HR: art. 81.1 RO. De overschrijding van de inzendtermijn wordt gecompenseerd doordat de HR de zaak binnen 16 maanden na het instellen van het cassatieberoep afdoet.
Wetboek van Strafvordering
Art. 315 Sv
Genoemd in 586 uitspraken · Officiële wettekst
586 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Afwijzing getuigenverzoek. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 omtrent de beoordeling van cassatieklachten over beslissingen inzake verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen. De HR verstaat de afwijzing van het verzoek aldus dat het Hof heeft geoordeeld dat de noodzaak tot he
BTW-carrousel. Slagende bewijsklacht witwassen (criminele herkomst). CAG: anders.
HR: art. 81.1 RO.
BTW-carrousel. Slagende bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk en witwassen (criminele herkomst). CAG: anders.
HR: 81.1 RO + strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.
Getuigenverzoek. Maatstaf. Het Hof heeft het verzoek X en Y als getuigen te horen met toepassing van het noodzaakcriterium afgewezen. Het p-v van de tz. houdt als mededeling van de raadsman van verdachte in dat het bij appelschriftuur gedane verzoek niet wordt gehandhaafd. Dat br
HR: art. 81.1 RO.
Afwijzing getuigenverzoek. Horen minderjarig kind van aangeefster en verdachte als getuige. Art. 288.1.b, Sv. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BI3847, NJ 2010/191 m.b.t. het feit dat de rechter ex art. 288.1.b, Sv van het verhoor van een niet verschen
HR: art. 81.1 RO.
Witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:150 m.b.t. verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf. Deze rechtsregels hebben slechts betrekking op het geval dat verdachte voorwerpen heeft verworven of voorhanden heeft gehad, terwijl aanne
HR: 81.1 RO.
Economische zaak. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2013:885 wat betreft art. 1.2 Sr en vermindert de opgelegde geldboete i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn.
Economische zaak. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2013:885 wat betreft art. 1.2 Sr en vermindert de opgelegde geldboete i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn.
Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. In het geval dat het onderzoek ttz. is geschorst en het verzoek tot het oproepen van getuigen eerst is gedaan of - na eerdere afwijzing - herhaald na de schorsing, is de maatstaf bij de beoordeling van het verzoek of de noodzaak van hetgeen wo
Het middel slaagt op de gronden vermeld in de CAG.
Herstelarrest. Foutieve vermelding van het verminderde ontnemingsbedrag als gevolg van de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie a.b.i. art. 6.1 EVRM. De Hoge Raad verbetert deze misslag in het op 10 september 2013 in de zaak 11/02589P uitgesproken arrest.
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
Profijtontneming. Artt. 328, 331 en 415 Sv. Verzuim te beslissen op een voorwaardelijk getuigenverzoek. Nu de aan het verzoek verbonden voorwaarde was vervuld, had het Hof uitdrukkelijk op het verzoek dienen te beslissen. Dit verzuim heeft nietigheid tot gevolg.
Art. 81.1 RO.
HR: 81.1 RO.
Art. 81 lid 1 RO. Nietigverklaring octrooi. Toewijzing proceskosten art. 1019h Rv.
WOTS-zaak. Afwijzing aanhoudingsverzoek. De Rb heeft het namens veroordeelde primair gevoerde verweer strekkende tot afwijzing van de vordering verworpen en in dat verband o.m. geoordeeld dat het op de weg van veroordeelde had gelegen om dit verweer met feiten en omstandigheden t
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
Stempelvonnis ex art. 378a Sv en het verlenen van verlof ex art. 410a Sv. Vzv. wordt geklaagd dat het vonnis uitgewerkt had moeten worden miskent het middel dat indien een stempelvonnis is gewezen o.g.v. art. 422 Sv de beraadslaging alleen n.a.v. het onderzoek in h.b. plaatsvindt