HR: 81.1 RO en strafvermindering i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn.
Wetboek van Strafvordering
Art. 29 Sv
Genoemd in 557 uitspraken · Officiële wettekst
557 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging. Medeplegen van valsheid in geschrift. Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt da
Promis. Minderjarige. Inbraak. DNA-onderzoek. De omstandigheid dat verdachte geen verklaring heeft afgelegd met betrekking tot de aanwezigheid van zijn bloed in de woonkamer van het slachtoffer, kan op zichzelf niet tot het bewijs bijdragen. Volgens vaste jurisprudentie kan de re
De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte heeft ingebroken in een bedrijfspand van een transportbedrijf] en daar de administratie heeft weggenomen. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte uit rancune jegens het slachtoffer heeft gehandeld. Verdachte stelde
Uitspraak in hoger beroep in de ‘Puttense zaak’. Het hof veroordeelt de verdachte wegens moord en verkrachting tot een gevangenisstraf van 18 jaar.
Jeugdzaak. Slagende bewijsklacht.
OM-cassatie. Beklag ex 552a Sv. Vordering tot uitlevering ter inbeslagneming ex art. 18 WED. Nemo-tenetur-beginsel. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AV1141 en LJN ZD0834. Het recht van de verdachte om zichzelf niet te belasten is - in de woorden van het EHR
OM-cassatie. Verhoor i.s.m. pressieverbod van art. 29.1 Sv? HR: art. 81 RO.
Gegronde bewijsklacht.
Bewijsklacht. Het Hof heeft nagelaten te vermelden waarom het een bewijsmiddel dat niet zonder meer redengevend is voor het bewijs desondanks voor het bewijs heeft gebezigd. De bestreden uitspraak is daarom niet naar behoren met redenen omkleed.
Belastingfraude. Handel in aandelen van ‘winstvennootschappen’. O.m. deelneming aan een criminele organisatie dat tot oogmerk had het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van andere personen dan ambtenaren. HR: 81 RO
Vrijspraak terzake mensenhandel en mensensmokkel Medeplegen kwaliteitsdelict Artikel 69 Awir. Wijze van verfeitelijking in tll. omvat mede bestanddeel "dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven".
Verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van de gewapende overval, waarbij in het plafond is geschoten en ongeveer €25.000,- is buitgemaakt. Verdachte is voorts veroordeeld voor 1 inbraak. De volgende straf wordt opgelegd: 5 jaren en 1 maand.
Medeverdachten worden veroordeeld voor het plegen van de gewapende overval, waarbij in het plafond is geschoten en ongeveer €25.000,- is buitgemaakt. Verdachte voor de medeplichtigheid, omdat hij zijn huis ter beschikking heeft gesteld. Verdachte is voorts veroordeeld voor 4 inbr
Verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van de gewapende overval, waarbij in het plafond is geschoten en ongeveer €25.000,- is buitgemaakt. De volgende straf wordt opgelegd: 5 jaren.
Verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van de gewapende overval, waarbij in het plafond is geschoten en ongeveer €25.000,- is buitgemaakt. Verdachte is voorts veroordeeld voor witwassen van €27.200,- De volgende straf wordt opgelegd: 5 jaren en 6 maanden.
Oogmerk tot het plegen van misdrijven en deelneming ex art. 140 Sr. HR herhaalt dat het bij het in art. 140 Sr omschreven misdrijf gaat om een organisatie die het oogmerk heeft tot het plegen van meerdere misdrijven en dat dat oogmerk, waartoe ook het naaste doel van organisatie
Antilliaanse zaak; strafoplegging aan rechtspersoon i.c. niet mogelijk nu de bewezenverklaarde feiten – deelneming aan een criminele organisatie en valsheid in geschrifte – volgens de Antilliaanse wetgeving slechts kunnen worden bestraft met gevangenisstraf en niet tevens met gel
-
-
-
Art. 8 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op respect voor diens privéleven een meer dan beperkte - en daardoor niet meer door art. 2 Politiewet en art. 141 Sv gelegitimeerde - inbreuk is gemaakt, beantwoord aan de hand van de frequentie, de duur, de plaatsen, de methoden,
-
-
1. Gesprek op straat is i.c. geen verhoor als bedoeld in art. 29 lid 2 Sv. 2. Verdachte was, ondanks zijn slechte geestelijke en lichamelijke toestand, in staat in vrijheid te bepalen wat hij wenste te verklaren.