HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Wetboek van Strafvordering
Art. 315 Sv
Genoemd in 586 uitspraken · Officiële wettekst
586 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Post-Keskin zaak. Mishandeling van fietsenmaker, art. 300.1 Sr. 1. HR gaat in op uitspraak van EHRM in zaak Keskin tegen Nederland (nr. 2205/16) en betekenis van die uitspraak voor beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door Nederlandse strafrechter en voor
Cassatie in het belang van de wet. Procesafspraken in strafzaken. Is Rb in het licht van art. 6 EVRM op goede gronden gekomen tot oordeel dat i.h.k.v. procesafspraken de belangen van verdachte zijn geëerbiedigd en verzet WvSv zich tegen redelijkheidstoets door rechter van procesa
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen va
Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met t
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen va
Handel in en aanwezig hebben van harddrugs (art. 2.A en 2.C Opiumwet), voorbereiden of bevorderen van Opiumwetdelicten (art. 10a Opiumwet), verhandelen van wapens en/of munitie (art. 9.1 WWM), voorhanden hebben van vuurwapens (art. 26 WWM) en witwassen (art. 420bis.1.b Sr). 1. Af
Liquidatie te IJsselstein. Medeplegen moord (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM). Rechtmatigheid van verkrijging van Ennetcom-data en omgang met deze data in Nederland. 1. Gebruik voor het bewijs van Ennetcom-data: (a) rechtmatigheid
Medeplegen gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr) bij woningoverval in Gees. 1. Verzoek tot inzage in OM-journaals m.b.t. beslissing om getuige te horen. Art. 149a.2 Sv. 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schade
Mishandeling, art. 300.1 Sr. Eigen waarneming van de rechter als bewijsmiddel, art. 339.1 Sv jo. art. 340 Sv. Kan een eigen waarneming van de rechter van een opname van beeld en/of geluid tot het bewijs meewerken, wanneer die waarneming door de rechter buiten het verband van de t
Proces-verbaal beslissingen op onder andere Encrochat-onderzoekswensen. Voorlopig oordeel. Encrochat-hack vond plaats in Frankrijk. De Franse onderzoekshandelingen worden o.g.v. het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet getoetst door de Nederlandse strafrechter. Uit uitspraak F
Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Strafrecht. Door advocaten onder de Staat (openbaar ministerie) gelegd bewijsbeslag wegens beweerde schending van hun verschoningsrecht. Vordering Staat tot opheffing bewijsbeslag. Criteria Molenbeek-uitspraak (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:
Afwijzing verzoeken tot aanhouding/het horen van getuigen/het verrichten van nader onderzoek/het voegen van stukken naar aanleiding van het arrest van het HvJ van 30 april 2024 inzake Richtlijn 2014/41.
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van harddrugs (art. 10a.1.2 Opiumwet) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Betekenis van EncroChat-uitspraak van HvJ EU voor toetsingskader dat is uiteengezet in HR:2023:913 over
Conclusie AG. Veroordeling voor moord op zakenman. Cassatiemiddelen verdachte over o.m. de afwijzing van verzoeken tot het verrichten van nader (DNA-)onderzoek, de bewezen verklaarde feiten en de voorbedachte raad slagen volgens de AG niet. De AG gaat ambtshalve in op de vraag of
Conclusie A-G. Eigen waarneming van de rechter, wettelijke rente, beschouwing over de toepassing van art. 80a RO. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Art. 322.4 Sv. Welke beslissingen blijven na opnieuw aanvangen in stand? Redelijke wetstoepassing brengt met mee dat art. 322.4 Sv ook de uit hoofde van art. 315 Sv gegeven bevelen tot oproeping van getuigen omvat. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het
Lijkdelen aangetroffen in IJ-meer in Amsterdam in 2009. Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen wegmaken van lijk (art. 151 Sr). Veroordeling in h.b. na vrijspraak in e.a.. Gebruik voor bewijs van verklaringen van getuige die rechter in e.a. onbetrouwbaar heeft geacht en
-
Conclusie AG. Naar aanleiding van de uitspraak van het EHRM van 19 januari 2021 in de zaak Keskin t. Nederland, wijdt de AG algemene beschouwingen aan de rechtspraak van de Hoge Raad inzake verzoeken tot het horen van getuigen à charge en het gebruik voor het bewijs van de verkla
Veroordeling in h.b. wegens o.m. twee verkrachtingen en wederrechtelijke vrijheidsberoving na vrijspraak in e.a. Was Hof, dat verklaringen van aangeefsters A en B tot bewijs heeft gebezigd, ambtshalve verplicht hen ttz. als getuige te horen? HR herhaalt relevante overwegingen uit
Arrest 109.289
Conclusie AG. Levenslange gevangenisstraf voor het medeplegen van drie moorden (art. 47 jo. 289 Sr), het medeplegen van voorbereiding van een moord (art. 46 jo. 289 Sr) en het deelnemen aan criminele organisatie (art. 140 Sr). Middelen over o.m. het (voorwaardelijk) opzet bij een
Overschrijding maximumsnelheid op snelweg, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Afwijzing verzoek tot bekijken/voeging van bodycambeelden o.g.v. noodzaakcriterium, art. 328 Sv. Hof heeft verzoek tot bekijken van bodycambeelden kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als verzoek tot voe
Conclusie AG. Naar aanleiding van de uitspraak van het EHRM van 19 januari 2021 in de zaak Keskin t. Nederland, wijdt de AG algemene beschouwingen aan de rechtspraak van de Hoge Raad inzake verzoeken tot het horen van getuigen à charge en het gebruik voor het bewijs van de verkla