1. Art. 311.4 Sv, laatste woord, 2. Afwijzing getuigenverzoek. Ad 1. Uit het p-v van de tz. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet
Wetboek van Strafvordering
Art. 311 Sv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Recht op laatste woord, art. 311.4 Sv jo. art. 415 Sv. Uit het p-v blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
Antilliaanse zaak. Art. 353.5 Sv BES, recht op laatste woord. Het middel klaagt terecht dat uit het p-v van de tz. in h.h. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Het moet daarom ervoor worden gehouden dat het in art. 353.5 Sv BES op straffe van
De in de bewezenverklaring tot uitdrukking gebrachte, aan art. 11.3 Ow ontleende omstandigheid van het beroeps- of bedrijfsmatig handelen i.s.m. een in art. 3, onder B, Ow gegeven verbod omvat i.c. reeds dat het opzettelijk telen en/of verwerken en/of bewerken respectievelijk af
Laatste woord verdachte. Uit het p-v van de tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
HR: 81.1 RO en volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep en in cassatie. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BD2578. ’s Hofs oordeel dat na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, volstaan kan worden met de enkele vaststelling dat inbreuk
Recht op laatste woord. Uit het p-v blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
Profijtontneming.1. Laatste woord. 2. Art. 416.2 Sv. Ad 1. Uit het pv ttz. in h.b. blijkt niet dat aan betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het i.c. toepasselijke art. 311.4 Sv niet in acht is genomen. Ad 2. Uit de teks
Laatste woord. Het p-v houdt in dat de ttz. aanwezige verdachte voor de sluiting van het onderzoek in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten. Aldus heeft het Hof gehandeld in overeenstemming met art. 283.6 Sv, welke bepaling in een geval als i.c. - waarbij de vra
HR: art. 81 RO.
HR: 81 RO.
Art. 27.1 Sr. Het Hof heeft nagelaten art. 27.1 Sr in acht te nemen, nu het Hof bij het opleggen van de gevangenisstraf niet heeft bevolen dat de tijd die door verdachte voor de tul van de uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf geheel in minderi
Verdachte laatste woord. Uit het p-v van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genom
Toewijzing wrakingsverzoek. Verzoekers wilden hun persoonlijke omstandigheden en (politieke) motieven van hun daden naar voren te brengen tijdens het laatste woord, waarbij zij een op schrift gestelde verklaring van enkele bladzijden wilden voordragen. Volledige voorlezing van di
De vz. heeft, na het pleidooi van de raadsman en het afzien van repliek door de A-G, aan de A-G gevraagd of tegen het vonnis waarbij X failliet is verklaard, appèl is aangetekend. Na schorsing en hervatting van het onderzoek heeft de A-G geantwoord dat er geen rechtsmiddel tegen
Verdachte is in appèl niet-ontvankelijk verklaard en aangenomen moet worden dat hij niet in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten (zijn raadsman overigens wel). Zulks is in strijd met art. 283.6 Sv welke bepaling in een geval als het onderhavige - waarbij de vra
Recht op laatste woord ex art. 311.4 Sv. Nietigheid van ’s hofs arrest nu uit het p-v van de terechtzitting in appèl niet blijkt dat aan verdachte het recht is gelaten om het laatst te spreken.
Medewerker beveiligingsbedrijf dat TU Delft beveiligt als ambtenaar in de zin van art. 139 Sr. Onder de term ambtenaar in art. 139 Sr is tevens begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan
Beklag ex art. 552a Sv. De opvatting dat beginselen van een behoorlijke procesorde meebrengen dat de klager in de gelegenheid moet worden gesteld te reageren op een tot ongegrondverklaring strekkend betoog van de ovj en dat bij gebreke daarvan het onderzoek aan nietigheid leidt,
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
-
Reizen zonder geldig vervoerbewijs (meermalen gepleegd), art. 30.1 Wet personenvervoer. Ongegrondverklaring wrakingsverzoek door wrakingskamer Rb. Dient rechter wiens wraking is verzocht bij behandeling van wrakingsverzoek aanwezig te zijn?
-