1. Wijziging tenlastelegging, hetzelfde feit ex art. 68 Sr. 2. Het woord “opzettelijk” in de tenlastelegging mbt economische delicten. Ad 1. ‘s Hofs oordeel dat de toegelaten wijziging niet tot gevolg heeft dat de onderhavige tll niet langer hetzelfde feit ex art. 68 Sr inhoudt,
Wetboek van Strafvordering
Art. 283 Sv
Genoemd in 84 uitspraken · Officiële wettekst
84 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verdachte is in appèl niet-ontvankelijk verklaard en aangenomen moet worden dat hij niet in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten (zijn raadsman overigens wel). Zulks is in strijd met art. 283.6 Sv welke bepaling in een geval als het onderhavige - waarbij de vra
Smaad subsidiair laster. Vrijspraak. Het hof legt een deel van zijn beslissingen neer in een arrest, gedateerd op de datum van de behandeling van het hoger beroep. Het gaat hier om een partiële niet-ontvankelijk verklaring van de verdachte in het hoger beroep en om een partiële n
Jeugdzaak. Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in haar h.b. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ7810 en LJN BV6999 m.b.t. de eisen waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om h.b. in te stellen, moet voldoen, en de mogelij
OM-cassatie. Zeden. Hervonden herinneringen. Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ). Casus: de verdachte staat terecht voor zedendelicten gepleegd in 1992 met een meisje onder de 12 jaar. Hij was toen 13
Art. 283.6 Sv. De verdachte is in appel niet-ontvankelijk verklaard en aangenomen moet worden dat hij door het Hof niet is gehoord. Zulks is in strijd met art. 283.6 Sv, welke bepaling in een geval als het onderhavige - waarbij de vraag aan de orde is of de rechter in hoger bero
Laatste woord. Het p-v houdt in dat de ttz. aanwezige verdachte voor de sluiting van het onderzoek in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten. Aldus heeft het Hof gehandeld in overeenstemming met art. 283.6 Sv, welke bepaling in een geval als i.c. - waarbij de vra
Conclusie AG. Laatste woord, art. 283.6 jo. 283.3 Sv. Het hof heeft met toepassing van art. 283.6 Sv zonder onderzoek van de zaak het vonnis van de Rb waarbij de dgv nietig is verklaard bevestigd. Uit het p-v van de tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht i
Afwijzen verzoek tot wraking. Het betreft een procesbeslissing.
Interne compensatie (i) binnen de naheffingsaanslag en (ii) binnen de vergrijpboetegrondslag na een ter zitting gesloten compromis, met effect buiten de naheffingstermijn en daarmee buiten de boeteverjaringstermijn. Uitleg van dat compromis. Motiveringsgebrek. ‘Dezelfde gedraging
Verdachte n-o in zijn cassatieberoep. Blijkens het p-v tz. in eerste aanleg is aldaar door de ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman niet aangevoerd dat de zaak voor de kinderrechter vervolgd had dienen te worden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit hetgeen in de cassaties
Diplomatieke immuniteit. “Note Verbale” van 21 april 2011 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Bosnië en Herzegovina aan het Nederlandse Ministere van Buitenlandse zaken. Artt. 31.1, 32.1 en 2 en 37.1 Verdrag van Wenen. Casus: verdachte, zoon van een diploma
N-o verklaring ingestelde h.b. Verdachte heeft h.b. ingesteld tegen het vonnis van de Rb, waarbij het OM n-o werd verklaard in de strafvervolging. De aan het oordeel van het Hof ten grondslag liggende rechtsopvatting dat een verdachte in zijn h.b. n-o kan worden verklaard als hij
Art. 283.6 Sv. De verdachte is in appel niet-ontvankelijk verklaard en aangenomen moet worden dat hij door het Hof niet is gehoord. Zulks is in strijd met art. 283.6 Sv, welke bepaling in een geval als het onderhavige - waarbij de vraag aan de orde is of de rechter in hoger bero
Profijtontneming.1. Laatste woord. 2. Art. 416.2 Sv. Ad 1. Uit het pv ttz. in h.b. blijkt niet dat aan betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het i.c. toepasselijke art. 311.4 Sv niet in acht is genomen. Ad 2. Uit de teks
OM-cassatie. N-o OM wegens gebrek aan belang. In aanmerking genomen dat a) het OM in 1e aanleg vrijspraak heeft gevorderd van het primair tenlastegelegde, terwijl het niet in hoger beroep is gekomen van het vonnis in 1e aanleg waarbij verdachte van dat feit is vrijgesproken, en b
Verdachte is in appèl niet-ontvankelijk verklaard en aangenomen moet worden dat hij niet in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten (zijn raadsman overigens wel). Zulks is in strijd met art. 283.6 Sv welke bepaling in een geval als het onderhavige - waarbij de vra