Art. 301.4 Sv. Strafmotivering. Nu noch het p.v. van de terechtzitting in e.a., noch de p.v.’s van de terechtzittingen in h.b. inhouden dat de omstandigheid dat de betreffende firma volgens de KvK is gefailleerd t.t.z. ter sprake is gebracht, heeft het Hof ten bezware van de verd
Wetboek van Strafvordering
Art. 301 Sv
Genoemd in 211 uitspraken · Officiële wettekst
211 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
1. Het oordeel van het Hof dat art. 126aa.2 Sv niet de vernietiging van zogenoemde verkeersgegevens voorschrijft is juist. Noch aan de tekst, noch aan de geschiedenis van die bepaling valt een verplichting tot vernietiging van dergelijke gegevens te ontlenen. Blijkens de wetsgesc
Gegronde bewijsklacht steunfraude. Uit de bewijsmiddelen kan niet het bewezenverklaarde “opzettelijk voordeel heeft getrokken uit een door valsheid in geschrifte verkregen geldbedrag” volgen.
1. Art. 301.4 Sv. Gelijktijdig doch niet gevoegd behandelde zaken. 2. Begin van uitvoering. 3. Vrijwillige terugtred en deelneming. Art. 45.1 Sr en art. 46b Sr. Ad 1. Het ernstig vermoeden rijst dat het Hof, daar waar het verwijst naar onderzoeksresultaten uit het dossier X, ten
1. Geen beslissing op een verzoek om een drietal getuigen te horen. 2. Afwijzing verzoek om runners en informanten als getuigen te horen. Maatstaf. Ad 1. In weerwil van de door de voorzitter ter terechtzitting gedane mededeling houdt het arrest geen beslissing in omtrent het door
Bewijsklacht. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt niet in te zien hoe de door het hof tot bewijs gebezigde verklaring van verdachte tegenover de rechter-commissaris waarin hij ontkent bij de bedoelde woning aanwezig te zijn geweest aan het bewijs kan bijdragen.
De bewezenverklaring vzv. behelzende dat verdachte “meerdere laptop computers en een camera heeft verworven of voorhanden heeft gehad”en dat zulks is geschied in de periode van 1-1-03 t/m 10-3-04 kan niet zonder meer uit de inhoud van de gebezigde bwm worden afgeleid, zodat de ui
Belastingfraude. Handel in aandelen van ‘winstvennootschappen’. O.m. deelneming aan een criminele organisatie dat tot oogmerk had het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van andere personen dan ambtenaren. HR: 81 RO
1. Het middel klaagt over de motivering van bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, vzv. deze inhoudt dat aan een ander schade was toegebracht. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet zonder meer worden afgeleid dat schade was toegebracht aan (de auto van) X. De beweze
Motiveringsklachten. 1. Klacht over niet redengevend onderdeel in de bewijsredenering van het Hof (Promis arrest). HR herhaalt de overwegingen uit HR LJN BA0424. Het Hof heeft in de bewijsmotivering tot uitdrukking gebracht dat en waarom het geen geloof heeft gehecht aan de ontke
Art. 359.2 Sv. Hetgeen door de raadsman t.t.z. in appel is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige X kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is daarvan afgeweken door die verklaringen tot het bewijs te bezigen maar h
1. Spreekrecht nabestaanden/slachtoffers. 2. Art. 330 Sv. Ad 1. Hoewel het aanbeveling verdient dat de (zakelijke) inhoud van hetgeen het slachtoffer of de nabestaande ttz heeft verklaard, in het p-v van de terechtzitting wordt vermeld, is, anders dan het middel tot uitgangspunt
Verdachte staat op uitkijk, terwijl mededaders een man in zijn woning pinpas en pincode gaan afpersen, waarbij de man zich met zijn keukenmes verzet en door één van verdachtes mededaders met dat mes wordt gedood. In conclusie AG wordt het causaal verband tussen de poging tot afpe
Verdachte, die uit hoofde van zijn functie van CFO in een periode waarin Ahold een zeer sterke groei doormaakte en internationaal mede toonaangevend werd voor de branche van Ahold van groot belang was, heeft door de bewezen geachte gedragingen in ernstige mate het vertrouwen gesc
1. Geen schending van art. 68 Sr bij gelijktijdige vervolging. 2. Geen eendaadse samenloop tussen art. 141 Sr en art. 306 Sr. 3. Rechter kan buiten de terechtzitting – bijv. bij beraadslaging na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting – kennis nemen van aan de processtukken