Hoger beroep tegen bevel gevangenneming. Hof gaat in tussenbeschikking in op de procedureregels die van toepassing zijn wanneer een vordering tot gevangenneming wordt gedaan nadat het onderzoek ter terechtzitting in de strafzaak is geschorst.
Wetboek van Strafvordering
Art. 265 Sv
Genoemd in 60 uitspraken · Officiële wettekst
60 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. Ambtshalve opmerking over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep i.v.m. vraag of cassatieberoep tijdig is ingesteld. Klacht over schending betekeningstermijn na aanhouding voor bepaalde tijd (art. 319 Sv). De conclusie
Conclusie plv. AG. Niet-ontvankelijkverklaring in h.b. o.g.v. art. 416 lid 2 Sv. Middel klaagt terecht over de niet-inachtneming van de dagvaardingstermijn in hoger beroep (art. 413 lid 1 jo. 265 lid 3 Sv). Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijz
Conclusie AG. Schuldwitwassen (art. 420quater Sr). Middel klaagt terecht over de niet-inachtneming van de dagvaardingstermijn in hoger beroep (art. 413 lid 1 jo. 265 lid 3 Sv). Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing.
Conclusie AG. De verdachte is in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot zware mishandeling (art. 45 jo. 302 Sr) en is door het hof niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Middel klaagt terecht over niet-inachtneming van de dagvaardingstermijn in hoger beroep (art. 413
Vernietiging van het vonnis en terugwijzing naar de rechtbank o.g.v. artikel 422a tweede jo. eerste lid Sv
Conclusie AG. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis Sr). 1. Geldigheid oproeping voor nadere terechtzitting in hoger beroep. 2. Afwijzing getuigenverzoeken. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de aan de v
Conclusie AG. Ontbrekende betekeningstukken oproeping nadere tz. in h.b na schorsing bepaalde tijd. Conclusie gaat in op de vraag of het hof een nietige betekening voor gedekt had kunnen houden en gaat daarbij in op regelgeving en rechtspraak inzake 1. betekening en 2. onderbreki
Conclusie AG. Profijtontneming. Slagende klachten m.b.t. tot tiendagentermijn bij betekening inleidende dagvaarding en miskenning overgangsmaatregel t.a.v. het stellen als raadsman bij griffie i.p.v. OM (NJ 2018/387, rov. 2.5.5.). Falende klachten over herstel van niet onderteken
Conclusie AG. Middelen over verwerping UOS inzake niet-ontvankelijkheid OM. Falende klachten dat OM in strijd met Aanwijzing sociale verzekeringsfraude tot (strafrechtelijke) vervolging is overgegaan. Strekt tot verwerping.
Conclusie AG. Middelen over verwerping UOS inzake niet-ontvankelijkheid OM. Falende klachten dat OM in strijd met Aanwijzing sociale verzekeringsfraude tot (strafrechtelijke) vervolging is overgegaan. Strekt tot verwerping.
De rechtbank Overijssel heeft 6 verdachten veroordeeld tot celstraffen tot 5 en een half jaar voor hun rol in een grootschalige, internationale btw-carrouselfraude. Zij zijn schuldig aan valsheid in geschrift, belastingfraude, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank Overijssel heeft 6 verdachten veroordeeld tot celstraffen tot 5 en een half jaar voor hun rol in een grootschalige, internationale btw-carrouselfraude. Zij zijn schuldig aan valsheid in geschrift, belastingfraude, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
Conclusie A-G. Vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de algemene voorwaarde. De vordering is in deze zaak ingediend nadat het onderzoek op de terechtzitting was aangevangen maar voordat met de inhoudelijke behandeling van de
Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, of
Verkort strafvonnis; nadere overwegingen met betrekking tot de betekeningsvoorschriften van de dagvaarding van een in het buitenland woonachtige verdachte; geen reden voor schorsing; witwassen bewezen verklaard; strafoplegging.
Wraking. Wrakingsverzoek afgewezen. De door de rechtbank genomen beslissingen zijn procesbeslissingen. Of een procesbeslissing inhoudelijk al dan niet juist moet worden geacht, leent zich niet voor een oordeel door de wrakingskamer en kan slechts in eventueel hoger beroep kan wor
Betekeningsperikelen: dagvaardingstermijn ex art. 413.1 Sv. De appeldagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting van 9 juli 2014 is op 2 juli 2014 uitgereikt zodat de in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv voorgeschreven termijn van tien dagen niet in acht is genomen. On
Verzoek tot aanhouding ottz. Volgens de akte van uitreiking is de dagvaarding van verdachte om ttz. van het Hof van 3 oktober 2013 terecht te staan op 26 september 2013 uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in art. 588.3.c Sv. De in art. 413.1, eerste volzin, Sv voorgesc
De inzet van de lokagente was rechtmatig. Tien feiten zijn bewezen, in één geval met schakelbewijs. Vier andere feiten zijn, anders dan de officier van justitie betoogde, niet bewezen. Hetzij omdat er maar één verklaring is, hetzij door gebrek aan overtuigend (schakel)bewijs. Ver
Falende klacht over rechtsgeldigheid betekening dagvaarding in h.b..
Art. 588.2 Sv. Verzending inleidende dagvaarding naar buitenlands adres van verdachte. Noch de akte uitreiking behorende bij de inleidende dagvaarding, noch de kopie van het register voor aangetekende verzendingen houdt in dat de inleidende dagvaarding naar het adres van verdacht
Art. 413.1 Sv, dagvaardingstermijn. De termijn van 10 dagen is niet in acht genomen. Nu de stukken niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verdachte met de verkorting van de termijn heeft ingestemd en de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, had het Hof het ond
Verdachte ontvankelijk in het hoger beroep o.g.v. verschoonbare termijnoverschrijding? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD5268 m.b.t. een verzoek tot uitstel en de onderzoeksplicht van verdachte of zijn verzoek ook daadwerkelijk is ingewilligd. ’s Hofs oordeel is onj
Art. 265.2 Sv. Dagvaardingstermijn. Kan een gemachtigd raadsman afstand doen van de dagvaardingstermijn? HR: uitgangspunt is dat ovk. art. 265.3 Sv het onderzoek wordt geschorst indien verdachte geen toestemming tot verkorting van de termijn voor dagvaarden geeft. Als verdachte i