Conclusie AG. Ontbrekende betekeningstukken oproeping nadere tz. in h.b na schorsing bepaalde tijd. Conclusie gaat in op de vraag of het hof een nietige betekening voor gedekt had kunnen houden en gaat daarbij in op regelgeving en rechtspraak inzake 1. betekening en 2. onderbreki
Wetboek van Strafvordering
Art. 265 Sv
Genoemd in 60 uitspraken · Officiële wettekst
60 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie A-G. Vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de algemene voorwaarde. De vordering is in deze zaak ingediend nadat het onderzoek op de terechtzitting was aangevangen maar voordat met de inhoudelijke behandeling van de
Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, of
Wraking. Wrakingsverzoek afgewezen. De door de rechtbank genomen beslissingen zijn procesbeslissingen. Of een procesbeslissing inhoudelijk al dan niet juist moet worden geacht, leent zich niet voor een oordeel door de wrakingskamer en kan slechts in eventueel hoger beroep kan wor
Betekeningsperikelen: dagvaardingstermijn ex art. 413.1 Sv. De appeldagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting van 9 juli 2014 is op 2 juli 2014 uitgereikt zodat de in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv voorgeschreven termijn van tien dagen niet in acht is genomen. On
Falende klacht over rechtsgeldigheid betekening dagvaarding in h.b..
Art. 413.1 Sv, dagvaardingstermijn. De termijn van 10 dagen is niet in acht genomen. Nu de stukken niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verdachte met de verkorting van de termijn heeft ingestemd en de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, had het Hof het ond
Verdachte ontvankelijk in het hoger beroep o.g.v. verschoonbare termijnoverschrijding? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD5268 m.b.t. een verzoek tot uitstel en de onderzoeksplicht van verdachte of zijn verzoek ook daadwerkelijk is ingewilligd. ’s Hofs oordeel is onj
Art. 265.2 Sv. Dagvaardingstermijn. Kan een gemachtigd raadsman afstand doen van de dagvaardingstermijn? HR: uitgangspunt is dat ovk. art. 265.3 Sv het onderzoek wordt geschorst indien verdachte geen toestemming tot verkorting van de termijn voor dagvaarden geeft. Als verdachte i
Verstek; aanwezigheidsrecht. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat de oproeping voor ‘s Hofs terechtzitting aan het op de akte rechtsmiddel vermelde adres is verzonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Daarom had het Hof, in aanmerking geno
Betekening inleidende dagvaarding. 1. De opvatting is onjuist dat indien de appèlrechter, anders dan de rechter in eerste aanleg, oordeelt dat de inleidende dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend, de appèlrechter de zaak ex art. 423.2 Sv naar de eerste rechter dient te verwijz
Rechtsbijstand en onderzoeksplicht rechter. In de mededeling van verdachte dat hij vanmorgen pas de dagvaarding ontving en dat hij contact heeft opgenomen met zijn raadsvrouw die hem adviseerde ter zitting te verschijnen had de politierechter aanleiding moeten vinden te onderzoek
-
-
-
-
-