtzitting in gewijzigde samenstelling. HR verwijst naar relevante overwegingen uit HR LJN AA9480 t.a.v. art. 322 Sv. Het Hof - dat steeds anders was samengesteld - heeft ten onrechte 2 maal de tz. in h.b. hervat in de stand waarin het onderzoek
Afwijzing getuigenverzoeken. Art. 316 en 322.4 Sv. Niet blijkt dat door of namens verdachte een verzoek a.b.i. art. 287.3.a Sv is gedaan om de bij appelschriftuur opgegeven getuigen alsnog ttz. op te roepen. Verzocht is “de zaken open terug te verwijzen naar de RC teneinde het no
Art. 322.4 Sv. Welke beslissingen blijven na opnieuw aanvangen in stand? Redelijke wetstoepassing brengt met mee dat art. 322.4 Sv ook de uit hoofde van art. 315 Sv gegeven bevelen tot oproeping van getuigen omvat. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het
Afwijzing getuigenverzoek. Hof wijst op regiezitting getuige toe, maar komt op latere tz. op de beslissing terug als blijkt dat deze getuige reeds door de RC is gehoord. In ‘s Hofs oordeel ligt besloten dat het horen van de getuige niet noodzakelijk is. Gelet op art. 418.2 Sv hee
1. HR verwijst naar conclusie AG die inhoudt dat het middel dat klaagt over de afwijzing van een verzoek, onbesproken moet blijven omdat het opkomt tegen een beslissing waarop het bestreden arrest niet is gebaseerd. 2. Bewijsklacht. HR: ’s Hofs oordeel dat het verdachte is die de
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2
Het bestreden arrest houdt in dat het is gewezen n.a.v. het onderzoek ttz. van het Hof van 12-4-2006 en het onderzoek ttz. in 1e aanleg. I.c. is de dagvaarding in hoger beroep op 24-12-2004 op de voet van art. 588.3 aanhef onder a Sv aan verdachte betekend. Art. 322.4 Sv (i.w.tr.
Grondslagverlating. Na verwijzing door de HR beraadslaagde het hof op grondslag van de bij het eerste hof gewijzigde tenlastelegging. De verwijzingsopdracht van de HR hield in dat het hof op de grondslag van de inleidende dagvaarding het onderzoek in zijn geheel opnieuw had moete
Afwijzing getuigenverzoek. Gang van zaken: vóór de terechtzitting van 15-12-03 is door de verdediging per brief aan de AG de oproeping verzocht van de getuigen X en Y. Ter terechtzitting heeft de verdediging gepersisteerd bij dit verzoek waaraan de AG geen gevolg heeft gegeven. H