Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door
Wetboek van Strafvordering
Art. 316 Sv
Genoemd in 185 uitspraken · Officiële wettekst
185 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Medeplegen van schuldwitwassen. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:804. Falende middelen over 1. afwijzing (voorwaardelijk) verzoek deskundigenonderzoek te gelasten naar het bestaan van cognitieve stoornissen bij verdachte. 2. bewijsmotivering redelijkerwijs moeten vermoeden dat tlgd. ge
Proeftijd. Art. 14b (oud) en 14c (oud) Sr. Het Hof heeft ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld v.w.b. de naleving van de algemene voorwaarde nu deze gelet op het in deze zaak nog geldende art. 14b.2 (oud) Sr jo. 14c.1 (oud) Sr ten hoogste twee jaren kon bedragen.
Saban B. 1. Art. 318.1 Sv, verplaatsing tz. Art. 539a Sv. 2. Art. 420.1 Sv en 316.2 Sv, verzoek horen verdachte door Rh-C. 3. Opnames van getuigenverhoren afgelegd bij de Rh-C. 4. Motivering opgelegde gb. Ad 1. Op gronden als vermeld in HR LJN AA8965 heeft het Hof het verzoek tot
Rijden onder invloed van cannabinoïden (vastgesteld o.g.v. NFI-rapport). Voor veroordeling t.z.v. art. 8.1 WVW 1994 is beslissend of uit de bewijsmiddelen kan volgen dat verdachte onder zodanige invloed van de desbetreffende stof verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in
Tussenvonnis. Het onderzoek wordt heropend. De rechtbank is van oordeel dat nader onderzoek nodig is, namelijk het horen van een getuige.
Inhoudsindicatie volgt
Tussenvonnis. Bij de beraadslaging is de rechtbank gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank zal het onderzoek heropenen en schorsen voor onbepaalde tijd teneinde een aantal getuigen (nader) te horen.
Conclusie AG. Gekwalificeerde doodslag van 72-jarige bewoner van een verzorgingstehuis. Afwijzing van klachten over het bewijs van voorwaardelijk opzet en over de toepassing van artikel 423 Sv. Slagende klacht over het verzoek om gedragsdeskundigen ter terechtzitting te horen. De
Tussenbeslissing in de strafzaken onderzoek ‘Eudora’
De rechtbank Overijssel heropent het onderzoek van een 56-jarige man en zijn vrouw, die verdacht worden van het plegen van faillissementsfraude. De rechtbank verwijst de zaken naar de rechter-commissaris voor het horen van enkele getuigen.
De rechtbank Overijssel heropent het onderzoek van een 54-jarige vrouw en haar man, die verdacht worden van het plegen van faillissementsfraude. De rechtbank verwijst de zaken naar de rechter-commissaris voor het horen van enkele getuigen.
(Medeplegen van) gewoontewitwassen, art. 420bis en 420ter Sr, meerdaadse samenloop van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, art. 225 Sr en (medeplegen van) oplichting, meermalen gepleegd, art. 326 Sr. Middelen m.b.t. 1. af
Beslissing op preliminaire verweren en onderzoekswensen.
Beslissing op preliminaire verweren en onderzoekswensen.
Beslissing op preliminaire verweren en onderzoekswensen.
Beslissing op preliminaire verweren en onderzoekswensen.
Voorzitter Hof heeft in zijn hoedanigheid van Rh-C (poortraadsheer) ex art. 411a.1 Sv enig onderzoek in de zaak verricht door getuigenverzoek toe te wijzen. Functiecumulatie van Rh-C en voorzitter Hof. Behandeling door onpartijdig gerecht en toepasselijkheid art. 268.2 Sv in h.b.
Afwijzing verzoek horen getuigen. Artt. 420.2, 186 en 186a Sv. ’s Hofs oordeel dat de Rh-C het laten plaatsvinden van een door het Hof opgedragen getuigenverhoor afhankelijk mocht stellen van de voorwaarde dat de door de verdediging te stellen vragen op voorhand aan de Rh-C zoude
onrechtmatige overheidsdaad; schade door door NMa opgelegde boete die door bestuursrechter is vernietigd wegens verboden vermenging van onderzoeksbevoegdheden en boeteoplegging. Formele rechtskracht? Toetsing aan criteria voor onrechtmatige strafvordering
Cassatie in het belang der wet. Verhouding tussen zittingsrechter en RC. 1. Art. 238.2 Sv. Na de kennisgeving van de OvJ dat tot dagvaarding zal worden overgegaan is de RC bevoegd tot voortzetting van zijn o.g.v. art. 181 - 183 Sv reeds lopende onderzoek zolang het onderzoek ttz
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming
Beschikking. Zonder instemming van klaagster horen van getuigen door één van de raadsheren als Rh-C die nadien als raadsheer aan de behandeling in r.k. heeft deelgenomen. Artt. 21.1 en 21.4 Sv en 316.2 Sv. Uit art. 21.1 en 21.4 Sv, in samenhang beschouwd, volgt dat art. 316 Sv oo
Saban B. 1. Art. 318.1 Sv, verplaatsing tz. Art. 539a Sv. 2. Art. 420.1 Sv en 316.2 Sv, verzoek horen verdachte door Rh-C. 3. Opnames van getuigenverhoren afgelegd bij de Rh-C. 4. Motivering opgelegde gb. Ad 1. Op gronden als vermeld in HR LJN AA8965 heeft het Hof het verzoek tot
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming