In zijn arrest van HR LJN AZ1702 heeft de HR een aantal vragen besproken die zijn gerezen n.a.v. de wet van 10-11-2004 tot wijziging van het WvSv en het WvSr en de Wet RO i.v.m. het horen van getuigen en enkele verwante onderwerpen (Stb. 579). Deze vragen zagen o.m. op de wijzigi
Wetboek van Strafvordering
Art. 288 Sv
Genoemd in 291 uitspraken · Officiële wettekst
291 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel, meermalen gepleegd. Het middel klaagt over de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen. Getuigen zijn in de strafzaak tegen betrokkene bij RC gehoord. AG schetst beoordelingskader voor het horen van getuigen in
Ontucht met aan zorg toevertrouwde minderjarige door als groepsleider in inrichting seksuele handelingen te verrichten met 16-jarig meisje, art. 249 Sr. Post-Keskin. Afwijzing van bij (tardieve) appelschriftuur gedaan, ttz. in h.b. gehandhaafd en op latere tz. in h.b. herhaald ge
Conclusie AG. Naar aanleiding van de uitspraak van het EHRM van 19 januari 2021 in de zaak Keskin t. Nederland, wijdt de AG algemene beschouwingen aan de rechtspraak van de Hoge Raad inzake verzoeken tot het horen van getuigen à charge en het gebruik voor het bewijs van de verkla
-
Conclusie AG over: 1. wat moet worden verstaan onder een verschenen getuige als bedoeld in art. 287 Sv en 2. welke rechtsbeschermende waarborgen uit hoofde van art. 8 EVRM gelden voor het doen van afstand van privacy-rechten (i.c. het vragen van toestemming tot doorzoeking van ee
De HR maakt n.a.v. de CAG opmerkingen over de toepassing van art. 80a RO: bij de beantwoording van de vraag naar het - rechtens te respecteren - belang bij een cassatiemiddel over de afwijzing van een getuigenverzoek, kan onder omstandigheden een rol spelen dat onvoldoende duidel
-
Conclusie AG. In vereniging plegen van diefstal d.m.v. verbreking (art. 311 Sr). Post-Keskin. Hof heeft aan afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen verbalisanten als getuigen ten grondslag gelegd dat verdediging ongemotiveerd is teruggekomen op een eerder door haar ingenom
Conclusie AG. Profijtontneming. Klacht over de afwijzing van een verzoek tot het horen van een getuige op de enkele grond dat die in de strafzaak al is gehoord door de RC. Beschouwingen over het beoordelingskader van getuigenverzoeken in ontnemingszaken. Klacht over tekortschiete
Conclusie AG. 1. Herhaald verzoek tot als getuige horen van in Kaapverdië gedetineerde medeverdachte. 2. Voorhanden hebben vuurwapen en munitie in door verdachte gehuurde woning, art. 26.1 WWM. Meer of mindere mate van bewustheid? Denaturering verklaring verdachte? 3. Medeplegen
Profijtontneming. Afwijzing getuigenverzoeken. Geen in rechte te respecteren belang bij cassatieklacht over onjuiste maatstaf. ’s Hofs afwijzing van de getuigenverzoeken is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. CAG: Anders.
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Uitdrukkelijk instemming ex art. 288.3 Sv. Nu het p.v. t.t.z. niet inhoudt dat de verdediging o.g.v. art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuige, moet het ervoor worden gehouden dat die instemming niet
-
Conclusie AG. M1 klaagt over afwijzing getuigenverzoek. M2 en M3 hebben betrekking op bewezenverklaring “medeplegen van gewoontewitwassen”. M4 klaagt over strafoplegging, M5 over schending inzendtermijn. Eerste vier middelen falen, M5 slaagt. Ambtshalve opmerking over redelijke t
Conclusie AG. Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel (art. 6 WVW 1994). 1: Bewijsklachten schuld i.d.z.v. 6 WVW 1994. 2: Klacht over verwerping verweer en UOS-klachten. 3: Ontbrekende pleitnota in hoger beroep. Onderzoek ter terechtzitting nadien opnieuw aangevangen wegens
Conclusie AG. Afwijzing verzoek tot het horen van getuigen. De AG stelt zich op het standpunt dat het hof bij de afwijzing ten onrechte het noodzaakcriterium heeft toegepast gelet op de in HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496 geformuleerde uitgangspunten. De conclusie bevat daarn
1. Afwijzing getuigenverzoek, art. 288.1.ahf.a jo. art. 287.3.ahf.b Sv. 2. Afwijzing (voorwaardelijk) getuigenverzoek, art. 315 jo. 328 Sv. Ad 1. Het Hof heeft ttz. van 4 juni 2013 afgezien van de (hernieuwde) oproeping van X als getuige op de grond dat - gelet op een medische ve
Afwijzing getuigenverzoek. ’s Hofs oordeel dat niet aannemelijk is dat de getuige binnen aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen is niet zonder meer begrijpelijk nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit kan volgen dat na de vergeefse oproeping van de ge
Conclusie AG. Poging tot diefstal met braak (311 Sr). Klacht m.b.t. afwijzing voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek slaagt. Geen belang bij cassatie nu onvoldoende stellig en duidelijk getuigenverzoek. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Deelneming aan een criminele drugsorganisatie, witwassen en handelen in strijd met de Opiumwet en WWM. Middelen over onder meer verdachtes deelname aan de organisatie, afwijzing van getuigenverzoeken, verwerping van het beroep op de kwalificatie-uitsluitingsgrond en
“Concl. plv-AG. Medeplegen van voorbereidingshandelingen om het opzettelijk vervoeren van 287 kg cocaïne vanuit Suriname via Zuid-Afrika naar Mozambique voor te bereiden, deelneming aan een criminele organisatie en medeplegen van gewoontewitwassen. 1. Oordeel hof dat het niet aan
Afwijzingen getuigenverzoeken. 1. Verzoek horen R-C ter toetsing van de aan NN-getuige verleende status van bedreigde getuige. 2. Verzoek horen R-C over betrouwbaarheid van de door de bedreigde getuige afgelegde verklaring. Ad 1. HR herhaalt maatstaf uit ECLI:NL:HR:1998:ZD1214, N
Art. 314.2 jo. art. 314.1 Sv, voortzetting oz ttz. na toewijzing van vordering wijziging tll zonder toestemming verdachte of uitdrukkelijk gemachtigd raadsman. Gelet op de tekst van de wet moet worden aangenomen dat art. 314.1 Sv slechts betrekking heeft op de behandeling van de