Ontneming wederrechtelijk voordeel. Samenhang met de heden onder nummer ...BX1157 gepubliceerde zaak en met vier ongepubliceerde verstekzaken. Ontneming na veroordeling wegens medeplegen van ramkraken en gewoonteheling van auto's. Conform de gewijzigde vordering van de officier v
Wetboek van Strafvordering
Art. 311 Sv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Ontneming wederrechtelijk voordeel. Samenhang met de heden onder nummer BX0953 gepubliceerde zaak en met vier ongepubliceerde verstekzaken. Ontneming na veroordeling wegens medeplegen van ramkraken en gewoonteheling van auto's. Conform de gewijzigde vordering van de officier van
Het openbaar ministerie ontneemt het wederrechtelijk verkregen voordeel door invoer van hash van verdachte. Het Hof wijst de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af.
1. Profijtontneming en SFO. 2. Profijtontneming en redelijke termijn. 3. Art. 365a Sv. Ad 1. Art. 126f.2, eerste volzin, Sv, geeft een regeling voor het geval het SFO slechts één strafbaar feit betreft en de strafvervolging terzake van dat feit niet leidt tot een veroordeling van
Art. 412.2 Sv. Oproeping/dagvaarding h.b. Na nietigverklaring van de dagvaarding in h.b. is volstaan met oproeping van verdachte voor de tz. in hb. De in art. 412.2 Sv bedoelde oproeping ziet op de mogelijkheid van een aanstonds bij het instellen van appel uit te reiken oproeping
Profijtontneming. HR: art. 81 RO.
Profijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgeli
Profijtontneming. Draagkrachtverweer. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AZ7747, HR LJN BC2913 en HR LJN BF0624). Hetgeen door de raadsman ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de draagkracht van betrokkene kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt d
Rechtstreekse schade. O.g.v. art. 361.2.b Sv is een b.p., Gemeente Y, Dienst Verzekeringszaken, alleen ontvankelijk in haar vordering als haar rechtstreekse schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Nu de vordering van de benadeelde partij strekt tot vergoeding van d
Conclusie AG o.m. over de bijzondere voorwaarde om € 50.000 te betalen bij wijze van schadevergoeding. HR: 81 RO.
OM-cassatie. N-o OM wegens gebrek aan belang. In aanmerking genomen dat a) het OM in 1e aanleg vrijspraak heeft gevorderd van het primair tenlastegelegde, terwijl het niet in hoger beroep is gekomen van het vonnis in 1e aanleg waarbij verdachte van dat feit is vrijgesproken, en b
Draagkrachtverweer. Hof wijkt af van de eis van de AG bij het Hof en van hetgeen door de verdediging ttz. is aangevoerd. HR verwerpt het beroep door naar de CAG te verwijzen, waarin uiteen wordt gezet waarom de strafoplegging niet onbegrijpelijk is en geen verbazing wekt.
Strafrechtelijke vervolging van ontbonden rechtspersoon. HR herhaalt de relevante overwegingen van HR LJN AE0553 tav het moment waarop het recht tot strafvordering vervalt als een einde is gekomen aan het bestaan van een rechtspersoon of met een rechtspersoon gelijkgestelde entit
Profijtontneming. 1. Redelijke termijn. 2. Motiveringsklacht. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden kan worden volstaan is niet begrijpelijk. Het middel voert terecht aan dat het Hof niet behoorlijk gemotiveerd is ingegaan
359.3 Sv. Bekennende verdachte. Nu de verklaring van verdachte ttz van het Hof niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde – zij houdt immers niet in dat verdachte erkent dat hij onder zodanige invloed van cannabis heeft gereden dat hij niet tot behoorlijk besturen in
HR ambtshalve: Het hof heeft bij de oplegging van de geldboetes i.s.m. art. 24c.1 Sr bepaald dat bij gebreke van betaling of verhaal vervangende hechtenis zal worden toegepast terwijl verdachte een rechtspersoon is. De HR herstelt de misslag.
Profijtontneming. Schatting voordeel in geval van mededaders (2 medeplegers en 1 medeplichtige). HR vernietigt onder verwijzing naar conclusie AG, o.m. inhoudend: een herhaling van de i.c. toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2006, 63 en het oordeel dat deze ook gelden bij medepl
Art. 359.2 Sv. Het pv van de terechtzitting bij het hof houdt m.b.t. de vordering van het OM in dat de AG het woord voert, zijn vordering voorleest en die aan het hof overlegt. De enkele ex art. 311.1 Sv overgelegde vordering van het OM levert niet een uitdrukkelijk onderbouwd st
1. Afwijzing verzoek tot uitwerking van pv’s eerdere terechtzittingen vóór vastgestelde datum pleidooi en requisitoir, althans tot aanhouding onderzoek teneinde eerst de pv’s te voltooien. 2. Geen grondslagverlating. Tenlastelegging: medeplegen opzettelijk binnen het grondgebied
Uit art. 552a.3 Sv volgt dat een ex art. 552a Sv zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming ingediend klaagschrift ontvankelijk is zolang de vervolgde zaak niet tot een einde is gekomen. Zolang een s.f.o. of een aangekondigde ontnemingsprocedure nog niet is voltooid, is de vervolgi
Andere strafbare feiten ex art. 36e.3 Sr. Uit art. 36e Sr jo. art. 511.1 Sv volgt dat een ontnemingsvordering n.a.v. een veroordeling a.b.i. art. 36e.1 en 3 moet worden ingesteld binnen twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg. Daarmee is niet verenigbaar dat in een geval als
OM-cassatie. Profijtontneming en rechtsgevolg van overschrijding van de redelijke termijn ex art. 6 EVRM. Vermindering van de betalingsverplichting is uitgangspunt; voor niet-ontvankelijkheid van het OM is slechts in uitzonderlijke gevallen plaats (HR NJ 2001, 307). I.c. (er zijn
Schending art. 511b.3 Sv (geen gelijktijdige betekening van sluiting s.f.o. met ontnemingsvordering) leidt niet zonder meer tot niet-ontvankelijkheid van het OM in zijn ontnemingsvordering.
Bewezenverklaring is onvoldoende met bewijsmiddelen onderbouwd. HR vernietigt ambtshalve onder verwijzing naar onderdeel van de conclusie A-G. Uitgebreide conclusie A-G over ‘ambtshalve cassatie’. (Vgl. HR 24-02-2004, 02104/02; HR vernietigt n.a.v. een cassatiemiddel in de zaak v
-