Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM om
Wetboek van Strafvordering
Art. 278 Sv
Genoemd in 67 uitspraken · Officiële wettekst
67 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Niet beslist op het voorafgaand aan de ttz. door raadsman gedane aanhoudingsverzoek. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663. Het p-v ttz. houdt geen uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing in omtrent het verzoek van de raadsman tot uitstel van de behan
Aanhoudingsverzoek raadsvrouwe op de grond dat zij verhinderd is wegens andere zaak voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en afgewezen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663 inhoudende dat de uiteindelijke beslissing op een aanhoudingsverzoek ttz. dient te
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter onderbouw
Conclusie AG. Witwassen, art. 420bis Sr. Middelen o.m. m.b.t. 1. oordeel hof dat verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over herkomst geldbedrag en 2. ontbreken uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing op door
Snelheidsovertreding, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Dubbel verstek. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld. Nadat eerdere aanhoudingsverzoeken zijn toegewezen, heeft Hof niet beslist op voorafgaand aan tz. in h.b. per fax gedaan aanhoudingsv
Behandeling (mega)zaak buiten het ressort en bevoegdheid Hof. Verbindendheid art. 7.1 Besluit nevenvestigings- en zittingsplaatsen (Besluit). Art. 59.2 RO bepaalt dat bij AMvB nevenzittingsplaatsen worden aangewezen. Art. 7.3 Besluit houdt in dat de nevenzittingsplaatsen buiten h
Conclusie AG. Op het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak is, anders dan de steller van het middel meent, ter terechtzitting uitdrukkelijk door het hof beslist. Nu echter niet binnen een jaar na het wijzen van het verstekarrest een rechtsgeldige poging is onderno
Conclusie AG over de vraag of het hof de verdachte of zijn raadsman in de gelegenheid had moeten stellen mondeling bezwaren tegen het vonnis in te brengen. Conclusie strekt na bevestigende beantwoording tot vernietiging.
Diefstal met braak, art. 311.1.5 Sr. N-o verklaring in h.b. o.g.v. art. 416.2 Sv. Heeft hof verzuimd uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen op aanhoudingsverzoek? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1934 m.b.t. voorlopig oordeel op vóór tz. gedane aanhouding
Conclusie AG over de beslissing van het hof de behandeling van de zaak bij verstek voort te zetten na telefonisch contact tussen advocatenkantoor en de griffier bij het hof, waarin naar de (niet-verifieerbare) stelling van de raadsman een aanhoudingsverzoek zou zijn gedaan. De AG
Niet beslist op het voorafgaand aan de ttz. door raadsman gedane aanhoudingsverzoek. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663. Het p-v ttz. houdt geen uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing in omtrent het verzoek van de raadsman tot uitstel van de behan
Falende klachten over het niet beslissen op verzoeken van verdachte tot uitstel van de behandeling van de zaak en het horen van getuigen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/05115.
Vervolg op HR LJN BX4491. HR: 81 RO.
OM-cassatie. Niet-ontvankelijkheid OM en aanwezigheidsrecht. Het Hof heeft zijn oordeel kennelijk gebaseerd op de opvatting dat een inbreuk op het aanwezigheidsrecht van de verdachte "veroorzaakt doordat een overheidsinstantie in strijd met de regelgeving heeft gehandeld en de ov
Afwijzing aanhoudingsverzoek. In aanmerking genomen hetgeen door de raadsvrouwe aan het - meermalen en tijdig gedane - verzoek ten grondslag is gelegd, te weten dat verdachte zich door haar wilde doen bijstaan en dat en waarom zij zich niet kon laten vervangen door een kantoorgen
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter onderbouw
Nevenzittingsplaatsen. HR: 81 RO.
1. Spreekrecht nabestaanden/slachtoffers. 2. Art. 330 Sv. Ad 1. Hoewel het aanbeveling verdient dat de (zakelijke) inhoud van hetgeen het slachtoffer of de nabestaande ttz heeft verklaard, in het p-v van de terechtzitting wordt vermeld, is, anders dan het middel tot uitgangspunt
Toepassing art. 279 Sv. Direct na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is dat op verzoek van de gemachtigde raadsman ex art. 278 lid 4 Sv geschorst. Het hof is gelet op art. 280 lid 1 Sv noch toegekomen aan de vraag of de zaak bij verstek kon worden behandeld noch of het
-