Tul voorwaardelijk opgelegde straf. Wijziging grondslag vordering tul door ttz. in h.b. niet langer tenuitvoerlegging straf maar verlenging proeftijd te vorderen? Art. 14f.1, 14g.1 en 14i.6 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2001:AB0609 inhoudende dat rechter a
Wetboek van Strafvordering
Art. 313 Sv
Genoemd in 416 uitspraken · Officiële wettekst
416 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (VDM). Bij besluit van 7 april 2016 (primair besluit 1) heeft verweerder aan eiseres meerdere boetes opgelegd wegens overtredingen van de Meststoffenwet (Msw) en daarop gebaseerde regelgeving. Het totaalbedrag van de boetes bedraagt € 15.562
Recidivestelsel art. 123b WVW 1994; van rechtswege verlies van geldigheid rijbewijs na recidive besturen onder invloed alcohol. Beroep op niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging op grond van onvermijdelijke schending van aan art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in idem-b
Conclusie A-G. Verbeterde lezing of grondslagverlating van op art. 13 lid 1 aanhef en onder a Flora- en faunawet (oud) toegesneden tenlastelegging?
Herziening. Veroordeling wegens opruiing tot genocide in Rwanda. Intrekking Nederlanderschap met terugwerkende kracht. Vervallen van rechtsmacht? Art. 5 Uitvoeringswet genocideverdrag, art. 2.1 en 14.1 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Gesteld noch gebleken is dat de besch
Naast beboeting door verweerder voor overtreding van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in samenhang met het Burgerlijk Wetboek (BW), is eiseres - eerder - door voorheen de NMa beboet wegens overtreding van artikel 95m, derde lid, van de Electriciteitswet en artikel
Herziening. HR wijst de aanvraag tot herziening af.
Het College beoordeelt aan de hand van een aanvullend beroepschrift of de Rb. aan de orde heeft mogen stellen of AFM het ne bis in idem-beginsel heeft geschonden door een besluit te nemen tot oplegging van een boete aan A. wegens overtreding van art. 4:9 lid 2 Wft. Naar het oorde
Vordering wijziging tenlastelegging. Art. 313 Sv. Art. 68 Sr. Nu het Hof het OM deels niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van verdachte, heeft deze in cassatie alleen belang bij zijn klacht v.zv. de gewijzigde tenlastelegging heeft geleid tot een veroordeling. De H
OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 20 jaren en het betalen van schadevergoedingen. De verdachte is schuldig bevonden aan als leider deelnemen aan een criminele organisatie, mensensmokkel met gewoonte en terwijl het feit wordt begaan door meerdere pe
Aansprakelijkstelling belanghebbende voor naheffingsaanslagen loonheffingen; is het aansprakelijk stellen van de vergrijpboete naast de strafrechtelijke veroordeling in strijd met het una-via beginsel?
Conclusie AG. Poging tot doodslag bij overval op een bejaard slachtoffer. M1 klaagt tevergeefs over een toevoeging door het hof aan de tenlastelegging, aangezien die toevoeging niet met de bedoeling en bewoordingen van de tenlastelegging in strijd is. M2 klaagt tevergeefs over he
Conclusie AG. OM-cassatie en cassatie verdachte. Opiumwetdelicten. Partij cocaïne van 1136,6 kilogram is in beslag genomen, waarna een representatief monster van 110 gram is teruggeplaatst. Middel OM, inhoudende dat het hof een onjuiste maatstaf heeft toegepast bij de partiële vr
Achterdeurproblematiek. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerken, te weten het rollen van joints, van een grote hoeveelheid softdrugs. De rechtbank ziet geen reden over te gaan tot een rechterlijk pardon. De rechtbank is van oordeel dat het formuleren van gedoogbel
Conclusie AG. Art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13/EU. Art. 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Art. 8 en 9 Richtlijn 2016/343. Klacht over oordeel hof dat dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend. Aangevoerd wordt dat oordeel met name in strijd is met art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13
Verdachte wordt veroordeeld wegens onder meer deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het op professionele wijze vervaardigen en in omloop brengen van valse bankbiljetten van € 20,- en € 50,-, wat op grote schaal ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het ho
OM en verdachte maken, nadat de zaak al enige jaren op zitting in behandeling was, procesafspraken. Het OM biedt verdachte alsnog een transactie aan, die de verdachte heeft geaccepteerd en is nagekomen. Onderdeel van de procesafspraken is dat het OM verdachte niet verder vervolgt
Megazaak Himalaya. De megazaak betreft meerdere onderzoeken naar liquidaties, voorbereidingen van liquidaties en het bestaan van een criminele organisatie die zich in de jaren 2013-2016 bezighield met liquidaties, voorbereidingen daarvan en wapenbezit. De rechtbank acht bewezen d
De rechtbank Overijssel veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De 20-jarige man duwde een vuurwerkbom in de brievenbus van de voordeur van een woning in Stadshagen. De bom ontplofte vervolgens, waa
Veroordeling t.z.v. onttrekking minderjarig meisje aan wettig gezag (art. 279 Sr), poging zware mishandeling van dat meisje (art. 302 jo 45 Sr), haar opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden (art. 282 Sr) en eendaadse samenloop van voorbereiden/bevord
Opzettelijk gebruik maken van niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs door bij staandehouding ID-bewijs op naam van neef te overhandigen, art. 231.2 Sr. Is sprake van hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr na toewijzing vordering wijziging tll. a.b.i. art. 313 Sv, waarbij aan tlgd.
De rechtbank Overijssel veroordeelt twee broers tot 6 en 5 jaar cel voor het jarenlang witwassen van in totaal 320 miljoen dollar op Curaçao en het leiding geven aan oplichting en het vervalsen van documenten. Hiermee schuift de rechtbank de overeenkomst tussen het Openbaar Minis
Mega Higgins
Conclusie AG over de vraag of het in art. 123b WVW 1994 dwingend voorgeschreven automatische verlies van geldigheid van het rijbewijs in de in dit artikel genoemde gevallen, in strijd is met het ne bis in idem-beginsel dan wel de jurisprudentie met betrekking tot het Alcoholslotp