Schending aanwezigheidsrecht gedetineerde verdachte? Indien verdachte niet op de tz. is verschenen, maar de dagvaarding aan hem in persoon is betekend en de ttz. aanwezige, door verdachte uitdrukkelijk gevolmachtigde raadsman niet verzoekt de behandeling van de zaak aan te houden
Wetboek van Strafvordering
Art. 280 Sv
Genoemd in 44 uitspraken · Officiële wettekst
44 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Na griffiersbetekening appeldagvaarding doch vóór tz. in h.b. heeft verdachte zich alsnog ingeschreven in de GBA. 1. Betekeningsperikelen. 2. Verstek. Aanwezigheidsrecht. Ad 1. De opvatting dat verdachte niet rechtsgeldig is gedagvaard voor de ttz. in h.b. nu hij zich, na de - re
Begrip hoofdzaak a.b.i. 423.2 Sv. Wat betreft feit 1 heeft de Pr de inleidende dagvaarding nietig verklaard t.a.v. het primair tlgd. en verdachte vrijgesproken van het subsidiair tlgd. In aanmerking genomen dat de Pr verdachte heeft vrijgesproken van het subsidiair tlgd., doet zi
Vordering tot het achterwege laten van voorwaardelijke invrijheidstelling (art. 15, 15a, 15b, 15c, 15d en 15e Sr). Dit vanwege de in art. 15d lid 1 sub c Sr genoemde grond dat de veroordeelde zich aan zijn straf heeft onttrokken. De rechtbank oordeelt dat deze vordering mag worde
1. De opvatting dat een niet als getuige ttz. aanwezige benadeelde partij niet als getuige kan worden gehoord vindt i.h.a. geen steun in het recht. 2. De hantering van de maatstaf aan de hand waarvan de rechter een vordering van het OM resp. verzoek van de verdediging tot het hor
Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
Redelijke termijn. O.g.v. HR LJN BD2578 kan het middel niet leiden tot n-o van het OM. Strafkorting.
Uitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuigen. Het moet daarom er voor worden gehouden dat die in
1. Middelen van cassatie, 2. Verjaring. Ad 1. De middelen ingediend door verdachte, advocaat, kunnen niet als middelen van cassatie worden aangemerkt vzv. die klachten bestaan uit een herhaling van in feitelijke aanleg gehouden vertogen. Dat geldt ook vzv. in die klachten niet me
Profijtontneming. Met juistheid heeft het hof geoordeeld dat geen sprake is van ongeoorloofde “dubbele” ontneming, aangezien geen rechtsregel zich verzet tegen oplegging van een betalingsverplichting ex art. 36e.3 Sr aan betrokkene ter ontneming van het voordeel dat zij heeft ver
1. De oorspronkelijke summiere tenlastelegging ex art. 261.3 Sv hoeft niet in de einduitspraak te worden opgenomen. 2. 's Hofs onnodige toevoeging van de woorden "samen met een of meer van zijn mededaders" in bewezenverklaring is geen grondslagverlating. 3. Geen bijzondere motive
Uitleg art. 495a Sv. Art. 495a.2 Sv ziet op het geval dat de verdachte in gebreke blijft om op de in de dagvaarding genoemde terechtzitting te verschijnen en heeft, gelet op art. 495a.3 Sv, geen betrekking op het geval dat de verdachte, nadat met inachtneming van dat artikel vers
Toepassing art. 279 Sv. Direct na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is dat op verzoek van de gemachtigde raadsman ex art. 278 lid 4 Sv geschorst. Het hof is gelet op art. 280 lid 1 Sv noch toegekomen aan de vraag of de zaak bij verstek kon worden behandeld noch of het
Toepassing art. 279 Sv. Direct na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is dat op verzoek van de gemachtigde raadsman ex art. 278 lid 4 Sv geschorst. Het hof is gelet op art. 280 lid 1 Sv noch toegekomen aan de vraag of de zaak bij verstek kon worden behandeld noch of het
Toepassing art. 279 Sv. Verdediging door (gemachtigde) raadsman in geval van door schorsing onderbroken onderzoek ter terechtzitting. Procedure op tegenspraak of bij verstek. Rechtsmiddelentermijn bij toepassing van art. 279 Sv.
-
-
-
-