Verdachte, die al vele jaren binnen Ahold en haar dochters werkzaam was en in die zin mede beeldbepalend was voor het concern, heeft in zijn functie als lid van de Raad van Bestuur van Ahold, door de bewezen geachte gedragingen het vertrouwen geschonden dat in hem werd gesteld.
Wetboek van Strafvordering
Art. 301 Sv
Genoemd in 211 uitspraken · Officiële wettekst
211 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Verdachte, die uit hoofde van zijn functie van CFO in een periode waarin Ahold een zeer sterke groei doormaakte en internationaal mede toonaangevend werd voor de branche van Ahold van groot belang was, heeft door de bewezen geachte gedragingen in ernstige mate het vertrouwen gesc
Grondslagverlating. Na verwijzing door de HR beraadslaagde het hof op grondslag van de bij het eerste hof gewijzigde tenlastelegging. De verwijzingsopdracht van de HR hield in dat het hof op de grondslag van de inleidende dagvaarding het onderzoek in zijn geheel opnieuw had moete
Afwijzing van een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor en voorlopig deskundigenbericht tegen de Staat ter vaststelling van wat in een strafzaak tijdens een terechtzitting is voorgevallen, 81 RO.
Tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ex art. 6 WVW 1994. Uit de als bewijsmiddel gebezigde medische verklaring betreffende het slachtoffer voorzover inhoudende “uitwendig letsel: aangezichtskneuzingen, gekneusde linkerpols, verwachte duur
Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM om
Aan opzicht onttrekken ex art. 279 Sr. Degene die (mede) het gezag over een minderjarig kind uitoefent (i.c. de ouder), kan dit kind desondanks aan het opzicht van een ander onttrekken door i.s.m. een rechterlijke machtiging tot uithuisplaatsing het kind onderdak te verlenen. Art
Bij de klacht dat het hof in de strafmotivering acht heeft geslagen op een brief van de verdachte, terwijl die brief niet ter terechtzitting is voorgelezen en evenmin de korte inhoud daarvan is medegedeeld, heeft verdachte geen redelijk belang, nu de brief van hemzelf afkomstig i
1. Overgang van fiscaal controleonderzoek naar strafrechtelijk onderzoek. 2. Art. 80 lid 2 AWR; instemming van het bestuur van 's Rijks belastingen met vervolging. 3. Rechtstreeks contact belastingambtenaar met OvJ of onder zijn verantwoordelijkheid vallende FIOD-ambtenaren; gehe
1. Geen schending van art. 68 Sr bij gelijktijdige vervolging. 2. Geen eendaadse samenloop tussen art. 141 Sr en art. 306 Sr. 3. Rechter kan buiten de terechtzitting – bijv. bij beraadslaging na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting – kennis nemen van aan de processtukken
-
-
-
-