Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
Wetboek van Strafvordering
Art. 322 Sv
Genoemd in 228 uitspraken · Officiële wettekst
228 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Art. 322.3 Sv. Het Hof heeft, nadat de zaak al inhoudelijk was behandeld op een eerdere tz., het o.ttz. hervat zonder instemming van de AG en de aanwezige verdachte. Dit heeft nietigheid van het onderzoek ttz. en de mede naar aanleiding daarvan gewezen einduitspraak tot gevolg.
Weigerende observandus. Art. 37.2 jo. 37.3 Sr. Het klaarblijkelijke oordeel van het Hof dat zich i.c. het in art. 37.3 Sr bedoelde geval voordoet dat verdachte weigert medewerking te verlenen aan een onderzoek als in die bepaling bedoeld, geeft niet blijk van een onjuiste uitleg
N-o verklaring ingestelde h.b. Verdachte heeft h.b. ingesteld tegen het vonnis van de Rb, waarbij het OM n-o werd verklaard in de strafvervolging. De aan het oordeel van het Hof ten grondslag liggende rechtsopvatting dat een verdachte in zijn h.b. n-o kan worden verklaard als hij
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming
Beschikking. Zonder instemming van klaagster horen van getuigen door één van de raadsheren als Rh-C die nadien als raadsheer aan de behandeling in r.k. heeft deelgenomen. Artt. 21.1 en 21.4 Sv en 316.2 Sv. Uit art. 21.1 en 21.4 Sv, in samenhang beschouwd, volgt dat art. 316 Sv oo
Art. 81 RO. Haags Kinderontvoeringsverdrag; verzoek om teruggeleiding; geen weigeringsgrond als bedoeld in art. 13 Hkov.
Het Hof heeft verzuimd in het bestreden arrest een met redenen omklede beslissing te geven op een verweer als bedoeld in art. 359a Sv omtrent de rechtmatigheid van de doorzoeking van de woning van verdachte en het aldaar aantreffen van de hennepkwekerij. Dat leidt tot nietigheid
Het hof heeft ten onrechte niet uitdrukkelijk met redenen omkleed beslist op een gevoerd verweer met betrekking tot de redelijke termijn.
Profijtontneming. Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. In HR LJN BP2412 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het geven van toe- of instemming door een raadsman, zoals op grond van art. 322.3 Sv een bevoegdheid is van de raadsman die, naar volgt uit
Profijtontneming. Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. In HR LJN BP2412 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het geven van toe- of instemming door een raadsman, zoals op grond van art. 322.3 Sv een bevoegdheid is van de raadsman die, naar volgt uit
Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever het geven van toe- of instemming door een raadsman - zoals i.c. o.g.v. art. 322.3 Sv - heeft gezien als een bevoegdheid van de raadsman, die, naar volgt uit art.
Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever het geven van toe- of instemming door een raadsman - zoals i.c. o.g.v. art. 322.3 Sv - heeft gezien als een bevoegdheid van de raadsman, die, naar volgt uit art.
De militaire kamer veroordeelt een luitenant-kolonel tot een werkstraf gedurende veertig uren wegens schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd.
Proces-verbaal van de ziting van 14 februari 2011.
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
1. Hervatting onderzoek tz. Art. 322.3 en 331 Sv. 2. Voorlopige beslissing op verzoek. Ad 1. Ex art. 322.3 Sv jo. art.331.1 Sv is, ingeval het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing bevond, naast instemming van de verdachte ook die van
1. Hervatting onderzoek tz. Art. 322.3 en 331 Sv. 2. Voorlopige beslissing op verzoek. Ad 1. Ex art. 322.3 Sv jo. art.331.1 Sv is, ingeval het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing bevond, naast instemming van de verdachte ook die van
Antilliaanse zaak. Hervatting terechtzitting in gewijzigde samenstelling. HR verwijst naar relevante overwegingen uit HR LJN AA9480 t.a.v. art. 322 Sv. Het Hof - dat steeds anders was samengesteld - heeft ten onrechte 2 maal de tz. in h.b. hervat in de stand waarin het onderzoek
Art. 322.3 Sv. Nu uit het laatste pv. ttz. niet blijkt dat de AG bij het Hof en verdachte hebben ingestemd met hervatting van het o.ttz. had het Hof op die zitting het onderzoek opnieuw moeten aanvangen. Volgt vernietiging.
HR: art. 81 RO.
Bewijsmotivering. Uit de bewijsvoering kan niet volgen dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de kozijnen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen. De door het Hof gegeven nadere bewijsmotivering is niet zonder meer begrijpelijk.
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
Aanvullende schriftuur. De in de aanvulling verwoorde primaire klacht is een zelfstandig middel. Dat middel is eerst voorgesteld nadat de in art. 437.2 Sv genoemde termijn was verstreken, zodat het onbesproken moet blijven.
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.