publicatie na arrest HR
Wetboek van Strafvordering
Art. 27 Sv
Genoemd in 747 uitspraken · Officiële wettekst
747 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Conclusie AG. Moest de verdachte voorafgaand aan de vraag of hij verdovende middelen bij zich had de cautie worden verleend en waren de bij de verdachte aangetroffen goederen "bestemd" tot het plegen van een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van art. 10 Opiumwet? De co
Nemo tenetur. Casus: opsporingsambtenaar komt bij verdachte aan de deur om hem te herinneren aan zijn betalingsverplichting, voortvloeiende uit eerdere veroordeling en dat bij niet-betaling aanhouding dreigt. Verdachte overhandigt de opsporingsambtenaar een cash geldbedrag, waarn
Vanuit Duitsland meenemen van een vrouw naar NL/België met het oogmerk haar seksuele handeling tegen betaling te laten verrichten (medeplegen mensenhandel, art. 273f.1 sub 3 Sr). 1. Oogmerk van uitbuiting? Vgl. t.a.v. impliciet bestanddeel ‘uitbuiting’ ECLI:NL:HR:2020:891, 2. Ver
vrijspraak in verband met bewijsuitsluiting naar aanleiding van onherstelbare vormverzuimen. Meer in het bijzonder sluit de rechtbank de bewijsmiddelen uit die zijn verkregen naar aanleiding van de onrechtmatige aanhouding van de verdachte, van de doorzoeking van de auto die door
Beïnvloeding van getuigen. Medeplegen. Georganiseerd verband. Verdachte is gehoord als getuige. Onvoldoende aanwijzingen om hem ten tijde van het verhoor als getuige, als verdachte aan te merken. Nu verdachte niet is gehoord als verdachte, bestond er geen aanleiding om de cautie
Conclusie AG. 1. Klacht dat hof niet voldoende heeft gerespondeerd op een door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ertoe strekkende dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen van diefstal. 2. Klacht over verwerping beroep op noodweer met betre
De rechtbank Midden-Nederland heeft vier mannen veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar. De vier vervoerden vanuit een loods in Soest een grote hoeveelheid harddrugs. Het gaat om in ieder geval ruim 300 kilogram cocaïne en ruim 33 kilogram heroïne. Het drugstransport vo
De rechtbank Midden-Nederland heeft vier mannen veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar. De vier vervoerden vanuit een loods in Soest een grote hoeveelheid harddrugs. Het gaat om in ieder geval ruim 300 kilogram cocaïne en ruim 33 kilogram heroïne. Het drugstransport vo
Conclusie plv. AG. Verdachte betreft politieman die bij alcoholcontrole heeft geschoten op een kort daarvoor op verdenking van rijden onder invloed aangehouden bestuurder. Drie middelen. Twee falende klachten inzake uitdrukkelijk onderbouwde standpunten over (1) betrouwbaarheid v
Doodslag. Poging tot het onttrekken van een lijk aan nasporing, art. 151 Sr. 1. Salduz-verweer. Falende klachten i.v.m. schending consultatierecht en gebruik van door verdachte als getuige afgelegde kennelijk leugenachtige verklaring voor het bewijs. 2. Beslag. Falende klacht m.b
Veroordeling voor poging tot kraken, meermalen gepleegd en verblijf na inreisverbod van tien jaar. Redelijk vermoeden. Beschikking Staatssecretaris niet in strijd met de Terugkeerrichtlijn. Geen vreemdelingen ISD, maar 4 maanden gevangenisstraf.
Verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan het gebruik maken van een vals geschrift ter verkrijging van een hypothecaire geldlening. Daarnaast heeft hij zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het witwassen van geldbedragen en een woning. Verdachte is van beroep
HR: art. 81.1 RO.
HR: art. 81.1 RO.
Slagende bewijsklachten.
verzwijging / onwaarachtige opgave strafrechtelijk verleden? Verdachte, vrijspraak. artikelen 251 K (oud) en 7:930 BW. Kennisvereiste, kenbaarheids-, relevantie- en causaliteitsverweer.
Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van een echtpaar en hun twee kinderen in Alphen aan den Rijn, bedreiging met vuurwapens, een poging tot diefstal met geweld en een poging tot afpersing van het echtpaar.
Verdachte heeft zich in Alphen aan den Rijn samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van het echtpaar [X-Y] en hun twee kinderen, bedreiging met vuurwapens, een poging tot diefstal met geweld en een poging tot afpersing van [Y] en [
Beklag, beslag. Casus: niet natuurlijke dood verpleegd persoon. OM vordert medisch zorgdossier van (nog) niet verdachte(n). 1. Artt. 105, 96a.3 en 218 Sv. Bevel tot uitlevering. Verschoningsgerechtigde. 2. Maatstaf. 3. Nemo tenetur-beginsel. Ad 1. Noch de tekst van de wet noch de
Beklag, beslag. Casus: niet natuurlijke dood verpleegd persoon. OM vordert medisch zorgdossier van (nog) niet verdachte(n). 1. Artt. 105, 96a.3 en 218 Sv. Bevel tot uitlevering. Verschoningsgerechtigde. 2. Maatstaf. 3. Nemo tenetur-beginsel. Ad 1. Noch de tekst van de wet noch de
Salduz-verweer. De HR herhaalt relevante r.o. uit HR LJN BH3079. Gelet op dat arrest had het Hof er blijk van moeten geven te hebben onderzocht of verdachte is gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor en of hem de gelegenheid
Onrechtmatig verkregen bewijs? HR: 81 RO.
1. Naar aanleiding van een inbraak in een loods te Zevenbergen is er een onderzoek ingesteld. Tijdens dat onderzoek werd een grote hoeveelheid chemicaliën aangetroffen die ook gebruikt kan worden in het productieproces voor synthetische harddrugs. Naar aanleiding hiervan werd het
1. Beroep op de n-o van het OM. 2. Samenscholing. Ad 1. Hetgeen ter staving van het gevoerde verweer is aangevoerd, kan niet leiden tot het oordeel dat – zoals door de raadsman van verdachte in h.b. is betoogd – aan het recht van verdachte op een eerlijke behandeling van zijn str