Afwijzing verzoek horen getuigen. Artt. 420.2, 186 en 186a Sv. ’s Hofs oordeel dat de Rh-C het laten plaatsvinden van een door het Hof opgedragen getuigenverhoor afhankelijk mocht stellen van de voorwaarde dat de door de verdediging te stellen vragen op voorhand aan de Rh-C zoude
Wetboek van Strafvordering
Art. 316 Sv
Genoemd in 185 uitspraken · Officiële wettekst
185 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Beroep op noodweer(exces) en putatief noodweer. ‘Garantenstellung’. ’s Hofs oordeel dat het beroep op noodweer(exces) moet worden verworpen omdat de gedragingen van verdachte (politieambtenaar) niet geboden zijn geweest ter noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke, wed
onrechtmatige overheidsdaad; schade door door NMa opgelegde boete die door bestuursrechter is vernietigd wegens verboden vermenging van onderzoeksbevoegdheden en boeteoplegging. Formele rechtskracht? Toetsing aan criteria voor onrechtmatige strafvordering
Zaak “Passage”. Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep een tweede kroongetuige geïntroduceerd. Overwegingen en beslissingen over de voortgang van de behandeling van de zaken in hoger beroep. Onderwerpen: 1. samenloop met en afstemming van behandeling in hoger beroep op beh
Cassatie in het belang der wet. Verhouding tussen zittingsrechter en RC. 1. Art. 238.2 Sv. Na de kennisgeving van de OvJ dat tot dagvaarding zal worden overgegaan is de RC bevoegd tot voortzetting van zijn o.g.v. art. 181 - 183 Sv reeds lopende onderzoek zolang het onderzoek ttz
-
HR: art. 81.1 RO.
Beslissing tot afwijzing van een door de verdediging gedaan verzoek. Het Hof heeft het door de raadsman bij appelschriftuur en nadien ttz. herhaalde verzoek klaarblijkelijk opgevat - niet als een verzoek tot het doen oproepen van de getuige, maar - als een verzoek dat ertoe strek
1. OvJ heeft geen belang bij oordeel over de beslissing tot toevoeging van stukken aan dossier door rechter-commissaris, c.q. de bevoegdheid van de RC daartoe, nu de OvJ de stukken zelf aan het dossier heeft toegevoegd en daartoe ook bevoegd is. 2. Appel gegrond en machtiging ex
Grootschalige kinderpornografie, art. 240b Sr. HR formuleert uitgangspunten voor de strafrechtelijke beoordeling van het op grotere schaal voorhanden hebben van kinderporno en plaatst voor de praktijk enkele opmerkingen over de wijze van ten laste leggen in zaken als de onderhavi
Bezwaarschrift ex artikel 182 Sv. Bezwaarde n.o. in bezwaar
HR: art. 81.1 RO.
Het bezwaarschrift richt zich tegen een beslissing van de rechter-commissaris van 9 april 2013, aldus nadat het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen. Een en ander maakt dat er voor een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 182, zesde lid, Sv geen ruimte meer is,
Wet versterking positie rechter-commissaris. Geen keuzevrijheid voor raadsvrouwe op grond van deze wet. Na het uitbrengen van de dagvaarding, maar in ieder geval vanaf het moment van aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, is een einde gekomen aan de fase van het voorzonder
Met de Wet versterking positie rechter-commissaris is, zoals de raadsman terecht betoogt, mede een vereenvoudiging en flexibilisering van het onderzoek beoogt, maar enkel daaruit kan niet worden afgeleid dat de rechter-commissaris ook nog na aanvang van het onderzoek ter terechtz
Met de Wet versterking positie rechter-commissaris is, zoals de raadsman terecht betoogt, mede een vereenvoudiging en flexibilisering van het onderzoek beoogt, maar enkel daaruit kan niet worden afgeleid dat de rechter-commissaris ook nog na aanvang van het onderzoek ter terechtz
Het hof wijst wrakingsverzoek, alsmede het verzoek tot verwijzing van de wrakingszaak naar de raadsheer-commissaris ex artikel 316 Sv en het verzoek tot ambtshalve verwijzing naar de officier van justitie op grond van artikel 162 Sv, af en bepaalt dat een volgend verzoek tot wrak
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
HR: 81 RO en strafvermindering i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn.
Saban B. 1. Art. 318.1 Sv, verplaatsing tz. Art. 539a Sv. 2. Art. 420.1 Sv en 316.2 Sv, verzoek horen verdachte door Rh-C. 3. Opnames van getuigenverhoren afgelegd bij de Rh-C. 4. Motivering opgelegde gb. Ad 1. Op gronden als vermeld in HR LJN AA8965 heeft het Hof het verzoek tot
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming
Beschikking. Zonder instemming van klaagster horen van getuigen door één van de raadsheren als Rh-C die nadien als raadsheer aan de behandeling in r.k. heeft deelgenomen. Artt. 21.1 en 21.4 Sv en 316.2 Sv. Uit art. 21.1 en 21.4 Sv, in samenhang beschouwd, volgt dat art. 316 Sv oo
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming
Beschikking. Zonder instemming van klaagster horen van getuigen door één van de raadsheren als Rh-C die nadien als raadsheer aan de behandeling in r.k. heeft deelgenomen. Artt. 21.1 en 21.4 Sv en 316.2 Sv. Uit art. 21.1 en 21.4 Sv, in samenhang beschouwd, volgt dat art. 316 Sv oo
De rechtbank Arnhem heeft vandaag uitspraak gedaan in vier van de acht zaken van het zogenaamde ‘Welp-onderzoek’. Dit betreft een onderzoek naar mensenhandel. Een 14-jarig en zwakbegaafd meisje, dat was weggelopen uit een instelling waar zij onder toezicht was gesteld, is door ee