Cassatie in het belang van de wet. Procesafspraken in strafzaken. Is Rb in het licht van art. 6 EVRM op goede gronden gekomen tot oordeel dat i.h.k.v. procesafspraken de belangen van verdachte zijn geëerbiedigd en verzet WvSv zich tegen redelijkheidstoets door rechter van procesa
Wetboek van Strafvordering
Art. 266 Sv
Genoemd in 36 uitspraken · Officiële wettekst
36 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Cassatie in belang der wet. Beschikking Rb inhoudende toewijzing verzoek ex art. 36 Sv tot verklaring dat zaak geëindigd is. 1. Op welk moment neemt “vervolging” a.b.i. art. 36 Sv aanvang? 2. Kan verklaring ex art. 36 Sv dat zaak is geëindigd worden gegeven wanneer onderzoek ttz.
Art. 578a Sv. Afdoening van een reeds aangebrachte ontnemingszaak na het voldoen aan de temen van de in de tussentijd overeengekomen ontnemingsschikking als bedoeld in art. 511c Sv. Anders dan de rechtbank is het hof is van oordeel dat het van rechtswege eindigen van de zaak in d
Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering staat de functie die tegenwoordig aan art. 36 Sv moet worden toegekend. Het artikel v
verzoekschrift 29f Sv, niet-ontvankelijk, want het onderzoek ter terechtzitting is reeds aangevangen en er is nog geen einduitspraak gedaan.
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. 1. Klacht m.b.t. geldigheid inleidende dagvaarding. 2. UOS-klacht m.b.t. schending aanwezigheidsrecht in eerste aanleg. 3. Slagende klacht m.b.t. schending redelijke termijn i.v.m. niet-voortvarend betekenen verstekvonnis. Conclusie strekt tot
Beslissing inzake verzoek tot beëindiging strafzaak ex artikel 29f Sv IS-verdachte die inmiddels vanuit Syrië is gerepatrieerd. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek omdat het onderzoek ter terechtzitting inmiddels is aangevangen. Zie ook PV ECLI:NL:RBROT:2022
Conclusie AG. Verdachte lijdt aan dementie. Had de zittingsrechter in plaats van beslissing de vervolging te schorsen ex art. 16 Sv moeten verklaren dat zaak is geëindigd (art. 29f Sv)? AG is van mening dat middel met die strekking niet kan slagen, nu de vervolging op de terechtz
Artikel 12 Sv-klacht. Klager verzoekt om vervolging voor een zwaardere strafbaarstelling (artikel 6 WVW 1994) dan het delict dat door de officier van justitie is tenlastegelegd (artikel 5 WVW 1994). Een dergelijke klacht is wel mogelijk, maar niet meer wanneer het onderzoek ter t
Artikel 36 Sv. Verzoeker niet-ontvankelijk. Als onderzoek ter zitting is aangevangen dan dient de zittingsrechter de einduitspraak te geven.
Belastingfraude en valsheid in geschrift met valse vluchtfacturen en een Luxemburgse bankrekening. 1. Inhaaldagvaarding na bezwaarschrift dagvaarding? 2. Uitleg transactie. Ad 1: eerste dagvaarding was rechtsgeldig ingetrokken nadat de Rb. het bezwaarschrift daartegen gegrond had
Art. 578a Sv. Niet-ontvankelijkheid officier van justitie. Afdoening van een reeds aangebrachte ontnemingszaak na het voldoen aan de temen van de in de tussentijd overeengekomen ontnemingsschikking als bedoeld in artikel 511c Sv. Het systeem van de wet brengt mee dat, indien het
Zaken 14/02417 en 14/02692 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Zaken 14/02416 en 14/02686 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Zaken 14/02420 en 14/02691 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Zaken 14/02421 en 14/02693 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Profijtontneming. Schikkingsovk., art. 511c Sv. Vertrouwensbeginsel. Casus: De OvJ en de betr. komen ttz. in e.a. een schikking overeen, waarbij is bepaald dat de betr. een bedrag betaalt en de OvJ de ontnemingsvo. intrekt. Het p-v van de tz. houdt in dat de ontnemingszaak na de
Ontvankelijkheid OM. Geldigheid 2e uitgebrachte dagvaarding. Vzv het middel berust op de opvatting dat het Hof heeft geoordeeld dat de zaak, die ttz aanhangig was gemaakt met de 1e (juni-)dagvaarding, t.t.v. de inhoudelijke behandeling door de Rb inmiddels was geeïndigd, gaat het
Rechtbank verwerpt preliminair verweer en wijst vordering wijziging tenlastelegging toe in zaak Mohammed B. als verdachte van lidmaatschap Hofstadgroep De rechtbank Rotterdam (nevenvestigingsplaats ’s-Gravenhage) heeft op 14 oktober 2005 in de extra-beveiligde zittingszaal van de
Profijtontneming. 1. Een tot afwijzing van de ontnemingsvordering strekkend requisitoir van de A-G staat aan oplegging van een ontnemingsmaatregel niet in de weg. 2. Het hof heeft bij de schatting van het voordeel rekening gehouden met een pondspondsgewijze verdeling tussen betro
-
-
-
-