Medeplegen doodslag door geweldsuitoefening op hals en slachtoffer (broer van ex-partner van medeverdachte) in de Weespertrekvaart te laten glijden, waarbij precieze rolverdeling verdachte en medeverdachte niet is komen vast te staan, art. 287 Sr. Motivering opzet en medeplegen.
Wetboek van Strafvordering
Art. 29 Sv
Genoemd in 557 uitspraken · Officiële wettekst
557 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
OM-cassatie. Salduz, niet-aangehouden verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BH3079 en HR LJN BN7727. Nu verdachte zich op verzoek van de politie heeft gemeld op het politiebureau en hem voor het verhoor de cautie is gegeven, is ’s Hofs kennelijke oordeel dat de
Rechtsbijstand m.b.t. politieverhoor. Niet blijkt dat de klacht, dat het Hof – in strijd met art. 6 EVRM – de verklaring die verdachte heeft afgelegd bij de politie zonder dat hij voorafgaand aan het verhoor in de gelegenheid was gesteld een advocaat te raadplegen bij de bewijsvo
Overzichtsarrest oplichting, art. 326.1 Sr. Valse naam, valse hoedanigheid, listige kunstgreep, samenweefsel van verdichtsels. Bewegen tot. In de praktijk blijken regelmatig vragen te rijzen die verband houden met de precieze aard van de in art. 326.1 Sr specifiek aangeduide opli
Art. 359.2 Sv, u.o.s. m.b.t. betrouwbaarheid bekennende verklaringen van verdachte. Het Hof heeft i.s.m. art. 359.2 Sv in onvoldoende mate de redenen opgegeven die hebben geleid tot afwijking van het u.o.s..
Beklag, beslag. Casus: niet natuurlijke dood verpleegd persoon. OM vordert medisch zorgdossier van (nog) niet verdachte(n). 1. Artt. 105, 96a.3 en 218 Sv. Bevel tot uitlevering. Verschoningsgerechtigde. 2. Maatstaf. 3. Nemo tenetur-beginsel. Ad 1. Noch de tekst van de wet noch de
Rechtsbijstand m.b.t. het politieverhoor (Salduz-verweer). De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BH3079. Een verklaring die tot stand is gekomen in strijd met art. 6 EVRM, kan ook niet voor het bewijs worden gebruikt indien de verdachte nadien, na raadpleging va
ECRINS: 6 jaar gevangenisstraf voor internationale fraude met beleggingen in levensverzekeringen
Vordering tot cassatie in het belang der wet inzake het biometrisch ontgrendelen van een smartphone van de verdachte tegen zijn wil. In de vordering komen het huidige juridisch kader, voorstellen tot toekomstige regelgeving en de verenigbaarheid van de niet vrijwillige biometrisc
Hoger beroep van verdachte tegen de veroordeling van de rechtbank tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren met aftrek van voorarrest ter zake van moord en diefstal. Het hof wijst de verzoeken van de verdediging strekkende tot nader (forensisch) onderzoek af, verwer
Diefstal in vereniging. Falende motiveringsklacht dat verdachte de diefstal van de pallets waarmee de laadruimte van een bestelbus was volgeladen niet heeft medegepleegd. Verdachte heeft verklaard dat hij niet betrokken was bij de diefstal en daarvan niets heeft bemerkt, omdat hi
Salduz. Door verdachte afgelegde verklaring tijdens doorzoeking woning. Art. 125.1 Sv en art. 99.2 Sv. ’s Hofs oordeel dat de door de R-C op de voet van art. 125.1 Sv getroffen maatregelen weliswaar de bewegingsvrijheid van verdachte in zijn woning hebben beperkt, maar dat die ma
HR: art. 81.1 RO.
Opzetheling, art. 416 Sr. Middel klaagt ten eerste over onverenigbaarheid betrekken niet verschaffen aannemelijke verklaring met art. 6.2 EVRM en art. 6 EU-Richtlijn 2016/343/EU. De omstandigheid dat verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoor
Conclusie AG met uitgebreide bespreking mr. Big-Methode en daarmee samenhangende middelen over (1) afwijzing verzoek tot horen deskundige, (2) toelaatbaarheid en bruikbaarheid van door de verdachte afgelegde verklaringen tegenover undercover agenten en (3) afwijzing van door verd
Conclusie AG. Fiscale fraude. Klachten m.b.t. de bewezenverklaring van medeplegen, opzet rechtspersoon en feitelijk leidinggever, schending van het nemo tenetur-beginsel en de strafmotivering. De AG stelt voor dat de Hoge Raad het beroep in cassatie zal verwerpen.
Belastingfraude. Art. 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Art. 225 Wetboek van Strafrecht. Op blanco aangifteformulieren voor de inkomstenbelasting (voorheen: T-biljet) worden namen vermeld van personen, alsmede gegevens over loon en loonheffing. De personen van wie de naam
Belastingfraude. Witwassen. Art. 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Art. 225 Wetboek van Strafrecht. Art. 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Op blanco aangifteformulieren voor de inkomstenbelasting (voorheen: T-biljet) worden namen vermeld van personen, alsmede gegevens
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Onrechtmatige overheidsdaad, strafrecht. Kort geding over rechtsbijstand bij politieverhoor. Uitleg van HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608, NJ 2016/52 (strafkamer). Toetsing in kort geding van beleid (Beleidsbrief OM “Raadsman bij verhoor
Strafzaak tegen negen Somalische piraten. Ten laste is gelegd medeplegen van zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht en medeplegen van poging moord/poging doodslag c.q. daden van geweld tegen Nederlands marinepersoneel. Verhouding militaire taken en opsporingstaken
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa