Conclusie AG. Belastingfraude door facturen voor verbouwing privéwoning in de bedrijfsadministratie op te nemen. Cassatiemiddelen over o.m. het beroep op de inkeerregeling van art. 69 lid 3 AWR dienen volgens de AG te worden verworpen. Wel strafvermindering wegens overschrijding
Wetboek van Strafvordering
Art. 301 Sv
Genoemd in 211 uitspraken · Officiële wettekst
211 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Jeugdzaak. Seksueel binnendringen bij meisje in staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht (art. 243 Sr) en seksueel binnendringen bij meisje onder 16 jaren, meermalen gepleegd (art. 245 Sr) door als 17-jarige verdachte in zijn woning in Amsterdam ontuchtige handelin
Conclusie plv. AG. Art. 301.4 en 338 Sv. Middel klaagt tevergeefs dat het hof de bewezenverklaring heeft gebaseerd op een processtuk uit een andere strafzaak dat geen deel uitmaakt van het procesdossier en/of is behandeld tijdens het onderzoek ter terechtzitting in de zaak van de
Conclusie AG. Overtreding art. 7 lid 1 WVW 1994. Twee middelen. Eerste middel inzake strafmotivering faalt. De aan middel ten grondslag liggende opvatting dat hof gehouden zou zijn aan te geven of in strafmatigende dan wel strafverzwarende zin acht wordt geslagen op Justitiële Do
Conclusie PG. Drie middelen. 1. Klacht over bewezenverklaring van “het verschaffen van inlichtingen” door het telkens inloggen op een peilbaken en over grondslagverlating. 2. Klacht dat de voor de bewezenverklaring van medeplegen van medeplichtigheid aan door anderen gepleegde p
Mishandeling, art. 300.1 Sr. Heeft Hof i.s.m. art. 301.4 Sv p-v van bevindingen van politie tot bewijs gebezigd? HR: art. 81.1 RO. CAG: Voldaan aan art. 301.4 jo. 417 Sv, nu voorzitter Hof tijdens onderzoek ttz. in h.b. korte inhoud heeft medegedeeld van “de stukken van het voorb
Gewoontewitwassen door opbrengsten uit seksclub en andere rechtspersonen te verzwijgen voor de belastingdienst, art. 420ter Sr. Middelen m.b.t. de begrijpelijkheid van de strafoplegging i.h.l.v. LOVS-oriëntatiepunten en schatting benadelingsbedrag, de afwijzing van een verzoek to
Handel met voorwetenschap, art. 46 Wet toezicht effectenverkeer 1995. Motiveringsklachten en een rechtsklacht m.b.t. de verwerping van verweren die zien op het bewezenverklaarde alsmede klachten over de verwerping van enkele uos. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/02206 P.
Opiumwetdelict (opzettelijk verkopen van 8 gr. hennep). 1. Misdrijf of overtreding? Art. 11.6 Opiumwet. 2. Vordering tul, art. 14j Sr. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:AD2114, NJ 1994/674: ex art. 11.6 Opiumwet zijn handelingen a.b.i. art. 11.2 Opiumwet, indien deze betrekking hebben
Gebruik van verklaringen die medeverdachten in eigen zaak hebben afgelegd als bewijs. Strijd met art. 301.4 Sv? Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat het Hof het voorschrift van art. 301.4 Sv niet in acht heeft genomen door verklaringen voor het bewijs te bezigen die niet zi
Smaad en laster d.m.v. het verspreiden van brieven aan de Amerikaanse ambassadeur en minister van buitenlandse zaken m.b.t. kunstsmokkel, artt. 261.1 en 262.1 Sr. 1. Klachtvereiste. 2. Bewijsklacht ‘ruchtbaarheid geven’. Ad 1. OM niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een kla
Gebruik van verklaringen die medeverdachten in eigen zaak hebben afgelegd als bewijs. Strijd met art. 301.4 Sv? Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat het Hof het voorschrift van art. 301.4 Sv niet in acht heeft genomen door verklaringen voor het bewijs te bezigen die niet zi
Gebruik van verklaringen die medeverdachten in eigen zaak hebben afgelegd als bewijs. Strijd met art. 301.4 Sv? Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat het Hof het voorschrift van art. 301.4 Sv niet in acht heeft genomen door verklaringen voor het bewijs te bezigen die niet zi
Gebruik van verklaringen die medeverdachten in eigen zaak hebben afgelegd als bewijs. Strijd met art. 301.4 Sv? Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat het Hof het voorschrift van art. 301.4 Sv niet in acht heeft genomen door verklaringen voor het bewijs te bezigen die niet zi
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Veroordeling voor drugsexport en het beheer van digitale marktplaatsen voor de handel in drugs, artikelen 2, 10 en 10a Opiumwet. Falende klachten over o.m. de verwerping door het hof van het beroep op de nietigheid van de dagvaarding, het gebruik voor het bewijs van processen-ver
Beraadslaging n.a.v. ottz. Art. 422.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AY9214 m.b.t. het feit dat niet-naleving van het voorschrift dat de rechter beraadslaagt n.a.v. het ottz. in de wet niet uitdrukkelijk met nietigheid is bedreigd en zodanige nietighei
Art. 301.4 Sv. Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat de verklaring die X als verdachte ttz. in e.a. in zijn eigen strafzaak heeft afgelegd, geen deel uitmaakt van het dossier in de onderhavige strafzaak en die verklaring ook niet ttz. in h.b. aan de orde is gesteld, heeft ve
HR: art. 81.1 RO.
HR: art. 81 RO.
Bewijsklacht. Het middel klaagt op zichzelf terecht dat het Hof de bewezenverklaring heeft doen steunen op de verklaring die medeverdachte X heeft afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, waar diens zaak tegelijk, doch niet gevoegd, met die van verdachte werd behandeld. In he
Tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring? De vraag of bepaalde gedragingen verduistering of oplichting opleveren, laat zich niet steeds ondubbelzinnig beantwoorden, maar die beantwoording is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Niet op voorhand kan worden uitgesloten
Beklag, beslag, art. 552a Sv. HR herhaalt HR LJN BL2823 m.b.t. de aan te leggen maatstaven ex art. 94 of art. 94a Sv. De Rb heeft in het midden gelaten o.g.v. van welke bepaling of bepalingen het beslag is gelegd en niet (één van) de toepasselijke maatstaven aangelegd.
Strafoplegging. Het Hof heeft bij de strafoplegging mede gelet “op het door de belastingdienst becijferde nadeel blijkens Uitnodigingen tot Betaling tot een bedrag van € 191.810,96”, terwijl uit de stukken van het geding, alsmede uit het verhandelde ter terechtzitting niet kan wo