Beslissing: toewijzing vordering van de officier van justitie tot het achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Wetboek van Strafvordering
Art. 2:12 Sv
Genoemd in 20 uitspraken · Officiële wettekst
20 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie, die strekt tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor een periode van 240 dagen, dient te worden afgewezen. Op grond van artikel 6:2:12, eerste lid, onder d, Sv (oud) kan (onder meer) een
Beslissing op het bezwaar oo.g.v. art. 6:6:8 Sv tegen de beslissing tot het uitstellen van de beslissing over het over het al dan niet verlenen van de voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.). Bezwaar ongegrond.
Kort geding. Vordering executie strafvonnis te staken afgewezen in verband met gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Bezwaar ex art. 6:6:8 Sv tegen de beslissing OM tot het niet verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat het Openbaar Ministerie bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen.
Bezwaar ex art. 6:6:8 Sv tegen de beslissing OM tot het niet verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling ongegrond. Tijdigheid beslissing OM: op grond van artikel 6:2:13, eerste lid, Sv dient het OM uiterlijk vier weken voor het in artikel 6:2:10, eerste of vierde lid, Sv bed
Beslissing op de vordering afstel v.i.. De rechtbank wijst de vordering toe omdat de veroordeelde zich tijdens detentie (als medepleger) schuldig heeft gemaakt aan een ernstig strafbaar feit.
vordering uitstel voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen. Veroordeelde heeft in een periode van ruim vier jaar zeventien disciplinaire straffen opgelegd gekregen. Tevens kan het recidiverisico onvoldoende worden ingeperkt met het stellen van voorwaarden. De rechtbank wijst
Vordering afstel v.i. Op dit moment geen aanleiding voor het niet-ontvankelijk verklaren van het openbaar ministerie. Toewijzing subsidiaire vordering tot uitstel van de v.i. voor een periode van 180 dagen.
Toewijzen vordering achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling. Ernstige bezwaren ten aanzien van verdenking van het tijdens detentie oprichten van en deelnemen aan een nieuwe motorclub. Artikelen 6:2:10, 6:2:12 en 6:6:8 Sv (oud).
Rechtbank wijst vordering tot achterwege laten van voorwaardelijke invrijheidstelling toe. Veroordeelde weigert in gesprek te gaan met reclassering.
Vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen voor 30 (dertig) dagen,
Vordering uitstel VI toegewezen, met een advies van de rechtbank aan de reclassering
Vordering tot achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling. toegewezen.
Vordering tot uitstel voorwaardelijke invrijheidsstelling gedeeltelijk toegewezen.
Vordering tot uitstel voorwaardelijke invrijheidsstelling gedeeltelijk toegewezen.
De rechtbank wijst de vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe, voor een periode van 180 dagen. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat door toedoen van veroordeelde het recidiverisico niet of onvoldoende kan worden ingeperkt door het stellen v
Uitstel VI met 120 dagen wegens misdragingen in de P.I. en wegens het ontbreken van een geschikt adres voor Elektronische Controle bij een locatiegebod.
Vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen. Uitstel voor een periode van 80 dagen.
Voorwaardelijke invrijheidsstelling. De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf vangt aan vanaf het moment dat de veroordeelde feitelijk in detentie wordt genomen en niet op het moment dat een arrestatiebevel tegen de veroordeelde is uitgevaardigd. De vordering tot afstel van de