Antilliaanse zaak. Fouillering o.g.v. bevel HovJ betreffende eenieder en elk voertuig vzv. aan bepaalde kenmerken is voldaan. Verdachte is kort na aankomst vanuit A’dam op de luchthaven Hato te Curaçao als inzittende van een auto ter controle staande gehouden. Bij onderzoek bleek
Wetboek van Strafvordering
Art. 27 Sv
Genoemd in 747 uitspraken · Officiële wettekst
747 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 28 · live
Geschil tussen de Staat en Begaclaim over de (verklaring voor recht tot) aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad jegens Van den Nieuwenhuyzen c.s. door tegen hem in de HCS-zaak en RDM-zaak - voor valsheid in geschrifte en misbruik van voorwetenschap - strafvervolging in te stell
Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat de door de raadsman gewraakte voortzetting van het hier bedoelde dwangmiddel een schending, laat staan een zodanig ernstige schending van de goede procesorde oplevert dat daaraan enig gevolg als bedoeld in artikel 359a van
Uitleg artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht. Na afloop van ongeregeldheden met voetbalsupporters op 25 februari 2005 te Breda worden alle inzittenden van de auto’s, die betrokken waren bij die ongeregeldheden, langs de Rijksweg A-27 bij een verkeerscontrole op basis van
1. Art. 125g (oud) Sv, tappen van advocaat tevens verdachte. 2. Poging van advocaat tot uitlokking beïnvloeding getuige. 3. Art. 285a (oud) Sr. 4. Gebruik getuigenverklaring. Ad 1. De r-c is o.g.v. art. 125g (oud) Sv niet bevoegd te bepalen dat gesprekken gevoerd d.m.v. een telef
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 322 juncto artikel 321, juncto artikel 47, juncto artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.
Gedetineerde slaat PIW-er die daarop reageert door de gedetineerde terug te slaan. Er ontstaat een worsteling tussen de gedetineerde en de PIW-er met enkele van diens collega's. De strafzaak tegen de gedetineerde terzake van de mishandeling leidde tot een onderzoek door de RC naa
Omvangrijke belastingfraude. Sfeerovergang. Onder de geschetste omstandigheden acht de rechtbank geen criminele organisatie aanwezig. Gevolgen intrekken Coördinatiewet Sociale Verzekeringen voor de kwalificatie en de strafmaat. Strafmaatoverwegingen.
Omvangrijke belastingfraude. Sfeerovergang. Onder de geschetste omstandigheden acht de rechtbank geen criminele organisatie aanwezig. Gevolgen intrekken Coördinatiewet Sociale Verzekeringen voor de kwalificatie en de strafmaat. Strafmaatoverwegingen.
Lijfsvisitatie en controlebevoegheid van de douane. Aan lijfsvisitatie als bedoeld in art. 56 Sv zijn strikte voorwaarden verbonden. Vergelijkbare strikte voorwaarden voor het zo goed mogelijk waarborgen van de privacy bij lijfsvisitatie van aan de douanecontrole onderworpen pers
Lijfsvisitatie en controlebevoegheid van de douane. Aan lijfsvisitatie als bedoeld in art. 56 Sv zijn strikte voorwaarden verbonden. Vergelijkbare strikte voorwaarden voor het zo goed mogelijk waarborgen van de privacy bij lijfsvisitatie van aan de douanecontrole onderworpen pers
Het incasseren door verdachte van een BTW-teruggave na een valse belastingaanfifte, ingevuld door een ander dan verdachte, levert verduistering op.
Verzoekschrift ex art. 510 Sv. De strekking van art. 510 Sv is te waarborgen dat een rechterlijk ambtenaar die wordt verdacht van een strafbaar feit, in eerste of tweede aanleg zal worden vervolgd of berecht door een zodanige instantie dat de schijn van bevoordeling of benadeling
Verzoekschrift ex art. 510 Sv. De strekking van art. 510 Sv is te waarborgen dat een rechterlijk ambtenaar die wordt verdacht van een strafbaar feit, in eerste of tweede aanleg zal worden vervolgd of berecht door een zodanige instantie dat de schijn van bevoordeling of benadeling
Het hof verwerpt de grieven van Leemhuis. Niet is komen vast te staan dat de fout in het rechtshulpverzoek enig gevolg heeft gehad, zodat schade voor Leemhuis door onjuistheden in dat rechtshulpverzoek niet worden aangenomen. Het strafrechtelijk vervolgen van een verdachte ten aa
Bouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
OM-cassatie. De rb heeft wat betreft de inbeslagneming van de administratieve bescheiden art. 552a.7 Sv – inhoudende dat als de rb het beklag gegrond acht, zij de daarmee overeenkomende last geeft – miskend door het beklag gegrond te achten en slechts het beslag op te heffen. De
Art. 126n (oud) Sv. 1. De opvatting dat er voor toepassing van art. 126n (oud) Sv sprake dient te zijn van een bij naam bekende verdachte ex art. 27 Sv en van een redelijk vermoeden van schuld in de zin van die bepaling, vindt geen steun in het recht. 2. 's Hofs oordeel dat gelet
18 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/239HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie, zetelende te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2.
Hoger beroep van de officier van justitie tegen het bevel van de rechter-commissaris tot onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat (R)CIE-informatie voldoende kan zijn voor een redelijk vermoeden van schuld. De rechtbank vernietigt het bev
Blijkens de door de officier van justitie ingediende appèlmemorie is het openbaar ministerie van mening dat de rechter-commissaris ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de genaamde M-melding in deze zaak onvoldoende feiten of omstandigheden opleveren om van een verdenking e
Tekst noch wetsgeschiedenis van art. 55a.1 Sv noopt tot het oordeel dat de daar bedoelde machtiging (tot doorzoeking ter aanhouding) schriftelijk moet worden verstrekt. Een dergelijke machtiging kan ook mondeling worden verstrekt.
Hof oordeelde onjuist noch onbegrijpelijk dat verbalisanten gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid ex art. 52.1 WWM de uitlevering van een vuurwapen te vorderen. Nu daarover in hoger beroep niet is geklaagd en uit de stukken niet het rechtstreeks en ernstig vermoeden rijst da