De omstandigheid dat een onderzoek ex art. 411a Sv is verzocht of ingesteld staat er niet aan in de weg dat de zaak ter terechtzitting in hoger beroep wordt behandeld. Door de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting vervalt de bevoegdheid van de RC om (nader) onderzoek te ve
Wetboek van Strafvordering
Art. 315 Sv
Genoemd in 586 uitspraken · Officiële wettekst
586 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 23 · live
Ontoereikend gemotiveerde afwijzing getuigenverzoek. Het per brief van 5-1-04 aan de AG gedane getuigenverzoek voor de terechtzitting van 22-1-04 is een verzoek ex art. 287.3a (oud) jo. 415 Sv. Maatstaf voor de beoordeling van zo’n verzoek is ex art. 288.1c jo. 415 Sv of redelijk
Het hof heeft, kort samengevat, bewezenverklaard dat verdachte, als macrobiotisch voedingsadviseur, opzettelijk de gezondheid van A heeft benadeeld door haar, terwijl zij baarmoederhalskanker had, niet (tijdig) te verwijzen naar de reguliere gezondheidszorg en een macrobiotische
Daderschap van een rechtspersoon. De verbodsbepaling van art. 3 Regeling technische maatregelen 2000 inzake het aanbrengen van voorzieningen aan netten die de mazen in enig deel van het net kunnen versperren of de feitelijke afmetingen daarvan kunnen verkleinen, richt zich tot ee
Vuurwerkramp Enschede. 1. HR leest de bewezenverklaring en kwalificatie van feit 4 (toegesneden op art. 158.3 (oud) Sr) aldus verbeterd dat deze uitsluitend ziet op feitelijke leiding geven, nu de bewijsmiddelen niets inhouden omtrent het opdracht geven aan de bedoelde feiten. Ee
Heling hawalagelden. In de bewezenverklaring wordt met "hawala" gedoeld op een constructie die inhield dat, nadat uit handel in verdovende middelen verkregen gelden door een mededader in Engeland waren ontvangen, bedragen van diezelfde grootte door een andere mededader aan verdac
1. De als middel van cassatie gepresenteerde motiveringsklacht is geen middel aangezien daarin niet is aangegeven waarom het bestreden oordeel niet begrijpelijk zou zijn. 2. HR verwerpt klacht over afwijzing aanhoudingsverzoek door raadsman die stelt niet in staat te zijn geweest
Afwijzing van niet tijdig gespecificeerd verzoek van verdediging om locatiegegevens van aan verdachte toegeschreven mobiele telefoon. De procesgang: Bij brief van 24-3-03 verzocht de raadsman de AG om dergelijke gegevens. Ter terechtzitting van 4-4-03 herhaalde de raadsman zijn v
Profijtontneming. 1. Middel over verwerping van bewijsuitsluitingsverweer faalt omdat a. 's hofs voordeelberekening steunt op bewijsmiddelen ten aanzien waarvan niet is aangevoerd dat zij onrechtmatig zouden zijn verkregen, b. het hof de in het verweer bedoelde gegevens slechts t
Toelaatbaarheid voor het bewijs van tegenover de politie afgelegde getuigenverklaring. Indien de verdediging niet in enig stadium de gelegenheid heeft gehad die getuige te (doen) ondervragen, staat art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van die verklaring niet in de weg, als
Aanhoudingsverzoek tbv voorbereiding pleidooi door opvolgende raadsvrouwe. 's Hofs oordeel het verzoek niet verder toe te wijzen dan tot de middag van de volgende dag is onjuist noch onbegrijpelijk. Het hof heeft de belangen van de medeverdachten, de benadeelde partijen en de nab
De rechtbank Haarlem veroordeelt een verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar, vanwege overtredingen van de Opiumwet (art. 2 en art. 3), het deelnemen aan een criminele organisatie en een overtreding van de Wet wapens en munitie. Ten aanzien van het verweer v
Eisen aan een ter terechtzitting gedaan verzoek tot nader onderzoek. De niet nader geadstrueerde suggestie dat er iets mis zou kunnen zijn met het aangetroffen dactyloscopisch spoor is geen voldoende onderbouwd verzoek tot nader onderzoek.
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
7 oktober 2003 Strafkamer nr. 02414/02 EW/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 april 2002, nummer 22/002227-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
-
-
-
-
Het middel behelst onder meer de klacht dat de verdachte door het Hof is veroordeeld op grond van bepalingen die niet overeenkomstig de notificatierichtlijn 94/10/EG aan de Europese Commissie zijn medegedeeld en derhalve buiten toepassing dienen te blijven. Het middel voert daart
-
-
-
-
-