Sanctie opgelegd ter zake van "op autosnelweg buiten noodzaak gebruik maken van vluchtstrook". Geen noodgeval in de zin van art. 43, derde lid, Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990. Verbalisant is niet gehouden om de betrokkene bij staandehouding te wijzen op zwijgrecht
Wetboek van Strafvordering
Art. 29 Sv
Genoemd in 557 uitspraken · Officiële wettekst
557 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 21 · live
1. Beroep op de n-o van het OM c.q. bewijsuitsluiting. 2. Mate van verwijtbaarheid. 3. Overwegingen ten overvloede. Ad 1. Tijdens de IVS is verdachte door verkeerd gebruik van het faxapparaat tussen politie en piketcentrale te lang verstoken gebleven van rechtsbijstand. Vóórdat e
1. Beroep op de n-o van het OM c.q. bewijsuitsluiting. 2. Mate van verwijtbaarheid. 3. Overwegingen ten overvloede. Ad 1. Tijdens de IVS is verdachte door verkeerd gebruik van het faxapparaat tussen politie en piketcentrale te lang verstoken gebleven van rechtsbijstand. Vóórdat e
Gebruik als (aanvullend) bewijs van een in het adviesrapport van de reclassering neergelegde verklaring van verdachte. Het uitbrengen van het adviesrapport, welk rapport kennelijk op de voet van art. 10 Reclasseringsregeling 1995 is opgemaakt in het kader van de zogenaamde ‘vroeg
Oogmerk tot het plegen van misdrijven en deelneming ex art. 140 Sr. HR herhaalt dat het bij het in art. 140 Sr omschreven misdrijf gaat om een organisatie die het oogmerk heeft tot het plegen van meerdere misdrijven en dat dat oogmerk, waartoe ook het naaste doel van organisatie
Het kennelijke oordeel van het hof, dat het aan verdachte vragen naar zijn telefoonnummer zonder dat hem tevoren “de cautie” is gegeven nimmer valt onder de, als een verhoor te beschouwen, vragen naar diens betrokkenheid bij een strafbaar feit, is niet juist. Bijzondere omstandig
Verdachte heeft met de door haar bestuurde onderneming(en) opzettelijk diergeneesmiddelen die niet waren geregistreerd voorhanden gehad en in voorraad gehad en vervolgens afgeleverd aan in Nederland gevestigde dierenartsen(praktijken)
Verdachte heeft met de door haar bestuurde onderneming(en) opzettelijk diergeneesmiddelen die niet waren geregistreerd voorhanden gehad en in voorraad gehad en vervolgens afgeleverd aan in Nederland gevestigde dierenartsen(praktijken).
Verdachte heeft met de door hem bestuurde onderneming(en) opzettelijk diergeneesmiddelen die niet waren geregistreerd voorhanden gehad en in voorraad gehad en vervolgens afgeleverd aan in Nederland gevestigde dierenartsen(praktijken).
Verdachte heeft opzettelijk diergeneesmiddelen die niet waren geregistreerd voorhanden gehad en in voorraad gehad en vervolgens afgeleverd aan in Nederland gevestigde dierenartsen(praktijken).
Geschil tussen de Staat en Begaclaim over de (verklaring voor recht tot) aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad jegens Van den Nieuwenhuyzen c.s. door tegen hem in de HCS-zaak en RDM-zaak - voor valsheid in geschrifte en misbruik van voorwetenschap - strafvervolging in te stell
HR verwerpt cassatieberoep met toepassing van artikel 81RO.
Omvangrijke belastingfraude. Sfeerovergang. Onder de geschetste omstandigheden acht de rechtbank geen criminele organisatie aanwezig. Gevolgen intrekken Coördinatiewet Sociale Verzekeringen voor de kwalificatie en de strafmaat. Strafmaatoverwegingen.
Omvangrijke belastingfraude. Sfeerovergang. Onder de geschetste omstandigheden acht de rechtbank geen criminele organisatie aanwezig. Gevolgen intrekken Coördinatiewet Sociale Verzekeringen voor de kwalificatie en de strafmaat. Strafmaatoverwegingen.
Afwijzing van een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor en voorlopig deskundigenbericht tegen de Staat ter vaststelling van wat in een strafzaak tijdens een terechtzitting is voorgevallen, 81 RO.
Andere strafbare feiten ex art. 36e.3 Sr. Uit art. 36e Sr jo. art. 511.1 Sv volgt dat een ontnemingsvordering n.a.v. een veroordeling a.b.i. art. 36e.1 en 3 moet worden ingesteld binnen twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg. Daarmee is niet verenigbaar dat in een geval als
Geen verplichting tot wijzen op verschoningsrecht getuigen. De wetgever heeft opsporingsambtenaren noch rechters verplicht om personen die door hen als getuige worden gehoord uitdrukkelijk te wijzen op de onder omstandigheden bestaande mogelijkheid zich te verschonen van het bean
Verdachte en zijn echtgenote hebben in en na 1994 over een saldo bij de KB-Lux beschikt en hebben dat niet opgegeven aan de Nederlandse fiscus. Verdachte wordt vervolgd wat betreft de aangifte inkomstenbelasting 1998, de echtgenote van verdachte wat betreft de aangifte inkomstenb
Hof oordeelde onjuist noch onbegrijpelijk dat verbalisanten gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid ex art. 52.1 WWM de uitlevering van een vuurwapen te vorderen. Nu daarover in hoger beroep niet is geklaagd en uit de stukken niet het rechtstreeks en ernstig vermoeden rijst da
Antilliaanse zaak; strafoplegging aan rechtspersoon i.c. niet mogelijk nu de bewezenverklaarde feiten – deelneming aan een criminele organisatie en valsheid in geschrifte – volgens de Antilliaanse wetgeving slechts kunnen worden bestraft met gevangenisstraf en niet tevens met gel
1. Overgang van fiscaal controleonderzoek naar strafrechtelijk onderzoek. 2. Art. 80 lid 2 AWR; instemming van het bestuur van 's Rijks belastingen met vervolging. 3. Rechtstreeks contact belastingambtenaar met OvJ of onder zijn verantwoordelijkheid vallende FIOD-ambtenaren; gehe
1. Beletten van vragen door hof i.c. onbegrijpelijk. 2. Toelaatbaarheid stelselmatig inwinnen van informatie door opsporingsambtenaar incognito terwijl verdachte voorlopig is gehecht. Ad 1. Beletten door hof van vragen van raadsman aan getuige die van belang konden zijn voor de w
Het hof heeft onder meer bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het balkon van de vierde verdieping van een flatgebouw te Kampen, heeft geduwd of gegooid. Beroep op onrechtmatig verkregen bewijs (onder andere) ivm inzet (politie)infiltranten.
8 juli 2003 Strafkamer nr. 00815/02 KD/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 maart 2002, nummer 22/000715-99, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 195
De klacht dat het Hof bij het ondervragen van getuige [getuige 1] de verdediging onaanvaardbaar het stellen van vragen aan de getuige heeft belet.