Conclusie AG. Opzettelijke en wederrechtelijke beschadiging van twee trams i.h.k.v. een demonstratie, art. 350 Sr. Post-Keskin. Eerste middel is gericht tegen de afwijzing van een (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De AG meent dat de afwijzing van dit verzoek in de kern berust op
Wetboek van Strafvordering
Art. 288 Sv
Genoemd in 291 uitspraken · Officiële wettekst
291 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door
Conclusie AG. In vereniging plegen van diefstal d.m.v. verbreking (art. 311 Sr). Post-Keskin. Hof heeft aan afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen verbalisanten als getuigen ten grondslag gelegd dat verdediging ongemotiveerd is teruggekomen op een eerder door haar ingenom
Uitdrukkelijk instemming ex art. 288.3 Sv. Nu het p.v. t.t.z. niet inhoudt dat de verdediging o.g.v. art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuige, moet het ervoor worden gehouden dat die instemming niet
Uitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuigen. Het moet daarom er voor worden gehouden dat die in
1. Verbeurdverklaring (v.v.). 2. Onttrekking aan het verkeer (o.a.h.v.). Ad 1. De eerste klacht strekt kennelijk ten betoge dat de in het arrest genoemde inbeslaggenomen voorwerpen verdachte niet toebehoren. Daarvan uitgaande heeft verdachte bij zijn klacht over de motivering van
Profijtontneming. Getuigenverzoek. De overweging van het Hof moet aldus worden verstaan dat het Hof ex art. 288.3 Sv met toestemming van de AG van hernieuwde oproeping van de getuige heeft afgezien. Gelet op art. 331.2 Sv kon het Hof ook zonder de toestemming van de betrokkene al
Strafoplegging. Art. 57 Sr. Conclusie AG: Nu sprake is van samenloop van misdrijven waarop een gelijksoortige hoofdstraf is gesteld, had het Hof voor zover het betreft de ten aanzien van deze feiten afzonderlijk opgelegde hoofdstraffen één straf(combinatie) moeten opleggen. HR le
Uitdrukkelijk instemming ex art. 288.3 Sv. Nu het p.v. t.t.z. niet inhoudt dat de verdediging o.g.v. art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuige X, moet het ervoor worden gehouden dat die instemming niet
Profijtontneming. Art. 359.2 Sv (u.o.s.). Het pv t.t.z in h.b. houdt niet in dat de raadsman aldaar het woord heeft gevoerd overeenkomstig de pleitnota van mr. X en houdt evenmin in dat het Hof heeft ingestemd met het verzoek van de raadsman om die pleitnota “hier als herhaald en
Het pv van de terechtzitting houdt niet in dat de AG bij het hof en de verdediging ex art. 288.3 Sv uitdrukkelijk hebben ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de opgeroepen maar niet verschenen getuige. Het moet er daarom voor worden gehouden dat die instemming
Conclusie AG. Jeugdzaak. Medeplegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd. Klachten over bewijsvoering en afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01156.
Falende klachten over het afwijzen van een herhaald verzoek tot aanhouding i.v.m. het aanwezigheidsrecht. 1. Ziekte verdachte. Raadsman heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat verdediging zich niet deugdelijk heeft kunnen voorbereiden en niet dat verdachte ttz. aanwezig w
Economische zaak. Afzien horen niet verschenen getuige. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2000:ZD2182. Gelet op art. 331.2 Sv kon het Hof ook zonder de toestemming van de niet ter terechtzitting verschenen verdachte afzien van een nadere oproeping van de niet verschenen getuige. Door v
Afwijzing getuigenverzoek. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 omtrent de beoordeling van cassatieklachten over beslissingen inzake verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen. Gelet hierop is de afwijzing door het Hof van het verzoek tot het horen van de door de raadsman genoe
Noodweer. In aanmerking genomen dat het Hof omtrent de situatie en het gedrag van X jegens verdachte onmiddellijk voorafgaand aan het bewezenverklaarde steken met een mes niet meer heeft vastgesteld dan dat X op het moment van de bewezenverklaarde messteek in zijn rug naar verdac
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.
Uitdrukkelijk instemming ex art. 288.3 Sv. Nu het p.v. t.t.z. niet inhoudt dat de verdediging o.g.v. art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuige, moet het ervoor worden gehouden dat die instemming niet
Art. 322.4 Sv. Welke beslissingen blijven na opnieuw aanvangen in stand? Redelijke wetstoepassing brengt met mee dat art. 322.4 Sv ook de uit hoofde van art. 315 Sv gegeven bevelen tot oproeping van getuigen omvat. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het
Getuigenverzoeken. Maatstaf. Bij schriftuur ex art. 410 Sv heeft de verdediging verzocht 3 getuigen op te roepen. Gelet op art. 418 jo. art. 288 Sv kon het Hof het verzoek slechts afwijzen op de in art. 288.1 Sv genoemde gronden. Uit zijn op het verzoek genomen beslissing en de d
1. Beslissing op verzoek nader onderzoek. 2. Art. 5.1.e EVRM en oplegging tbs zonder advies strekkende daartoe van een deskundige. Ad 1. De raadsman heeft t.t.z. in hb van 23-11-06 verzocht om nieuw psychiatrisch onderzoek, waarop het Hof heeft geoordeeld dat het dat verzoek “tha
Uitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuigen. Het moet daarom er voor worden gehouden dat die in
Afstand van appèl. Het hof is uitgegaan van de juistheid van hetgeen volgens verdachte door hem is gezegd op de vraag van de politierechter of hij afstand deed van appèl (“Ik betwist niet dat de politierechter gevraagd heeft of ik afstand hoger beroep wilde doen. Daarop heb ik te
-