Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. aanwezig hebben cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en voorbereidingshandelingen verkoop cocaïne (art. 10a Opiumwet). Aanwezigheidsrecht, art. 260.5 Sv. Schriftelijke vertaling van appeldagvaarding en oproeping nadere tz. in h.b. bij verdachte die Ned
Wetboek van Strafvordering
Art. 320 Sv
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering staat de functie die tegenwoordig aan art. 36 Sv moet worden toegekend. Het artikel v
Cassatie in belang der wet. Bezwaarschrift tegen toepassing vervangende hechtenis wegens niet (naar behoren) verrichte taakstraf, art. 14h, 22g en 22h Sr. Brengt de overeenkomstige toepassing van art. 14h.3 Sr op de behandeling van een ex art. 22g.3 Sr ingediend bezwaarschrift me
Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, of
Conclusie AG. Gekwalificeerde diefstal (art. 311.1 onder 5 Sr). Middel bevat klacht over schending oproepingstermijn in hoger beroep na schorsing voor bepaalde tijd (art. 319 Sv). De conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 23/04687.
Hoger beroep tegen bevel gevangenneming. Hof gaat in tussenbeschikking in op de procedureregels die van toepassing zijn wanneer een vordering tot gevangenneming wordt gedaan nadat het onderzoek ter terechtzitting in de strafzaak is geschorst.
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. Ambtshalve opmerking over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep i.v.m. vraag of cassatieberoep tijdig is ingesteld. Klacht over schending betekeningstermijn na aanhouding voor bepaalde tijd (art. 319 Sv). De conclusie
Conclusie AG. Ontbrekende betekeningstukken oproeping nadere tz. in h.b na schorsing bepaalde tijd. Conclusie gaat in op de vraag of het hof een nietige betekening voor gedekt had kunnen houden en gaat daarbij in op regelgeving en rechtspraak inzake 1. betekening en 2. onderbreki
Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, of
Veroordeling voormalig gedeputeerde Provincie Noord-Holland wegens omkoping, witwassen, medeplegen valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift begaan door een rechtspersoon. OM-cassatie en cassatie verdachte. Middelen m.b.t. o.a. (i) beroep op kwalif
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Ontvankelijkheid hoger beroep. Het middel dat de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring in het h.b. bestrijdt met een betoog omtrent de betekening van de oproeping voor de (nadere) tz. in 1e aanleg, ziet eraan voorbij dat het Hof de niet-ontvankelijkverklaring van verdachte i
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2