Conclusie AG. Laatste woord, art. 283.6 jo. 283.3 Sv. Het hof heeft met toepassing van art. 283.6 Sv zonder onderzoek van de zaak het vonnis van de Rb waarbij de dgv nietig is verklaard bevestigd. Uit het p-v van de tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht i
Wetboek van Strafvordering
Art. 311 Sv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie A-G. Gewoontewitwassen en meermalen medeplegen van uitvoer, verkopen, afleveren en vervoeren van harddrugs. Slagende klachten over (i) bewezen verklaarde gewoontewitwassen, (ii) onttrekking aan het verkeer en (iii) schending inzendtermijn. Falende klachten over (a) sche
Conclusie A-G. Ontnemingszaak. Middel 1, inhoudende dat aan de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken, faalt. Zittingspv bevat een kennelijke misslag. Middelen 2 en 3, waarin wordt opgekomen tegen de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel vanwe
Conclusie plv. AG. Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, door deelnemer van Brabantzoekdag die weigerde het akkerland van de verdachte te verlaten met vuist te slaan en kaak te breken. Middelen klagen samengevat over 1. verwerping niet-ontvankelijkheidsverweer OM
Mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote, meermalen gepleegd. Mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling.
Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van belastingaangiften. Gegronde klacht dat uit het p-v van tz. in hoger beroep niet blijkt dat, nadat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken
Conclusie AG. Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. De eerste klacht houdt in dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is, omdat de verdachte niet is ondervraagd en niet het recht is gelaten om als laatste het woord te voeren. De tweede klacht komt op tegen
Conclusie AG. Verwijdering uit zittingzaal door voorzitter hof na herhaalde ordeverstoringen (art. 273 lid 3 Sv). Verdachte heeft daardoor niet kunnen reageren op het requisitoir en de vordering b.p. en heeft niet het laatste woord kunnen voeren. Verdachte werd ook niet bijgestaa
Conclusie AG. Verdachte is in h.b. niet-ontvankelijk verklaard en is door het hof niet in de gelegenheid gesteld om over zijn ontvankelijkheid als laatste het woord te voeren. Dit is in strijd met art. 283 lid 3 jo. lid 6 Sv, welke bepaling van overeenkomstige toepassing is in he
Conclusie AG. Witwassen (art. 420bis Sr). 1. Middel klaagt over oordeel hof dat verklaring van verdachte over herkomst geld onvoldoende concreet en verifieerbaar is. 2. Gemachtigd raadsman, gelegenheid om het laatst het woord te voeren. Ambtshalve opmerking over redelijke termij
Conclusie AG. Recht op laatste woord (art. 311,4 Sv). Verd. is na het requisitoir aangemaand stil te zijn of buiten de zittingszaal te wachten. Verd. heeft de zittingszaal verlaten en is niet meer in de gelegenheid gesteld het laatste woord te voeren. Conclusie strekt tot verniet
Conclusie AG. Heeft hof in strijd met beginselen van behoorlijke procesorde gehandeld door de advocaat van de verdachte geen gelegenheid meer te geven tot het doen van een verzoek met betrekking tot de voorlopige hechtenis nadat het laatste woord aan de verdachte al was gegeven?
Conclusie AG. Het middel klaagt dat de verdachte niet ex art. 311, vierde lid, Sv het recht zou zijn gelaten om het laatst te spreken. De raadsheer heeft de verdachte in de gelegenheid gesteld van zijn recht op het laatste woord gebruik te maken. Toen de verdachte bepaalde beweri
Conclusie AG. Gegronde klacht dat uit het p-v van de terechtzitting in hoger beroep niet blijkt dat aan de verdachte (opnieuw) het recht is gelaten het laatst te spreken (art. 311 lid 4 Sv, in verbinding met art. 415 Sv). Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG. Inzittenden van twee stilstaande auto’s beschieten elkaar over en weer. Na terugwijzing HR verwerpt het hof i. het beroep op noodweer omdat niet is voldaan aan het onttrekkingsvereiste en ii. het beroep op noodweerexces omdat geen sprake is van een hevige gemoedsbew
-
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994). Laatste woord (art. 311.4 Sv). Uit het p-v ttz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat
Belaging en bedreiging directeur Tbs-kliniek (art. 285 en 285b Sr) en poging tot uitlokking van moord van o.a. familieleden (art. 46a jo. 289 Sr). Afstand van rechtsbijstand. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BI2315 m.b.t. gevallen waarin afstand van rechtsbi
Conclusie AG. Middel klaagt vanuit verschillende gezichtspunten over mankementen van het onderzoek ter terechtzitting. Proces-verbaal terechtzitting als enige kenbron van hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen. Niettemin klaarblijkelijk sprake van onjuistheid met betrekking t
Conclusie AG. Overtreding Leerplichtwet wegens niet geregeld schoolbezoek door de kwalificatieplichtige jongere. Beroep op vrijstelling wegens ziekte (art. 11 onder d Lpw) kan o.g.v. art. 12 Lpw slechts worden gedaan indien binnen twee dagen de ziekte is gemeld. De AG gaat in op
Verzoek tot overleggen nieuwe stukken bij laatste woord verdachte, art. 414.1 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BL7709 m.b.t. de aan te leggen maatstaf (beginselen van een behoorlijke procesorde) bij beoordeling door de rechter van een verzoek tot overleggen van nieuwe bescheiden e
Profijtontneming. Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit het pv van de tz. in h.b. blijkt niet dat aan betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is g
Op schrift gesteld “laatste woord”, schending art. 311.4 Sv? HR: art. 81.1 RO.
Verzoek toegewezen. Een verdachte heeft het recht om het laatste woord te voeren. Dit recht is fundamenteel, maar niet onbeperkt. De rechter kan volgens jurisprudentie van de Hoge Raad ingrijpen als een verdachte bij het uitspreken van het laatste woord nodeloos in herhaling valt
Witwassen. Art. 420bis.1.b Sr. 1. Geldbedragen afkomstig uit enig misdrijf. 2. Omzetten a.b.i. art. 420bis.1.b Sr. Ad 1. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat de witgewassen geldbedragen afkomstig zijn uit de eveneens bewezenverklaarde bedrieglijke bankbreuk. Dat oordeel getuigt