Behandeling bij verstek na bevel persoonlijke verschijning/medebrenging. Verschijnt de verdachte niet dan kan hij zich door een gemachtigde raadsman laten verdedigen. Dat geldt ook wanneer de rechter voordien de persoonlijke verschijning van de verdachte heeft bevolen en daartoe
Wetboek van Strafvordering
Art. 279 Sv
Genoemd in 2.033 uitspraken · Officiële wettekst
2.033 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Toepassing art. 279 Sv; overgangssituatie. In hoger beroep verschijnt telkens alleen een raadsman/vrouw. Na de tweede behandelingsdag is het arrest HR NJ 2002, 77 gewezen (verdediging bij verstek alleen door gemachtigde raadsman). Er vanuit gaande dat de verdediging met dat arres
-
Conclusie AG. Ontuchtige handelingen met iemand beneden de zestien jaar (art. 247 (oud) Sr). Middel bevat slagende klacht over afwijzing aanhoudingsverzoek. Raadsvrouw heeft verzocht om aanhouding ter verwezenlijking aanwezigheidsrecht omdat verdachte per vergissing naar Groninge
Conclusie AG. Diefstal met valse sleutel (art. 311 Sr). Falende middelen over 1. afwijzing van aanhoudingsverzoek ttz nu aan het verzoek geen concrete omstandigheid ten grondslag is gelegd en 2. bewezenverklaring van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Conclusie strek
Conclusie AG. Tweede cassatieronde. Voorhanden hebben patroonmagazijn en kogelpatronen (art. 26.1 WWM). Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigd raadsman op grond dat verdachte zich had vergist in de tijd van de zitting, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging.
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigde raadsvrouw gedaan op de grond dat verdachte om onbekende reden niet aanwezig is en dat zijn aanwezigheid van belang is met het oog op strafmaatverweer, door hof (enkelvoudige ka
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigde raadsvrouw gedaan op de grond dat verdachte om onbekende reden niet aanwezig is en dat zijn aanwezigheid van belang is met het oog op strafmaatverweer, door hof (enkelvoudige ka
Conclusie AG. Mishandeling. 4 middelen. Het eerste middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op een door de verdachte voorafgaand aan de zitting gedaan aanhoudingsverzoek. Het hof was hiertoe in het kader van art. 328 jo 331 jo 281 Sv niet gehouden omdat de reden voor
Conclusie AG. Verstekverlening en toepassing art. 416 lid 2 Sv. Aanwezigheidsrecht verdachte. De A-G gaat a.d.h.v. art. 8 Richtlijn (EU) 2016/343 en rechtspraak van het EHRM en HvJ in op de in het middel opgeworpen vraag of het hof in het licht van art. 6 lid 1 EVRM in een geva
Conclusie AG. Aanhoudingsverzoek ttz in hoger beroep door gemachtigde raadsvrouw op de grond dat zij dag voor de zitting nog met verdachte heeft afgesproken dat hij aanwezig zou zijn en daar bij verdachte geen twijfel over bestond, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging. De A
Conclusie AG. Aanhoudingsverzoek ttz in hoger beroep door gemachtigde raadsvrouw op de grond dat zij dag voor de zitting nog met verdachte heeft afgesproken dat hij aanwezig zou zijn en daar bij verdachte geen twijfel over bestond, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging. De A
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. flessentrekkerij (art. 326a Sr) en oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr). Aanhoudingsverzoek 1 dag voorafgaand aan tz. in hoger beroep door raadsman per e-mail gedaan op de grond dat verdachte pas op die dag via raadsman op de hoogte
Conclusie AG. Middel klaagt over afwijzing aanhoudingsverzoek en houdt in dat uit beslissing hof niet (zonder meer) volgt dat het de namens verdachte aan verzoek tot aanhouding ten grondslag gelegde reden niet aannemelijk heeft geoordeeld en dat niet blijkt dat hof een belangenaf
Conclusie AG. Diefstal (310 Sr). Steunt bewezenverklaring op mededeling raadsvrouw t.t.z.? De conclusie strekt tot verwerping.
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak/verbreking. En opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Conclusie AG. Wederspannigheid, eenvoudige belediging ambtenaar in functie en vernieling. Middel over afwijzing aanhoudingsverzoek door niet-gemachtigde raadsman ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. vakantie verdachte. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG. Hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en verklaart de verdachte o.g.v. art. 416.2 Sv n-o in zijn hoger beroep. Verzuim hof om te beslissen op verzoek van rm tot aanhouding wegens verhindering van de rm op de zittingsdag. De conclusie strekt tot ver
Conclusie AG. Middelen over afwijzing aanhoudingsverzoek en schending inzendtermijn. Eerste middel faalt, tweede middel slaagt. Ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de
Conclusie AG. Afwijzing aanhoudingsverzoek dat kort voor de zitting gedaan. Aangevoerd is dat verdachte onderweg naar terechtzitting is weggestuurd op treinstation omdat hij geen treinkaartje had. Volgens AG schiet de motivering van afwijzende beslissing van het hof ivm maatschap
-
Conclusie AG. Afwijzing aanhoudingsverzoek dat kort voor de zitting gedaan. Aangevoerd is dat verdachte onderweg naar terechtzitting is weggestuurd op treinstation omdat hij geen treinkaartje had. Volgens AG schiet de motivering van afwijzende beslissing van het hof ivm maatschap
Conclusie AG. Oplichting van verhuurbedrijven, door deze onder valse voorwendselen te bewegen tot afgifte van verreikers, waarna de verreikers (vrijwel meteen na afgifte) werden getransporteerd naar/richting Marseille en (daarna) Marokko met het doel deze aldaar te verkopen. Klac
Conclusie AG. Afwijzing aanhoudingsverzoek is niet begrijpelijk gemotiveerd omdat (i) oordeel hof dat verdachte “eind augustus al op de hoogte was van de zitting” niet begrijpelijk is nu dagvaarding niet in persoon is uitgereikt en (ii) oordeel hof dat verdachte reeds in eerste a
Conclusie AG. Verstekverlening. Hof mocht uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, nu verdachte zelf h.b. had ingesteld, de dagvaarding in h.b. tweemaal rechtsgeldig is betekend, de raadsman t.t.v. terechtzitting in h.b. nie