Kort geding. Verhoorbijstand. Eindvonnis na beantwoording prejudiciële vragen door de Hoge Raad. Uit oordeel Hoge Raad volgt dat de Beleidsbrief OM niet als strijdig met het arrest van de Hoge Raad van 15 december 2015 kan worden aangemerkt. Gezien dit oordeel kan de Beleidsbrief
Wetboek van Strafvordering
Art. 29 Sv
Genoemd in 557 uitspraken · Officiële wettekst
557 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Onrechtmatige overheidsdaad, strafrecht. Kort geding over rechtsbijstand bij politieverhoor. Uitleg van HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608, NJ 2016/52 (strafkamer). Toetsing in kort geding van beleid (Beleidsbrief OM “Raadsman bij verhoor
Inzet politie-infiltrant (126j Sv) voloet niet aan eisen van subsidiariteit. Minderjarige medeplichtig aan woningoverval IJmuiden door leveren bivakmuts.
Verdachte en zijn medeverdachte hebben onder bedreiging met een mes twee medewerksters van een cafetaria gedwongen om een kassalade - met daarin € 462,00 - af te geven. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een scooter. De rechtbank acht de verklarin
Verdachte en zijn medeverdachte hebben onder bedreiging met een mes twee medewerksters van een cafetaria gedwongen om een kassalade - met daarin € 462,00 - af te geven. De rechtbank acht de verklaringen van beide verdachten tegenover een informant van de politie rechtmatig verkre
Profijtontneming. Pressieverbod. Bekennende verklaring betrokkene over omvang hennepoogst ondanks pijn t.g.v. brandwonden aan handen in vrijheid afgelegd? Art. 29.1 Sv. Hof heeft geoordeeld dat “veroordeelde tijdens het verhoor pijn aan beide handen heeft gehad en dat veroordeeld
Pressieverbod. Bekennende verklaring verdachte ondanks pijn t.g.v. brandwonden aan handen in vrijheid afgelegd? Art. 29.1 Sv. Hof heeft geoordeeld dat “de verdachte tijdens het verhoor pijn aan beide handen heeft gehad en dat de verdachte het liefst naar huis wilde”, maar dat “ni
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
De rechtbank acht bewezen dat verdachte een van de daders is van de overval op het reisbureau. In het dossier bevindt zich een grote hoeveelheid indirect bewijs, naast de verklaringen van drie getuigen en de verklaringen van de overvallen medewerkers van het reisbureau. Deze drie
De rechtbank acht bewezen dat verdachte een van de daders is van de overval op het reisbureau. In het dossier bevindt zich een grote hoeveelheid indirect bewijs, naast de verklaringen van drie getuigen en de verklaringen van de overvallen medewerkers van het reisbureau. Deze drie
In dit kort geding heeft de Belastingdienst van Nederlandse belastingplichtigen inlichtingen gevorderd over tegoeden in het buitenland. Ter discussie staat of deze eis in strijd is met het ‘nemo tenetur’-beginsel.
Bewezenverklaring. Het als bewijs bezigen van een beroep op het zwijgrecht is niet toelaatbaar. De HR herhaalt de toepasselijke rechtsregel uit ECLI:NL:HR:1997:ZD0733. I.c. heeft het Hof de weigering van verdachte te verklaren over de in de bewezenverklaring vermelde auto als bew
Strafzaak tegen negen Somalische piraten. Ten laste is gelegd medeplegen van zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht en medeplegen van poging moord/poging doodslag c.q. daden van geweld tegen Nederlands marinepersoneel. Verhouding militaire taken en opsporingstaken
Moord. Verdachte beroept zich op zijn zwijgrecht. In dossier (en bewijsmiddelen) is sprake van meerdere omstandigheden waarover verdachte moet kunnen verklaren. Hij beroept zich echter ook ten aanzien van die omstandigheden op zijn zwijgrecht. De conclusie van het hof daaruit is
Antilliaanse zaak. Witwassen, art. 435a SrNA. Aangezien uit ’s Hofs motivering - ook waar het heeft overwogen dat “de gelden zijn aangetroffen in een enveloppe in een slaapkamer, resp. in een schoudertas, die door de verdachte bij het verlaten van zijn woning werd gedragen” – nie
Zaak moord zonder lijk. Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot n-o OM. Onjuist p-v op ambtseed opgemaakt. Dat kan slechts dan tot n-o van het OM in de vervolging leiden, indien aannemelijk is dat door toedoen van de met opsporing en vervolging belaste functionarissen ern
Tussenarrest: horen verbalisanten
Insolventierecht. Inbewaringstelling gefailleerde die weigert inlichtingen te verschaffen aan de curator. Art. 87 Fw, 105 Fw. Beroep op nemo tenetur-beginsel in verband met voornemen van de curator om de gefailleerde te vervolgen wegens faillissementsfraude. Art. 88 Fw, art. 6 EV
Levenslang wegens onder meer tweemaal gekwalificeerde doodslag en poging moord
De rechtbank veroordeeld verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaar wegens doodslag op een 59-jarige man uit Goor. De straf komt overeen met de 8 jaar gevangenisstraf die de officier van justitie tegen verdachte eiste. De rechtbank acht bewezen dat de man het slachtoffer met op
HR: 81.1 RO en strafvermindering i.v.m. overschrijding redelijke termijn.
Het onder de bewijsmiddelen opnemen van een voor de bewezenverklaring niet redengevend onderdeel van de verklaring van een getuige staat i.c. - gelet op de bewijsvoering als geheel – aan een behoorlijke motivering van de bewezenverklaring niet in de weg.