1. Afwijzing getuigenverzoek. Herstelmogelijkheid maatstaf. Regiezitting. 2. Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. 3. Vordering beledigde partij. Schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. Een tz. in h.b. kan worden aangemerkt als een 'regiezitting' indien die zitti
Wetboek van Strafvordering
Art. 288 Sv
Genoemd in 291 uitspraken · Officiële wettekst
291 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. In het geval dat het onderzoek ttz. is geschorst en het verzoek tot het oproepen van getuigen eerst is gedaan of - na eerdere afwijzing - herhaald na de schorsing, is de maatstaf bij de beoordeling van het verzoek of de noodzaak van hetgeen wo
Onderzoek Piranha na verwijzing door Hoge Raad. Beoordeling van verzoeken tot het horen van AIVD-medewerkers als getuigen. Overweging over het gewicht en de weging van de bij die beoordeling betrokken belangen van staatsveiligheid en het recht van de verdachte op een eerlijk proc
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
De grond voor het verzoek is de processuele beslissing van de meervoudige kamer tot aanhouding en hernieuwd oproepen van de getuige als zodanig en niet enige gedraging of opmerking van (een van) de leden van die kamer. Nu er met uitzondering van voornoemde processuele beslissing
Falende bewijsklacht.
Afzien oproeping getuige. Art. 288.1 aanhef en onder b Sv. In ’s Hofs oordeel dat een gegrond vermoeden bestaat dat de gezondheid van de getuige door het afleggen van een verklaring t.t.z. in gevaar zou worden gebracht, a.b.i. art. 288.1 aanhef en onder b Sv, ligt besloten dat di
Het verzoek tot het horen van de in de appelschriftuur a.b..i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hant
De in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hanteren.
HR: art. 81 RO en overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Afwijzing verzoek om runners en informanten als getuigen te horen. Maatstaf. In een geval waarin in de appelschriftuur als bedoeld in art. 410.1 Sv een opgave van getuigen wordt gedaan, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv, behoudens de zich hier niet voordoende uitzondering
1. Geen beslissing op een verzoek om een drietal getuigen te horen. 2. Afwijzing verzoek om runners en informanten als getuigen te horen. Maatstaf. Ad 1. In weerwil van de door de voorzitter ter terechtzitting gedane mededeling houdt het arrest geen beslissing in omtrent het door
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.
Uitdrukkelijk instemming ex art. 288.3 Sv. Nu het p.v. t.t.z. niet inhoudt dat de verdediging o.g.v. art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuige, moet het ervoor worden gehouden dat die instemming niet
Veroordeling wegens handel in en productie van zeer grote hoeveelheden synthetische drugs.
Art. 418 jo. art. 288 Sv. Afwijzing getuigen. Maatstaf. Het Hof kon de getuigenverzoeken slechts afwijzen op de gronden zoals vermeld in art. 288.1 Sv (verdedigingsbelang). Uit diens overwegingen kan echter niet zonder meer volgen dat die maatstaf is aangelegd.
1. Afwijzing getuigenverzoeken. Maatstaf. 2. Procedure na terugwijzing. Ad 1. Een ttz. gedaan verzoek tot het horen van een getuige kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288.1.b en c Sv. Het Hof heeft door te overwegen dat het verzoek tot het horen van de mee
Afwijzing van de in de appelschriftuur gevraagde getuigen. Door te overwegen dat het verzoek om de getuigen op te roepen wordt afgewezen nu redelijkerwijs valt aan te nemen dat door het niet horen van deze personen verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad, heeft het Hof
Afwijzing getuigenverzoeken. Art. 316 en 322.4 Sv. Niet blijkt dat door of namens verdachte een verzoek a.b.i. art. 287.3.a Sv is gedaan om de bij appelschriftuur opgegeven getuigen alsnog ttz. op te roepen. Verzocht is “de zaken open terug te verwijzen naar de RC teneinde het no
Verzoek bij appelschriftuur. De rechter is niet gehouden te beslissen op een bij appelschriftuur gedaan verzoek. Alleen een herhaald, ttz. gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Geen rechtsregel verplichtte het Hof om te onderzoeken of en in hoeverre verdachte bij zijn in de ap
Afwijzing getuigenverzoek. Hof wijst op regiezitting getuige toe, maar komt op latere tz. op de beslissing terug als blijkt dat deze getuige reeds door de RC is gehoord. In ‘s Hofs oordeel ligt besloten dat het horen van de getuige niet noodzakelijk is. Gelet op art. 418.2 Sv hee
Geen beslissing op verzoek tot oproeping getuigen. Middel kan niet tot cassatie leiden op gronden als vermeld in conclusie AG, o.m. inhoudend dat afwijzing van het verzoek in de strafzaak zich mede uitstrekte tot het verzoek in de ontnemingszaak.
Art. 287 jo. 288.1.c Sv. Van het horen van een ttz. verschenen getuige kan in een geval als i.c. slechts worden afgezien indien het Hof van oordeel is dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad. Het Hof heeft dat miskend do
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2