Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan het doen van onrechtmatige overschrijvingen waardoor een groot geldbedrag van de rekening van haar schoonmoeder is overgeschreven naar verdachtes eigen rekening. Daarnaast heeft zij grote bedragen bij de geld
Wetboek van Strafvordering
Art. 287 Sv
Genoemd in 107 uitspraken · Officiële wettekst
107 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Afwijzing getuigenverzoek. Maatstaf. Tegen de achtergrond van de in het arrest weergegeven totstandkomingsgeschiedenis van art. 287 Sv en de in de artt. 288a en 289 Sv vervatte regeling m.b.t. de gang van zaken bij het verhoor van getuigen ttz. moet worden aangenomen dat de in ar
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
Profijtontneming. Getuigenverzoek. De overweging van het Hof moet aldus worden verstaan dat het Hof ex art. 288.3 Sv met toestemming van de AG van hernieuwde oproeping van de getuige heeft afgezien. Gelet op art. 331.2 Sv kon het Hof ook zonder de toestemming van de betrokkene al
De grond voor het verzoek is de processuele beslissing van de meervoudige kamer tot aanhouding en hernieuwd oproepen van de getuige als zodanig en niet enige gedraging of opmerking van (een van) de leden van die kamer. Nu er met uitzondering van voornoemde processuele beslissing
Verzoek tot horen van bij appelschriftuur opgegeven getuigen. In een geval waarin in de appelschriftuur als bedoeld in art. 410.1 Sv een opgave van getuigen wordt gedaan, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv (behoudens de zich hier niet voordoende uitzondering van art. 418.2
Afwijzing verzoek tot horen meegebrachte deskundige. Een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het horen van een meegebrachte deskundige, kan ingevolge art. 287.2 Sv jo. art. 299.1 Sv slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288. 1.b en c Sv. Het Hof heeft ter terec
Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De opvatting dat een onrechtmatige afname van het referentiemonster en het daaruit vervaardigde en opgeslagen DNA-profiel (telkens) een vormverzuim betreft, begaan bij het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv, is onjuist. Dit ve
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Uitdrukkelijk instemming ex art. 288.3 Sv. Nu het p.v. t.t.z. niet inhoudt dat de verdediging o.g.v. art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuige, moet het ervoor worden gehouden dat die instemming niet
1. Afwijzing getuigenverzoeken. Maatstaf. 2. Procedure na terugwijzing. Ad 1. Een ttz. gedaan verzoek tot het horen van een getuige kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288.1.b en c Sv. Het Hof heeft door te overwegen dat het verzoek tot het horen van de mee
HR: art. 81 RO.
Afwijzing getuigenverzoeken. Art. 316 en 322.4 Sv. Niet blijkt dat door of namens verdachte een verzoek a.b.i. art. 287.3.a Sv is gedaan om de bij appelschriftuur opgegeven getuigen alsnog ttz. op te roepen. Verzocht is “de zaken open terug te verwijzen naar de RC teneinde het no
Verzoek bij appelschriftuur. De rechter is niet gehouden te beslissen op een bij appelschriftuur gedaan verzoek. Alleen een herhaald, ttz. gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Geen rechtsregel verplichtte het Hof om te onderzoeken of en in hoeverre verdachte bij zijn in de ap
Art. 322.4 Sv. Welke beslissingen blijven na opnieuw aanvangen in stand? Redelijke wetstoepassing brengt met mee dat art. 322.4 Sv ook de uit hoofde van art. 315 Sv gegeven bevelen tot oproeping van getuigen omvat. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het
Art. 288.1 ahf onder a Sv jo. art. 287.3 ahf onder b Sv; mogelijkheid afzien hernieuwde oproeping van een niet verschenen getuige. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat het Hof niet had mogen afzien van het horen van getuige X, nu de verdediging niet in de gelegenhei
Afwijzing getuigenverzoek. Hof wijst op regiezitting getuige toe, maar komt op latere tz. op de beslissing terug als blijkt dat deze getuige reeds door de RC is gehoord. In ‘s Hofs oordeel ligt besloten dat het horen van de getuige niet noodzakelijk is. Gelet op art. 418.2 Sv hee
Art. 287 jo. 288.1.c Sv. Van het horen van een ttz. verschenen getuige kan in een geval als i.c. slechts worden afgezien indien het Hof van oordeel is dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad. Het Hof heeft dat miskend do
Art. 287 jo. 288.1.c Sv. Van het horen van een ttz. verschenen getuige kan in een geval als i.c. slechts worden afgezien indien het Hof van oordeel is dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad. Het Hof heeft dat miskend do
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2
Uitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuigen. Het moet daarom er voor worden gehouden dat die in
De Voorzitter heeft met gebruikmaking van de hem in art. 273.3 Sv toegekende bevoegdheid verdachte wegens herhaalde ordeverstoring uit de zittingszaal laten verwijderen. De AG heeft gerequireerd buiten aanwezigheid van verdachte en direct daarna heeft de Voorzitter het onderzoek
Tussenbeslissing van de rechtbank op de verzoeken die tijdens de pro forma zitting van 16 november 2006 in de zaak van de zogenoemde 'metselmoorden' zijn gedaan. In deze tussenbeslissing oordeelt de rechtbank dat getuige V., journalist, antwoord dient te geven op de in de tussen