Afwijzing aanhoudingsverzoek. In aanmerking genomen hetgeen door de raadsvrouwe aan het - meermalen en tijdig gedane - verzoek ten grondslag is gelegd, te weten dat verdachte zich door haar wilde doen bijstaan en dat en waarom zij zich niet kon laten vervangen door een kantoorgen
Wetboek van Strafvordering
Art. 278 Sv
Genoemd in 67 uitspraken · Officiële wettekst
67 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Betekeningsperikelen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AE9649 en uit HR LJN AD5163. ’s Hofs opvatting dat de nietigheid van de dagvaarding wordt gedekt ingeval verdachte via zijn rm op de hoogte is gesteld van de tz is onjuist. HR verklaart de inleidende dagvaarding
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter onderbouw
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Aanhoudingsverzoek. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG onder 6 t/m 11 kan het middel niet tot cassatie leiden.
Nevenzittingsplaatsen. HR: 81 RO.
Rechtsgevolg niet-naleving betekeningsvoorschriften. De in het arrest HR LJN AD5163 geformuleerde regel houdt in dat ingeval het onderzoek t.t.z. is geschorst en de oproeping voor de nadere tz. aan verdachte in persoon is betekend dan wel op die nadere tz. door de aldaar aanwezig
Verzoek tot het horen van een ttz. meegebrachte getuige. Blijkens het p-v van de ttz. van het Hof van 4-4-2006 heeft de raadsman aldaar het verzoek gedaan tot het horen van de meegebrachte getuige X. Een zodanig verzoek kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 2
1. Geldigheid betekening appeldagvaarding. 2. Dagvaardingstermijn ex art. 413.1 Sv. Ad 1. Gelet op het, aan de appeldagvaarding voor de ttz van 14-10-05 gehechte, GBA-overzicht van 10-10-05 inhoudende dat verdachte sedert 23-6-97 zonder vaste woon- of verblijfplaats is en in aanm
1. Spreekrecht nabestaanden/slachtoffers. 2. Art. 330 Sv. Ad 1. Hoewel het aanbeveling verdient dat de (zakelijke) inhoud van hetgeen het slachtoffer of de nabestaande ttz heeft verklaard, in het p-v van de terechtzitting wordt vermeld, is, anders dan het middel tot uitgangspunt
Betekening appeldagvaarding. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2002, 317. Uit de stukken kan niet volgen dat is getracht de appeldagvaarding op het in de appelakte (d.d. 2-12-04) opgegeven adres uit te reiken. 's Hofs kennelijke oordeel dat dat adres als achterhaal
Profijtontneming. Met juistheid heeft het hof geoordeeld dat geen sprake is van ongeoorloofde “dubbele” ontneming, aangezien geen rechtsregel zich verzet tegen oplegging van een betalingsverplichting ex art. 36e.3 Sr aan betrokkene ter ontneming van het voordeel dat zij heeft ver
Gelet op de uitdrukkelijke wens van verdachte om bij de openbare behandeling van haar zaak in persoon aanwezig te zijn en de door de raadsman ter terechtzitting overgelegde brief van de arts waarin deze verklaart dat verdachte bij hem onder behandeling is en dat zij thans niet –
Toepassing art. 279 Sv. Direct na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is dat op verzoek van de gemachtigde raadsman ex art. 278 lid 4 Sv geschorst. Het hof is gelet op art. 280 lid 1 Sv noch toegekomen aan de vraag of de zaak bij verstek kon worden behandeld noch of het
-
-
-