De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte daarvoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van tien jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3412, 1289, 1290,1291, 1294, 1295, 1296)
Wetboek van Strafvordering
Art. 29 Sv
Genoemd in 557 uitspraken · Officiële wettekst
557 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende feiten: medeplegen van het door beloften, het verschaffen van middelen en inlichtingen, en bedreiging opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van moord, meermalen gepleegd; medeplegen van pogi
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:CA4041, BY9841, BZ0392, BZ3412, 1289, 1290,1291,1292, 1294, 1295)
De rechtbank acht bewezen dat sprake is van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ3412, BZ0392, 1289, 1290,129
Medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging. Medeplegen van valsheid in geschrift. Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt da
Feit 1: Medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging. Feit 3: Medeplegen van gewoontewitwassen. Feit 4: Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven
Jeugdzaak. Cautie. Art. 29.2 Sv en art. 359a Sv. Art. 29.2 Sv beoogt de verdachte te behoeden tegen ongewilde medewerking aan zijn eigen veroordeling. Ingevolge die bepaling dient de verdachte voor zijn verhoor te worden medegedeeld, dat hij niet verplicht is tot antwoorden. Indi
Veroordeling terzake van diefstal met geweld en afpersing en terzake van oplichting. Het hof legt een hogere gevangenisstraf op dan de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten en gelet op de omstandigheid dat de feiten zijn gepleegd terwijl verdachte voorwaardelijk in vrijheid
Salduz. HR herhaalt LJN BH3079, HR LJN BQ8907 en HR LJN BN9293. Het Hof heeft door te volstaan met de constatering dat sprake is van een vormverzuim, e.e.a. miskend.
Promis. Minderjarige. Inbraak. DNA-onderzoek. De omstandigheid dat verdachte geen verklaring heeft afgelegd met betrekking tot de aanwezigheid van zijn bloed in de woonkamer van het slachtoffer, kan op zichzelf niet tot het bewijs bijdragen. Volgens vaste jurisprudentie kan de re
Salduz. Het oordeel van het Hof dat de verklaringen die de verdachte na haar aanhouding tegenover de politie heeft afgelegd bruikbaar zijn voor het bewijs, ook al is de verdachte voorafgaand aan haar eerste verhoor door de politie niet in de gelegenheid gesteld een raadsman te ra
Salduz-verweer. Niet aangehouden jeugdige verdachte. Het oordeel van het Hof dat de regels van HR LJN BH3079 in casu niet gelden nu het Hof heeft vastgesteld dat de jeugdige verdachte vrijwillig en in het bijzijn van een vertrouwenspersoon naar het politiebureau is gegaan en niet
Salduz-verweer. Verklaring van verdachte afgelegd tijdens het transport naar het politiebureau. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BH3079. Het Hof heeft op grond van zijn vaststellingen geoordeeld dat de door de verbalisant in het politievoertuig aan verd
Art. 1.4 Awbi en raadplegen advocaat. De opvatting dat uit HR LJN BH3079 moet worden afgeleid dat, indien de bewoner als verdachte is aangehouden, de in art. 1.4 Awbi bedoelde toestemming pas mag worden verzocht nadat die aangehouden bewoner in de gelegenheid is gesteld een advoc
Dodelijke overval Haulerwijk. Verdachte wordt veroordeeld tot gevangenisstraf van 9 jaar en 7 maanden voor doodslag op een man in Haulerwijk.
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De rechter-commissaris is als behandelend rechter opgetreden in de procedure betreffende het verzoek ex artikel 36a Sv van verzoeker als verdachte. Die procedure is met het geven van de beschikking van 2 februari 2012 geëindigd. De rechter-commi
De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte heeft ingebroken in een bedrijfspand van een transportbedrijf] en daar de administratie heeft weggenomen. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte uit rancune jegens het slachtoffer heeft gehandeld. Verdachte stelde
Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Verdachte heeft zich samen met een ander meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door facturen inzake vijf bouwprojecten valselijk op te maken. Door op deze manier te handelen heeft verdachte ervoor gezorgd da
Salduz-verweer. De Hoge Raad herhaalt en verduidelijkt de toepasselijke overweging uit HR LJN BH3079. Het verzuim dat een aangehouden verdachte niet of niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste politieverhoor een advocaat te raadplegen,
Art. 1.1 Awbi. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Degene die in een woning binnentreedt, is ingevolge art. 1.1 Awbi verplicht zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden. Dit voorschrift is ook van toepassing in het geval dat met
Uitspraak in hoger beroep in de ‘Puttense zaak’. Het hof veroordeelt de verdachte wegens moord en verkrachting tot een gevangenisstraf van 18 jaar.
Zwolse woonbootmoord. Hof wijst arrest na verwijzing door de Hoge Raad. Hof neemt, ondanks verweer, voorbedachte raad aan en legt evenals de rechtbank een gevangenisstraf van 16 jaar op. De door de verdediging gestelde vormverzuimen die aanleiding zouden moeten zijn tot strafverm
Jeugdzaak. Slagende bewijsklacht.
Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet invoer cocaïne.
Algehele vrijspraak, geen wettig bewijs. Salduz-verweer. Schending cautieplicht. Bewijsuitsluiting. Belastende verklaring van verdachte bij door hem gedane aangifte, dient ook van het bewijs te worden uitgesloten. Gelet op de positie van verdachte in dit bijzondere geval, had ver