Het Hof heeft geoordeeld dat nu twijfel bestaat over de identiteit van de ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte, deze situatie moet worden gelijkgesteld met het aanwenden van een rechtsmiddel door of namens een NN-verdachte, en heeft verdachte cfm HR LJN AB0259
Wetboek van Strafvordering
Art. 27 Sv
Genoemd in 747 uitspraken · Officiële wettekst
747 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vordering tot schadevergoeding van gewezen verdachte op grond dat van zijn onschuld is gebleken. Is het gebleken onschuld-criterium in strijd met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM?
Begunstiging van dader, art. 189 Sr. Hof heeft uit b.m. kunnen afleiden dat verdachte opzettelijk personen die verdachten waren van enig misdrijf, behulpzaam is geweest in het ontkomen aan de aanhouding door de ambtenaren van politie. V.zv. de klacht berust op de opvatting dat vo
Conclusie AG. Middelen over 1) de verwerping van een verweer m.b.t. de tenaamstelling van het vonnis (vonnis is gewezen tegen persoon A, maar verdachte stelt in h.b. dat hij niet persoon A is, maar persoon B), 2) afwijzing (voorwaardelijk) verzoek nader onderzoek naar identiteit
Beklag, beslag. Casus: niet natuurlijke dood verpleegd persoon. OM vordert medisch zorgdossier van (nog) niet verdachte(n). 1. Artt. 105, 96a.3 en 218 Sv. Bevel tot uitlevering. Verschoningsgerechtigde. 2. Maatstaf. 3. Nemo tenetur-beginsel. Ad 1. Noch de tekst van de wet noch de
OM-cassatie. 359.2 Sv. De HR herhaalt relevant overwegingen uit HR LJN AO5061, HR LJN AV8527 en HR LJN AY9130. Het Hof heeft het requisitoir van de AG bij het Hof kennelijk opgevat als behelzende het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat en o.g.v. welk bewijsmateriaal het onder