Getuigenverzoek. Horen gelijktijdig berechte medeverdachte als getuige. Het middel berust op de opvatting dat een medeverdachte die i .v.m. de gelijktijdige behandeling van zijn zaak ttz. aanwezig is, o.g.v. de enkele omstandigheid dat de verdediging verzoekt hem in de zaak van v
Wetboek van Strafvordering
Art. 296 Sv
Genoemd in 7 uitspraken · Officiële wettekst
7 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
1. De opvatting dat een niet als getuige ttz. aanwezige benadeelde partij niet als getuige kan worden gehoord vindt i.h.a. geen steun in het recht. 2. De hantering van de maatstaf aan de hand waarvan de rechter een vordering van het OM resp. verzoek van de verdediging tot het hor
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
1. Horen getuigen in elkaars aanwezigheid, artt. 289, 296, 297 Sv. 2. Opmaken verkort pv, art. 281.4 Sv. Ad 1. Art. 289 Sv, dat ex art. 415 Sv ook in appèl van toepassing is, geeft voorschriften omtrent de volgorde van de gang van zaken bij het verhoor van getuigen, Ex art. 289.
1. Horen getuigen in elkaars aanwezigheid, artt. 289, 296, 297 Sv. 2. Opmaken verkort pv, art. 281.4 Sv. Ad 1. Art. 289 Sv, dat ex art. 415 Sv ook in appèl van toepassing is, geeft voorschriften omtrent de volgorde van de gang van zaken bij het verhoor van getuigen, Ex art. 289.