Afstand van rechtsbijstand. O.g.v. art. 6.3.c EVRM en art. 28.1 Sv is de verdachte bevoegd zich te laten bijstaan door een raadsman. In een aantal gevallen is toevoeging van een raadsman verplicht maar of een verdachte zichzelf ttz. wil verdedigen is zijn vrije keuze. Voor enkele
Wetboek van Strafvordering
Art. 28 Sv
Genoemd in 87 uitspraken · Officiële wettekst
87 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Afstand gedaan van rechtsbijstand? HR stelt voorop dat art. 6.3 onder c, EVRM de verdachte het recht toekent om zichzelf te verdedigen dan wel zich te laten bijstaan door een advocaat. Die verdragswaarborg komt ook tot uitdrukking in het Wetboek van Sv. Ingevolge art. 28.1 Sv is
Recht op rechtsbijstand bij politieverhoor voor niet-aangehouden verdachte. Art. 27c.2, art. 27c.5 en art. 359a Sv. Op grond van art. 27c.2 Sv dient de niet-aangehouden verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor mededeling te worden gedaan van het, in art. 28.1 Sv gewaarborgde
Poging tot zware mishandeling door ander met een mes te steken, art. 302.1 Sr. Verweer dat als kwetsbaar aan te merken verdachte ten onrechte voorafgaand en tijdens politieverhoor geen rechtsbijstand heeft gehad. Welke eisen gelden voor doen van afstand van recht op rechtsbijstan
Belediging van Nederlandse politica in Facebook-berichten, art. 266.1 Sr. Verweer strekkend tot bewijsuitsluiting i.v.m. gebreken in mededeling over rechtsbijstand aan niet-aangehouden verdachte voorafgaand aan telefonisch verhoor door politie, art. 27c.2, 27c.5, 28.1 en 28a Sv.
1. Ambtshalve toevoeging raadsman, art. 41.1 aanhef en onder b Sv. 2. Bijstand raadsman, art. 28.1 Sv. Ad 1. De klacht dat ten onrechte niet op de voet van art. 41.1 aanhef en onder b Sv door de voorzitter van het Hof ambtshalve de last is gegeven tot toevoeging van een raadsman
Gifmoord. Art. 289 Sr. Afstand van rechtsbijstand. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BI2315 m.b.t. gevallen waarin afstand van rechtsbijstand kan worden gedaan en het toezicht door de rechter. Gelet op het procesverloop in h.b. heeft het Hof zich ervan vergew
HR: art. 81.1 RO.
Afwijzing aanhoudingsverzoek. Art. 28 en 41 Sv, art. 6.3 onder b en c EVRM. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BT6406, NJ 2012/29. ’s Hofs in de motivering van de beslissing tot afwijzing van het aanhoudingsverzoek tot uitdrukking gebrachte oordeel dat de rm
Conclusie AG in zaak over eenvoudige belediging van een bekende politica via Facebook. Bespreking van twee aspecten van het recht van de niet-aangehouden verdachte op rechtsbijstand voorafgaand aan en tijdens het (telefonische) politieverhoor. 1. Dient een voor het verhoor uitgen
Onderzoek Marengo. Overwegingen en beslissingen op verzoeken (opvolgende) verdediging die zien op de voorbereiding daarvan. Beoordelingskader rechtsbijstandsverlening en voortgang behandeling zaak.
Verlaten plaats ongeval, art. 7.1 WVW 1994. Schending informatieplicht art. 27c.2 Sv voor verhoor van niet-aangehouden verdachte. Verweer dat opsporingsambtenaren de verdachte hadden moeten wijzen op zijn recht op rechtsbijstand, voordat ze hem in zijn woning vragen stelden over
Weigering nultarief BTW en vergrijpboeten wegens betrokkenheid bij BTW-fraude. Art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest (fair trial); moet de fiscus bij de cautie ook wijzen op een recht op rechtsbijstand? Geldt EHRM Salduz ook bij tax surcharges of geldt ingevolge EHRM Jussila die waa
Jeugdzaak. Medeplegen poging tot zware mishandeling door een ander naar de grond te brengen en hem vervolgens tegen het hoofd te schoppen en te slaan, art. 302.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van verklaring die minderjarige verdachte bi
Beschadiging van auto (art. 350.1 Sr). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting i.v.m. gebreken in mededelingen over recht op rechtsbijstand aan aangehouden verdachte. Mededeling van recht op kosteloze rechtsbijstand en beoordeling van aan vormverzuim eventueel te verbinden recht
Conclusie AG. Gewoontewitwassen (art. 420ter Sr). Middelen over onder meer de verwerping van het verweer dat de ter uitvoering van een Nederlands rechtshulpverzoek door de Spaanse politie verhoorde verdachte voorafgaand aan en bij het politieverhoor recht had op rechtsbijstand va
Beïnvloeding van getuigen. Medeplegen. Georganiseerd verband. Bewijsuitsluiting? Verdachte komt geen beroep toe op eventuele schending van een vormverzuim in de zaak van medeverdachte. Beroep op Vidgen-jurisprudentie verworpen. Weliswaar geen mogelijkheid tot effectieve ondervrag
Artikel 6 EVRM. Aanwezigheidsrecht. Recht op rechtsbijstand. Vrijspraak naar aanleiding van aanvullend onderzoek NFI hoger beroep.
Salduz. Vormverzuim ex art. 359a Sv. Onvoorwaardelijke afstand van recht op consultatiebijstand, terwijl verdachte ten onrechte is meegedeeld dat raadplegen raadsman niet kosteloos zou zijn? De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH3079 en ECLI:NL:HR
Dadelijk uitvoerbaar, art. 14e.1 Sr. Gevaar vereiste. De invoering van deze regeling kan niet worden aangemerkt als een wijziging van wetgeving t.a.v. de strafbaarstelling of strafbedreiging, vgl. HR 27 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:493. De motivering van het Hof is niet toerei
1. Ambtshalve toevoeging raadsman, art. 41.1 aanhef en onder b Sv. 2. Bijstand raadsman, art. 28.1 Sv. Ad 1. De klacht dat ten onrechte niet op de voet van art. 41.1 aanhef en onder b Sv door de voorzitter van het Hof ambtshalve de last is gegeven tot toevoeging van een raadsman
Afstand gedaan van rechtsbijstand? HR stelt voorop dat art. 6.3 onder c, EVRM de verdachte het recht toekent om zichzelf te verdedigen dan wel zich te laten bijstaan door een advocaat. Die verdragswaarborg komt ook tot uitdrukking in het Wetboek van Sv. Ingevolge art. 28.1 Sv is
Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr) van medewerker jeugdzorginstelling waar verdachte verbleef. Verweer strekkende tot strafvermindering i.v.m. vormverzuim, nu als kwetsbaar aan te merken verdachte voorafgaand aan en tijdens politiev
Conclusie AG. Mishandeling. 4 middelen. Het eerste middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op een door de verdachte voorafgaand aan de zitting gedaan aanhoudingsverzoek. Het hof was hiertoe in het kader van art. 328 jo 331 jo 281 Sv niet gehouden omdat de reden voor
Conclusie AG. Buiten grondgebied brengen van cocaïne (at. 2 en 11 Opiumwet). Middel houdt in dat de verklaring van de verdachte niet voor het bewijs mag worden gebruikt omdat hij voorafgaand aan het verhoor geen gebruik heeft kunnen maken van consultatiebijstand. AG acht het oord